Mevr. drs. Cobi de Blécourt-Maas tweede voorkeur
Mevr. drs. Cobi de Blécourt-Maas tweede voorkeur Edam - Volendam
De tweede kandidaat is mw drs. Cobi de Blécourt-Maas en lid van de VVD. Zij is geboren te Volendam, 20 jan. 1944 en heeft 3 kinderen.
Opleidingen:
h.b.s.-b (staatsexamen), tot 1966
biologie Gemeentelijke Universiteit van Amsterdam, van 1966 tot 1973
Huidige en vorige hoofdfuncties:
- lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, vanaf 18 apr. 2000
- lid Provinciale Staten van Gelderland, van 1987 tot 1991
- lid gemeenteraad van Winterswijk, van · 1986tot 1990
- docent, studiebegeleider, examinator, auteur en cursusteamleider:
- bedrijfsmilieumanagement milieukunde, milieueffectrapportage, management van milieuconflicten en milieu-economie Open Universiteit Nederland, vanaf 1985
- lid gemeenteraad van Edam-Volendam, van 1982 tot 1984
- lid Provinciale Staten van Noord-Holland, docent biologie Van der Waals scholengemeenschap Amsterdam, van 1973 tot 1974
- docent genetika en microbiologie HBODiëtisten-Den Haag, van 1975 tot 1976
- docent algemene en speciële histologie HBO Mondhygiënîsten-SOTH, Vrije Universiteit te Amsterdam, van 1973 tot 1978
- docent prakticum HBO-Analîsten-ASVII Amsterdam, 1969
- kandidaat assistent genetika, Gemeentelijke Universiteit van Amsterdam, van 1969 tot 1972
Huidige nevenfuncties:
- lid Raad van Toezicht Onderwijsbegeleidingsdienst regio O.Z. Limburg, vanaf 1998
- voorzitter Landelijk Meldpuntennetwerk Gezondheid en Milieu, vanaf 1998
- lid algemeen (later dagelijks) bestuur Nederlandse Stichting Geluidshinder, vanaf 1987
Partijpolitieke functies:
- lid commissie provinciaal verkiezingsprogramma 1999-2003 Limburg
- lid VVD-bestuurdersvereniging Limburg A. lid dagelijks bestuur V.V.D. kamer centrale Limburg, van 1997 tot 2001
- docent Haya van Somerenstichtmg
- lid landelijke werkgroep Nationaal ruimtelijk beleid, van 1995 tot 1996
- lid landelijke werkgroep Betuwespoorljn, 1995
- lid landelijke werkgroep Duurzaam energiebeleid, 1995
- lid algemeen bestuur VVD. ondercentrale Oostelijk Zuid-Limburg, van 1994 tot 1998 vice-voorzitter V.V.D., afdeling Landgraaf vanaf 199
- lid landelijke werkgroep landbouw, van 1991 tot 1992
- secretaris V.V.D., afdeling Winterswijk, 1986
- lid dagelijks bestuur Vrouwen in de V.V.D. Gelderland, van 1985 tot 1991
- lid secretaris partijcommissie milieuhygiene, van 1981 tot 1998
- secretaris V.V.D., afdeling Edam-Volendam. van 1977 tot 1978
Vorige nevenfuncties:
- lid commissie Waterbeheer 21e eeuw, van 1999 tot 2000
- lid klankbordgroep VROM Geluid en Wonen maatschappeljke organisaties, van 1997 tot 1998
- lid federatieraad Stichting Milieufederatie Limburg. van 1994 tot 1996
- lid bestuur faculteit Natuurwetenschappen Open Universiteit te Heerlen, van 1994 tot 1997
- lid bestuur MDGO Heerlen, van 1991 tot 1997
- lid algemeen en dagelijks bestuur Nederlandse Stichting Geluidhinder vanaf 1987
- lid Intergemeentelijke samenwerkingsverband Oost-Gelderland, van 1986 tot 1988
- voorzitter Advies Commissie Welzijn Edam-Volendam, van 1983 tot 1984
- lid Intergemeentelijke samenwerkingsverband Waterland, van 1982 tot 1984
- lid (voorzitter) Openbare Bibliotheek Edam, van 1979 tot 1984
- lid algemeen bestuur Zuiveringschap ~ Amstel- en Gooiland, van 1974 tot 1980.
Op haar websitepagina als Eerste Kamerlid staat een column van haar eigen hand:
Volksvertegenwoordiger
In een parlementaire democratie is het 7bpenbare debat één van de belangrijkste instrumenten van communicatie. Openbaarheid betekent dat elke burger het debat kan volgen. In de praktijk volgen weinig burers het debat op directe wijze, maar meer indirecte wijze door gebruik te maken van voorlichtingsmateriaal, krant, televisie of internet. In het debat zijn naast het geven van een visie, het uitwisselen van standpunten, het overtuigen en het onderhandelen belangrijk.
Als nieuw Eerste-Kamerlid komen regelmatig vragen op je af zoals: ‘wat trekt je zo in de Senaat en is de Eerste Kamer wel nodig en is het geen herhaling van de Tweede Kamer?’ Dat laatste lijkt zo, want beide Kamers controleren de regering en zeggen ja of nee tegen wetsvoorstellen. In de praktijk zijn er wel degelijk verschillen. Zo houdt de Tweede Kamer zich meer met het politieke debat bezig, terwijl de Eerste ‘Kamer meer accenten legt op de kwaliteit van wetgeving, ook wel rechtmatigheidtoets genoemd. De criteria daarbij zijn vooral eventuele strijdigheid met de grondwet of internationale verdragen, de rechtsbescherming, maar ook of wetten uitvoerbaar, duidelijk en handhaafbaar zijn. Een echte ‘chambre de réflection’. Daarnaast is de positie van de Eerste Kamer versterkt door de introductie van de novelle-procedure. Dat is een soort informeel recht van amendement op wetsvoorstellen.
In Brussel bleek tijdens gesprekken die ik voerde met parlementariërs van verschillende landen die zich bij de Europese Gemeenschap willen aansluiten, dat ook zij in hun pas verworven parlementaire democratie het tweekamerstelsel verkiezen. Het is belangrijk een tweekamerstelsel te hebben waarin beide Kamers zich op eigen wijze bezighouden met wetgeving. Het voordeel is een grotere zorgvuldigheid. Enerzijds voelen leden van fracties zich ~verbonden met de beginselen en uitgangspunten van hun partij, en, althans zo is het bij de VVD, mag op grond daarvan ook loyaliteit aan de partij worden verwacht. Anderzijds telt het liberale beginsel van eigen verantwoordelijkheid en maakt elke Kamer haar eigen afweging. Dat betekent dat het openbare debat vooraf wordt gegaan door een veelheid van overleggen, met burgers, tussen partijen, in de partij en tenslotte met jezelf. Ook de grondwet geeft aan dat leden van de Staten-Generaal zonder last stemmen. Als volksvertegenwoordiger ben je uiteindelijk zelf verantwoordelijk. Voor mij zijn daarbij liberale uitgangspunten, zorgvuldigheid en integriteit de maatstaven. Vanuit deze maatstaven, wil ik mijn specifieke ervaring inzetten in de besluitvormende fase van het wetgevingstraject. Dat is wat mij trekt in de Senaat.