Naar de inhoud

Brief van de sts BZK over rapport inspectie OOV over gemeentelijke actieprogramma's brandveiligheid

Bron: Tweede Kamer

Brief van de sts BZK over rapport inspectie OOV over gemeentelijke actieprogramma's brandveiligheid

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

De Inspectie Openbare Orde en Veiligheid (IOOV) heeft in opdracht van het kabinet onderzocht hoe invulling wordt gegeven aan de gemeentelijke actieprogramma's brandveiligheid. Deze opdracht vloeit voort uit het kabinetsstandpunt Nieuwjaarsbrand Volendam (actiepunt 14). Het onderzoek heeft zich specifiek gericht op één aspect van het brandveiligheidtoezicht: de verlening van gebruiksvergunningen. Het rapport bied ik u met deze brief aan.

In deze brief ga ik slechts in op enkele hoofdpunten uit de bevindingen van de IOOV, omdat ik eerst de direct betrokkenen om hun visie over dit rapport wil vragen. Ik zal de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, het Inter Provinciaal Overleg en de Nederlandse Vereniging voor Brandweerzorg en Rampenbestrijding verzoeken mij voor 1 maart 2003 hun reactie te geven. Zo spoedig mogelijk daarna zal het kabinet u een definitief oordeel voorleggen.

Het inspectierapport biedt inzicht in de relatieve prestaties van gemeenten bij het invulling geven aan en uitvoeren van de gemeentelijke actieprogramma's brandveiligheid. Ik zie dit rapport mede als een nuttige aanvulling op de uitkomsten van de Inspectieonderzoeken van VROM waar in beeld is gebracht of gemeenten de bouwregelgeving, waarop de gebruiksvergunning is gebaseerd, juist uitvoeren. In de uiteindelijke reactie zullen de Inspectierapporten IOOV en VROM in samenhang worden behandeld, met de adviezen van de bestuurlijke koepels.

Uit het rapport blijkt dat de gemeenten momenteel een grote inzet en betrokkenheid tonen op het gebied van brandveiligheidtoezicht. Ze zijn duidelijk op de goede weg, maar er is nog een lange weg te gaan voordat de door gemeenten vastgelegde ambities daadwerkelijk tot uitvoering zijn gebracht.

In het rapport van de IOOV wordt de term 'handhavingstekort' gebruikt. Daarmee wordt verwezen naar de achterstand die gemeenten moeten inlopen bij de verlening van gebruiksvergunningen. Ik wil benadrukken dat het daarbij gaat om een achterstand ten opzichte van lokaal vastgestelde ambities. De gebruiksvergunning is niet van rijkswege voorgeschreven en de streefaantallen en de gebouwfuncties waarvoor een gebruiksvergunning is vereist zijn daarom niet op rijksniveau vastgelegd. Gemeenten hebben er zelf voor gekozen om via het instrument gebruiksvergunning invulling te geven aan hun wettelijke taken bij het toezicht op gebruiks- en brandveiligheidsvoorschriften. Het Rijk heeft hulpmiddelen ter beschikking gesteld zoals de handleiding voor de planmatige uitvoering van brandpreventietaken door gemeenten (handleiding Prevap).

Gemeenten die in hun actieprogramma brandveiligheid hoge ambities hebben vastgelegd zullen het moeilijker hebben hun ambities waar te maken dan gemeenten die voorzichtiger hebben ingezet. Dat is zeker het geval nu slechts beperkte tijd beschikbaar is geweest voor het tot uitvoering brengen van de plannen. Hoge ambities leiden bij deze meting bijna onvermijdelijk tot een lage score. Door een lage score als 'slecht' aan te merken worden ambitieuze gemeenten gestraft, terwijl een gebrek aan ambitie wordt 'beloond'.

Sinds de cafébrand in Volendam is veel tijd en aandacht geïnvesteerd in de versterking van het toezicht op de naleving van brandveiligheidsvoorschriften. Daarmee is aangesloten bij de oproep van de commissie Alders om te gaan doen wat is afgesproken. Ambitieuze en zelfbewuste gemeenten zijn een voorwaarde voor effectief toezicht. Een zorgvuldig en afgewogen oordeel over geleverde prestaties en ruimte en tijd om de ambities op termijn waar te maken sluit daar het best bij aan. Het is met het oog daarop van groot belang dat aan de onderzoeksresultaten niet ten onrechte een absoluut oordeel ontleend wordt over het functioneren van het gemeentelijke toezicht op de brandveiligheid.

Desalniettemin maak ik mij zorgen over het grote verschil tussen gemeentelijke ambities en geleverde prestaties èn over het vermogen van gemeenten om ambities en prestaties op korte termijn beter op elkaar aan te laten sluiten.

DE STAATSSECRETARIS VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES,
R.H. Hessing

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.