Tussen de politiek en voetballers

Tussen de politiek en voetballers
Nu vaststaat dat ook de politiek niet onderdoet voor een met B-artiesten volgestopte soap, kan het betaald voetbal de borst natmaken. Zeker na deze verkiezing van de schone schijn. Met de op handen zijnde coalitie tussen CDA en PvdA krijgen uitgerekend twee partijen de touwtjes in handen, die tijdens hun campagne niets, maar dan ook helemaal niets richting het topvoetbal te melden hadden. Nu niet uitgesloten mag worden geacht dat CDA´er Piet Hein Donner terugkeert als minister van Justitie en zijn partijgenote Clemence Ross-Van Dorp als staatssecretaris voor Sport, dreigt opnieuw een status quo ten aanzien van alle gevaren die de populairste sport van ons bedreigen. Omdat zowel het CDA als de PvdA tijdens de verkiezingen niets heeft beloofd, hoeft er ook niets te worden waargemaakt. Zelfs de politiek zo bewuste Mohammed Allach (FC Dordrecht) kreeg het als PvdA-lid niet voor elkaar om zijn partij in het verkiezingsprogramma ook maar één regel over voetbal-en-veiligheid op te laten nemen. Het is daarom te hopen dat de conclusies en voorstellen van de commissie-Stekelenburg begin maart nog enige impact zullen hebben, anders dreigt er extra zwaar weer voor de toch al bedreigde bedrijfstak. Want als de voorstellen van dit gezelschap over de veiligheid rond de stadions en de aanpak van het geweld rond wedstrijden niet het probleem bij de wortel pakken en dus ook geen politiek/justitieel vervolg krijgen, dan gaat het leegmelken van de clubs gewoon door.
Miljoenen heeft het vaderlandse voetbal de afgelopen jaren uit moeten geven aan veiligheidsmaatregelen. Inmiddels blijkt dat vooral een kwestie van water naar de zee dragen te zijn geweest, omdat de politiek te laks anticipeerde op bijvoorbeeld een sanctie als het stadionverbod. Zo smeken de clubs al/aren tevergeefs om een door de overheid opgelegde meldingsplicht, waardoor criminelen met een stadionverbod daadwerkelijk van de tribunes geweerd kunnen worden. Met de komst van Pim Fortuyn, die zich wél door de clubs over hun nijpende problemen liet informeren, leek er even licht in de tunnel te komen. Als een van de weinigen besefte hij dat juist de situatie in het voetbal een afspiegeling was van de verloederende maatschappij. Helaas zouden zijn kogels niet per brief worden verstuurd. Sindsdien laat de politiek, op een enkele partij na (SP en LPF), het topvoetbal weer links liggen. Een sector die nu overgeleverd is aan het opportunisme van politici, die straks om het hardst roepen, dat het zo niet langer kan als weer een halve binnenstad is belegerd of een stadion is vernield. Vandalisme uitgevoerd door een groep van 1500, die met naam en toenaam geregistreerd staan, maar rond voetbalwedstrijden al jaren vrij spel hebben. Tuig dat als geen ander weet dat als je als burger een raam ingooit je wordt opgepakt, maar datje vermomd als voetbalsupporter je op treinen, winkels en cafés kan uitleven zonder dat dat consequenties heeft.
In deze fase, waarin de impact van het topvoetbal door de politiek schromelijk wordt onderschat, is de hoop daarom weer gevestigd op de sporters zelf. Werden ze in het verleden voornamelijk gebruikt als ambassadeurs van allerlei goede doelen en organisaties, nu geven ze zelf meer en meer diepte aan hun maatschappelijke verantwoordelijkheid. Zo was het opvallend, dat juist internationale grootheden als Johan Cruyff, Guus Hiddink, Marco van Basten, Frank Rijkaard, Ronald Koeman en Ruud Gullit zich de afgelopen weken voor niet één politieke kar lieten spannen. Intussen bundelen ze onderling wel de krachten om hun maatschappelijke betrokkenheid meer gewicht te geven. In plaats van een ambassadeurschap begonnen mensen als Johan Cruyff, Johan Neeskens en Wim Jonk hun eigen stichtingen. Het leuke daarvan is dat ze weer als teamspelers gezamenlijk projecten aangaan. En hun groep wordt alsmaar groter. Zo is ook Guus Hiddink bezig om zijn eigen organisatie te starten en zich aan te sluiten bij zijn sportvrienden. Intussen binden diverse collega´s zich aan hun voormalige trainer of medespeler en zorgen zo dat hun acties meer impact krijgen.
Dinsdag is er in Volendam weer zo´n moment. Volendam United, de stichting waarvan Wim Jonk voorzitter is, organiseert een evenement waarin het jeugdvoetbal, topvoetbal en amusement samenkomen. Maar wat vooral centraal staat, is het afgeven van het signaal dat ook de getroffenen van de nieuwjaarsramp verder willen en moeten met hun leven. Hoe moeilijk dat vaak nog is. Na die fatale nacht van 1 januari 2001 proberen verleden, heden en toekomst hun plaats te vinden in de kleine Noord-Hollandse gemeenschap. Deze drie facetten zijn en blijven onlosmakelijk met elkaar verbonden. Maar nogmaals, elk moet z´n eigen plaats krijgen. Dinsdagavond in het Volendam-stadion gaat het om de toekomst. Het signaal dat er altijd hoop moet zijn óp een toekomst. Een signaal dat via het voetbal wordt afgegeven. Zo is de voetbalsport ook in dit opzicht weer een afspiegeling van wat er in onze maatschappij leeft.