Volendam ziet probleem hangjongeren niet

Volendam ziet probleem hangjongeren niet
Hangjongeren. Geen typisch Edams of Volendams fenomeen, want in elke gemeente wordt wel 'gehangen'. Kenmerkend voor Volendam is wel dat er massaal gehangen wordt. Vooral bij winkelcentrum De Stient, maar ook bij het gemeentehuis en de Koepel, de muziektent. Het hangen levert veel klachten op. Onder meer over geluidsoverlast.
Schooldirecteur F Kuiper van technische school De Zuiderzee en de Coornhert in Edam was betrokken bij de panelgesprekken die ten grondslag liggen aan de nota jeugdbeleid. Hij stelt dat de nota jeugdbeleid geen aanklacht tegen Volendam. is. ,,Er worden problemen gesignaleerd. Het is juist te prijzen dat de gemeente zich tegenwoordig zo druk maakt om jongeren. In het verleden is er echt te weinig gebeurd.' Een onderwerp dat in de nota ruim aan bod komt, is het fenomeen van de hangjongeren. De directeur is van mening dat er van agressie onder de hangjongeren maar weinig sprake is. ,,Als ik bijvoorbeeld 's avonds naar het gemeentehuis ga, hangt er altijd wel een groepje rond. Ik hoor dan meestal wel mijn naam roepen, maar dat is het dan."
Bij het Volendamse winkelcentrum De Stient speelt het probleem van de massaliteit. De groepen zijn zo groot dat er al snel overlast wordt veroorzaakt en dan specifiek geluidsoverlast. In Edam zijn de groepen beduidend kleiner. Er wordt vooral rondgehangen bij jongerencentrum Nohol en bij de Dam, aldus de nota.
Intimiderend
In het stuk wordt geconstateerd dat de behoefte elkaar op te zoeken erg groot is. De relatie tussen de verschillende groepen is goed. Maar de massaal aanwezige jeugd werkt intimiderend op de buurtbewoners. Ze staan er vaak in het donker, maken veel geluid en laten rommel achter. De overlast neemt duidelijk toe wanneer er geen sportactiviteiten zijn.
De politie geeft aan dat het voor haar ook moeilijk is op te treden. Zij krijgen wel veel klachten van bewoners, maar of d~e terecht zijn, is moeilijk te achterhalen. De groepen verplaatsen zich overigens makkelijk en zijn soms ook tijdelijk van samenstelling. De jongeren zouden liever binnen zijn. maar er zijn daarvoor geen geschikte locaties. Ook gezien de omvang van de groepen.
Jeugdrechercheur E. Ziesemer, die niet alleen Edam-Volendam, maar ook Waterland, Zeevang en Beemster tot zijn werkgebied mag rekenen, is van mening dat het een goede zaak is dat de nota er ligt. Hij was in de beginfase bij de panelgesprekken betrokken. ,,Het is be1angrijk dat de gemeente de regie in handen neemt."
Signaleren
Zijn taak is het signaleren van afwijkend gedrag bij jongeren, gedrag anders dan wat de gemiddelde burger als normaal beschouwen. Dat moet gesignaleerd worden waarna vervolgens contact met de ouders kan worden opgenomen.,, Uitgangspunt is dat de jongeren worden doorverwezen naar bijvoorbeeld HALT, zodat ze niet in het strafrechtproces terechtkomen. In overleg met verschillende instanties bekijken we wat de beste weg voor een jongere met problemen is én wat de minste schade doet. De reguliere politie is het rode stoplicht; ik ben er voor het licht op rood springt."
Ziesemer werkt nauw samen met de scholen. De scholen doen melding van leerlingen die structureel spijbelen, want ook daar ligt een taak voor de jeugdrechercheur. ,,Het is altijd heel veel praten om de ouders te overtuigen dat er iets moet gebeuren. Ik ben het proces-verbaal als dwangmiddel achter de hand, maar alleen als het niet anders gaat. Maar als het echt niet anders kan, dan moet het consequent, snel en rechtvaardig zijn."
Ziesemer heeft regelmatig contact met het Bureau Jeugdzorg. het Meldpunt kindermishandeling en de Raad voor de Kinderbescherming. Ook ouders weten de jeugdrechercheur te vinden. ,,Ouders kloppen bij mij aan als ze zelf de problemen niet meer aankunnen. Ze zien mij als een soort liaison-officier naar de instanties toe. Als we als een groep werken. met bijvoorbeeld ook de schoolarts erbij, dan werpt het vruchten af. Vroeger probeerden alle instanties het op eigen houtje te doen, nu wordt er samengewerkt. Er waren allemaal kleine stationnetjes en nu is er een groot station."
In het uiterste geval kan het zover komen dat een kind uit huis wordt geplaatst.,, Maar dat gebeurt bijna nooit. Er staan mij slecht twee gevallen voor ogen. In beide gevallen gaven de ouders aan dat het zo niet langer ging. We hebben er wel alles aangedaan om dat te voorkomen." Ziesemer is ervan overtuigd slecht een klein deel van de jeugd in Edam en Volendam tot de probleemjongeren moet worden gerekend. ,,Met negentig procent van de jeugd is er niets aan de hand. En van die tien procent die overblijft, kan ik grofweg de helft helpen.