Antwoorden op de vragen van het Kamerlid Buijs (CDA) over het overlijden van Anja Kok

Antwoorden op kamervragen van het Kamerlid Buijs over het overlijden van Anja Kok,
slachtoffer van de Cafébrand in Volendam op 1 januari 2001 (2020307140).
1
Herinnert u zich uw brief van 25 maart 2002 1), en de brief 2) met de rapportage van het
onderzoek van de Inspectie voor de Gezondheidszorg over de medische zorgverlening aan
Anja Kok?
1
Ja.
2
Herinnert u zich de forse oordelen van de Inspectie, waarin onder meer wordt gesteld dat
“het gevoerde medisch inhoudelijke beleid door de betrokken zorginstellingen en hulpverleners
onzorgvuldig is geweest”, “de MRSA-positieve status van Anja Kok van invloed is geweest
op de toegankelijkheid van noodzakelijke zorgverlening” en dat “de coördinatie van de
zorgverlening aan Anja Kok onduidelijk is verlopen”?
2
Ja.
3
Is er inmiddels een eensluidend protocol voor deze ziekenhuisbacterie (het MRSA-protocol)
voor alle Nederlandse ziekenhuizen en een opnameplicht van patiënten die ziek zijn geworden
in het buitenland en terugkomen naar Nederland? Zo neen, wanneer verwacht u dit protocol
in te voeren?
3
De richtlijnen opgesteld door de Werkgroep Infectie Preventie (WIP) vormen een eenduidig
protocol in de strijd tegen MRSA en andere resistente micro-organismen. Deze richtlijnen
houden onder meer in dat elke instelling isolatieplekken beschikbaar heeft en dus MRSA-besmette
of -verdachte patiënten moet kunnen opnemen. Naar aanleiding van de ontstane
discussie over het MRSA beleid heeft de Inspectie voor Gezondheidszorg op 1 juli 2002 een
circulaire gestuurd waarin alle ziekenhuizen, privé-klinieken en verpleeghuizen nogmaals
gewezen zijn op hun plicht om MRSA-positieve patiënten op te nemen.
4
Wordt bij het Rode Kruis Ziekenhuis te Beverwijk nog steeds gebruik gemaakt van “containers”
als noodvoorziening om patiënten op te vangen? Zo ja, wilt u bevorderen dat er een
reguliere voorziening wordt verwezenlijkt?
4
De containers zijn nog in gebruik als quarantaine paviljoen. Tijdens het bezoek van de In-spectie
voor de Gezondheidszorg in februari 2002 aan het isolatiepaviljoen van het Rode
Kruis Ziekenhuis in Beverwijk, bleek dat de plannen voor de nieuwbouw ter vervanging van
het isolatiepaviljoen, naast het brandwondencentrum, een vergevorderd stadium hadden
bereikt. Het RKZ wil nog dit kalenderjaar starten met de bouw van het definitieve paviljoen
en streeft naar oplevering in de tweede helft van 2004.
Het extra bevorderen van de verwezenlijking van een reguliere voorziening acht ik dus overbodig..2 5
Heeft de Inspectie inzake het gevoerde medisch-inhoudelijke beleid van de betrokken zorginstellingen,
inmiddels nader onderzoek gedaan naar mogelijke structurele tekortkomingen in
de zorg, die gevaar voor herhaling opleveren? Is dit onderzoek inmiddels afgerond? Zo ja, tot
welke aanbevelingen leidde dit onderzoek? In hoeverre zijn deze aanbevelingen reeds geïmplementeerd,
of is voor de implementatie van deze aanbevelingen een harde invoeringsdatum
vastgesteld?
5
Naar aanleiding van de conclusies van het Inspectieonderzoek betreffende de zorgverlening
aan Anja Kok, is er door de Inspectie voor Gezondheidszorg nader onderzoek gedaan naar
mogelijke structurele tekortkomingen in de zorgverlening bij de betrokken zorginstellingen, te
weten het UMCU/Centraal Militair Hospitaal en het revalidatiecentrum Heliomare. Het onderzoek
is inmiddels afgerond en heeft geleid tot de volgende aanbevelingen.
UMCU/CMH:
•Verduidelijking van de besluitvorming voor het ontslag van patiënten, die in het geval
van bijkomende medische problematiek en de betrokkenheid van meerdere specialismen,
onduidelijk verloopt. In het geval van Anja Kok is bij de overplaatsing naar Heliomare
onvoldoende overleg gevoerd met de in consult geweest zijnde internist en cardioloog.
•Verbeteren van de structurele controle op de inhoud van de voorlopige ontslagbrief,
die alle gegevens moet bevatten om het medisch beleid op een verantwoorde manier
over te dragen. Tevens moet er betere controle komen op het tijdig versturen van de
definitieve ontslagbrief, binnen 14 dagen. In het geval van Anja Kok was er sprake
van onvolledige overdracht van gegevens in de voorlopige ontslagbrief, waaronder de
essentiële informatie van de mogelijkheid van een endocarditis en werd de definitieve
ontslagbrief pas na 3 maanden verstuurd toen Anja Kok al was overleden. In de definitieve
ontslagbrief stond een uitgebreide differentiaal diagnose beschreven waaronder
de mogelijkheid van het bestaan van een endocarditis.
Implementatie:
•Inmiddels is door de verantwoordelijk persoon voor opnames vanuit het UMCU in het
CMH toegezegd om bij het voorgenomen ontslag het oordeel van andere betrokken
specialisten te betrekken en vast te leggen. Tevens zal de te volgen procedure bij ontslag
worden herbeoordeeld.
•De controleprocedures op de inhoud van de voorlopige ontslagbrief en het versturen
van de definitieve ontslagbrief zijn inmiddels aangepast.
Heliomare:
•Waarborging van evaluatie van medisch beleid, ook in afwijkende situaties, tijdens de
behandeling van de brandwondenpatiënten.
In geval van Anja Kok en de andere brandwondenpatiënten die in het tijdelijke Isolatie
Paviljoen Heliomare waren opgenomen, werd een afwijkende procedure gehanteerd
t.a.v het bespreken en evalueren van het medisch beleid. In plaats van de normale
procedure van bespreken en evalueren binnen uitgebreide behandelteambesprekingen
vond evaluatie voor patiënten in het isolatiepaviljoen niet binnen teams plaats, waardoor
de meerwaarde hiervan verloren is gegaan.
•Verduidelijking van de normen ten aanzien van het benodigde deskundigheidsniveau
van de artsen in het revalidatiecentrum, teneinde een verantwoord niveau van basis
medische zorgverlening te garanderen.
•Duidelijk vastleggen van de verantwoordelijkheidstoedeling in het medisch beleid tussen
behandelend revalidatiearts en consulenten. Tevens zorgdragen voor een goed
onderscheid tussen een consult en een medebehandeling. In geval van Anja Kok ging
de behandelend revalidatiearts er ten onrechte vanuit dat de in consult geroepen kinderarts
medebehandelaar was en dus eindverantwoordelijk was voor het vervolgen
van het ingestelde beleid betreffende de koortspieken..3 Implementatie:
•Door de instelling is inmiddels toegezegd dat in de toekomst ook in afwijkende situaties
de bespreking en evaluatie van medisch beleid gewaarborgd zullen worden.
•Door het revalidatiecentrum Heliomare is het ontbreken van specifieke kwaliteitseisen
de basis medische zorgverlening onder de aandacht gebracht van de Vereniging van
Revalidatie Instellingen Nederland (VRIN) en de Vereniging van Revalidatie Artsen
(VRA) met het verzoek te komen tot richtlijnen. Binnen Heliomare is gekozen om ten
aanzien van de basis medisch zorg de NHG- standaarden en CBO richtlijnen te hanteren
en te implementeren. Er is een lijst opgesteld van medisch specialisten werkend in
het regioziekenhuis, het Rode Kruis Ziekenhuis, en er zullen samenwerkingsafspraken
met deze specialisten gemaakt worden. In de samenwerkingsafspraken zal ook vastgelegd
worden wanneer er gesproken wordt van een consult en wanneer van een medebehandeling.
De samenwerkingsafspraken zullen aan de Inspectie worden toegestuurd.
Follow-up hiervan wordt verwacht in maart 2003.
6
Zijn er ooit, los van de vraag over de precieze juridische aansprakelijkheid, excuses aan de
ouders van Anja Kok aangeboden voor de gang van zaken door uw ministerie, door de coördinatoren
naar de buitenlandse ziekenhuizen, of door medici en coördinatoren van het Rode
Kruis Ziekenhuis te Beverwijk?
Zo neen, vindt u met ons een blijk van inlevingsvermogen en excuses wel degelijk op zijn
plaats? Wilt u het alsnog aanbieden hiervan bevorderen?
6
Door de behandelaars en directie van Heliomare zijn excuses aangeboden aan de familie
Kok. Dit gesprek verliep naar tevredenheid van beide partijen. Dit in tegenstelling tot het
gesprek in het Rode Kruis Ziekenhuis met de directie en de coördinator van het Brandwondencentrum
Beverwijk. Vanuit het RKZ zijn geen schriftelijke excuses aangeboden. Ik betreur
deze gang van zaken en zal een afschrift van deze antwoorden doen toekomen aan de
directie van het RKZ.
De projectdirecteur Nazorg bij Rampen van VWS heeft haar medeleven getoond en uitgebreid
gesproken met de ouders. Na het verschijnen van de rapportage van de IGZ heeft de
familie aangeven geen nadere behoefte te hebben aan bemiddeling door VWS.