Huisartsen bang voor teloorgang beroepsgroep
Huisartsen bang voor teloorgang beroepsgroep
,,Als we een kerstballetje zien, happen we al toe. We zijn alleen vergeten de kleine lettertjes te lezen'', zeggen de Zaanse huisartsen R. Carpentier en B. Stelder. De twee medici doelen op de enkele jaren geleden overeenkomst die de huisartsen sloten met verzekeraars en overheid. Het leek er op dat het geld voor praktijkondersteuning voor lange tijd veilig gesteld was. Dat bleek een misrekening. De gevolgen voor huisarts en patiënt worden door verzekeraars onderkent. ,,Als dit zo doorgaat hebben we binnen vijf jaar geen huisarts meer over in Noord-Holland.''
Carpentier en Stelder staan model voor de vele collega's in Noord-Holland. Ook in de Zaan is de huisarts een schaars goed geworden waardoor goede zorg op de tocht staat. Zeker nu de artsen niet hoeven te rekenen op financiële steun voor praktijkondersteuning waarvan onder andere een HBO-opgeleide verpleegkundige in dienst genomen kan worden. De hand in eigen boezem stekend zegt Carpentier: ,,We hebben een organisatie die niet gewend is het spel politiek te spelen. Daar hebben we geen tijd voor. De gevolgen krijgen we vervolgens op ons bord. We zagen de overeenkomst als een glimmende kerstbal. Daar waren we heel blij mee. Ondertussen vergaten we de kleine lettertjes te lezen en nu het geld op is zitten we samen met onze patiënten met de ellende. Binnen onze beroepsgroep wordt dit het kerstballenconvenant genoemd. We waren zo blij dat de steun van de grond kwam dat we nergens meer naar hebben gekeken.''
Lamgeslagen
Stelder valt bij: ,,Het lamgeslagen gevoel van collega's is voelbaar als je met elkaar praat. Iedereen maakt zich grote zorgen over de toekomst. En voorlopig zien we geen licht in de tunnel. We moeten onze hoop vestigen op de nieuwe regering.'' Woordvoerder P. Iedenburg van het ministerie van volksgezondheid, welzijn en sport (VWS) kan niet anders doen dan de komst van een nieuwe regering af te wachten. ,,Er is geen geld meer voor de praktijkondersteuning. Ik weet dat de minister plannen heeft om huisartsen te steunen. Maar door het demissionaire karakter van het kabinet is de uitvoering van die plannen vooralsnog niet aan de orde. Wel mogen individuele verzekeraars in hun eigen regio's huisartsen zo nodig ondersteunen.''
Ondersteunen
Woordvoerder K. Pielaert van Univé is van die laatste opmerking niet onder de indruk: ,,Wij willen de huisartsen wel degelijk ondersteunen, maar we mogen niet. Simpelweg omdat we aan de wet zijn gehouden. Nu zegt VWS dat we op eigen houtje wel steun mogen geven. Dat klopt ten dele. De verzekeraars mogen voor de praktijkondersteuning geen premiegelden gebruiken. Alleen als we ergens nog een potje hebben, mag het van Den Haag. Nou zo'n potje is er niet dus zijn alle aanvragen voor nieuwe projecten bevroren. Alleen artsen die al draaien, kunnen op steun rekenen. Dat er iets moet gebeuren is evident. Huisartsen en verzekeraars hebben hetzelfde belang. Dat is het in stand houden van een goede medische zorg. Want als dit zo doorgaat hebben we binnen vijf jaar in Noord-Holland nauwelijks nog een huisarts over. Daarom hopen we dat het nieuwe kabinet ons de ruimte geeft om praktijkondersteuning weer mogelijk te maken.''
Beide huisartsen stellen zich inmiddels op het standpunt: 'eerst zien en dan geloven.''