Herinnering aan rampnacht roept rondom en tijdens oud & nieuw meer emoties op
Herinnering aan rampnacht roept rondom en tijdens oud & nieuw meer emoties op
Twee jaar na dato, maar de herinneringen vielen ‘de meeste betr6kkenen van ‘de nieuwjaarsbrand zwaarder dan vorig jaar. De maand december, oudejaarsnacht, het feit dat horecagelegenheden weer de mogelijkheid boden aan te zitten, bet leidde tot nieuwe emoties bij jong en oud, in het verwerkingsproces na 01-01- 01.
Op Oudejaarsavond was net als vorig jaar de Vincentius-kerk en de pastorie geopend en het graf verlicht. Oud en jong was er na twaalven te vinden, zoals ook enkele jongeren weer naar de Wir War trokken. ‘s Morgens werd door, vooral, nabestaanden bij het monument tegenover het pand waar de ramp zich had voltrokken, kransen gelegd en een toespraak gehouden door Lida Jonk, moeder van de bij de brand direct omgekomen Edward. Zij bad en bidt met de anderen ,,dat er van bovenaf zal worden gezorgd voor gerechtigheid.”
,,In dat pand ligt namelijk de doodsoorzaak van onze kinderen. Daar schuilt de oorzaak van onze pijn, ons verdriet, gemis en verlangen van heimwee naar diegenen, die er gewoon niet meer zijn!” ,,Dit alles samen veroorzaakt een verscheurd en incompleet gevoel. Door nalatigheid van anderen, rest ons een gevoel van onmacht en ongeloof te accepteren wat ons ie overkomen. Ben kwelling voor lichaam en geest en daarom zo onverteerbaar. En dan te bedenken dat dit altijd zo zal blijyen.”
,,Daarom is het te hopen dat datgene wat ons tot sociaal mens maakt in de maatschappij, het in deze zal winnen van macht en geld. Dat er een einde zal komen aan discussies, want deze zijn als dolksteken in ons toch al zo moeilijke bestaan.” Ze vroeg een minuut stilte. ,,Uit respect en eerbied voor diegenen die nog zo graag bier zouden willen, maar niet meer kunnen zijn~ Ook voor alle jongeren die de brand nooit meer zullen vergeten en die dan ook generaties lang van zich zal laten spreken. Dankzij een bar, genaamd De Hemel!”
Daarna volgde de stoet over de dijk naar de Vincentius-kerk, waar een opnieuw druk bezochte herdenkingsdienst werd gehouden. Er waren kaarsen voor de veertien omgekomen jongeren, wiens foto’s op het altaar prijkten. Woorden waren er van Jaap Zwarthoed en Martin Binken (jongeren BSNV), burgemeester Bulte en Nick Steur, broer van de omgekomen Ruud Steur. Gevoelig was ook de toon van de muziek, van het Petrus-koor en de indringende stem van zangeres Martine Bond, begeleid door Jan Buijs (to).
Ook Pastoor Berkhout richtte zich tot de aanwezigen. Hij vroeg speciaal aandacht voor de ouders, broers en zusters van de gestorven jongeren. ,,Deze groep heeft het momenteel niet gemakkelijk, alleen al vanwege de pogingen om de Wir War weer open te krijgen. Soms wordt gezegd dat zij een verdere ontwikkeling van het uitgaansleven blokkeren. Op de jongerensite schreef iemand anorilem: ik krijg bijna een hekel aan ze. Dat kwam hard aan, erg hard. ZU zijn hun kinderen kWijt, ze komen nooit meer terug en ze hebben bier niet om gevraagd. Wij mogen niet achteloos met het leed van deze ouders omgaan.”
,,Ook jongeren die uiterlijk niets mankeren hebben de dood in de ogen gekeken. Onderschat niet wat dit ook voor hen betekent. ‘We gaan weer gewoon doen’, hoor ik vaak ‘Het moet nu maar over zijn’. 1k kan mu voorstellen dat velen de permanente aandacht voor de ramp een grote belasting vinden. Je wordt soms geslagen met machteloosheid. Wat gebeurd is kunnen we met ongedaan maken. Ook voor de gemeenschap gaat het nu om uithoudingsvermogen, om de lange duur. Met zoveel warmte denk ik terug aan die eerste maanden. Alles kon toen, iedereen zette zich in, een bundeling van krachten en energie. Dat was pure winst. Nu komt het aan op de lange duur en nu moet onze gemeenschap zijn innerlijke veerkracht tonen. De hartelijke zorg mogen we niet alleen maar delegeren aan de officiële hulpverlening.”
Na de dienst, afgesloten met het zo aangrijpende lied ‘Huil maar als je huilen moet’, dat vorig jaar door een aantal Volendammer artiesten is opgenomen, kon iedereen een roos plaatsen bij de graven van de overleden jongeren, waardoor wederom een bloemenzee ontstond.