Naar de inhoud

Liefde sterft nooit

Bron: Apeldoornse Courant

Liefde sterft nooit
‘Ga ik dan dood?‘, wilde de 11-jarige Imre weten, nadat zijn behandelend arts hem in het ziekenhuis had verteld dat er geen medicijnen meer waren tegen de kanker waar hij aan leed. ‘Dat denk ik wel‘, zei de arts schuchter. ‘Dat vind ik gemeen‘, riep Imre in wanhoop. ‘Ik wist het wel, maar zó had ik het niet willen horen.‘. ‘Toen de arts weg was wierp hij zich in mijn armen en zei: ‘‘Wil jíj mij begraven‘‘.‘ Hans Stolp herinnert het zich nog levendig uit de periode dat hij pastor was het in Academisch Ziekenhuis in Groningen.

‘Kinderen die sterven spreken over de dood in symbolentaal en ze hebben hun eigen termen voor de overgang naar die andere, geestelijke wereld. Imre praatte erover in termen als ‘naar huis gaan‘, ‘vogels in de vensterbank‘ en die ene ‘gouden vogel‘ die hem zou komen ophalen. Andere kinderen zeggen: we gaan naar oma, of ze tekenen een vlinder. Een vlinder die zich ontpopt en bevrijd wegvliegt. Vrijwel alle kinderen die ik heb meegemaakt in het ziekenhuis wisten dat ze gingen sterven, óók Imre, alleen ze praatten er nooit over in termen van dood, want dat zijn volwassen termen. Daarom reageerde Imre zo furieus op zijn arts.‘

STERK
Kinderen gaan heel natuurlijk om met sterven, weet Stolp, uit eigen ervaring. ‘Sommige wetenschappers vinden dat je kinderen niet moet vertellen dat ze gaan sterven, want dat maakt het voor hen zo moeilijk. Maar daar ben ik het niet mee eens. Dan laat je hen in de steek. Juist als je meegaat in hun symbolentaal kun je ze echt ontmoeten in die indringende laatste fase. Van kinderen heb ik geleerd hoe sterk het onbewuste weten in ons leeft, en hoezeer wij in de diepere lagen van onze ziel op de dood worden voorbereid, ook al komt die onverwacht.‘

Hans Stolp (60), oud-televisiepredikant van de Ikon, tegenwoordig pastor in den lande, schrijver en cursusleider, roert de (symbolen)taal van stervenden aan in zijn nieuwe boek Als een geliefde sterft. ‘Mensen die achterblijven willen meestal toch weten wat een geliefde nou heeft bedoeld toen hij voor het sterven nog bepaalde opmerkingen maakte of dingen deed, die hij anders nooit deed, en ook hoe het nou verder gaat na de dood.‘

‘Het houdt mijzelf ook al heel lang bezig. Met name in het oorspronkelijke christendom heb ik in de afgelopen levensjaren aanknopingspunten kunnen vinden dat er werkelijk na de dood een verder leven is in een geestelijke wereld, en dat er verbinding blijft tussen de overleden geliefde en de achterblijvers.‘

VERSCHIJNING
‘Het mooie is dat inmiddels uit een Amerikaans onderzoek is gebleken dat meer dan vijftig procent van de mensen rond of na de dood van een geliefde tekenen of een verschijning hebben gehad. Ik heb dat zelf ook ervaren. Toen mijn broer overleed - hij was toen vijfendertig, ik dertig - heb ik tot drie keer toe een duidelijke verschijning van hem gehad. Steeds was er een stralend licht, waarvan ik heel erg blij werd. De derde keer verscheen hij met een ring om zijn middelvinger, waarvan ik de betekenis toen niet wist.‘

‘Bij die derde keer voelde ik dat het de laatste keer was dat hij was gekomen. Het heeft mij de kracht gegeven door te gaan, want ik wist dat mijn broer nu deel uitmaakt van een hoger en groter geheel. Later heb ik ontdekt in literatuur dat een ring om de middelvinger staat voor de voltooiing van een omvormingsproces. Het klopt ook met mijn overtuiging dat er ontmoetingen zijn tussen boven en beneden en dat overledenen vanuit hun hogere geestelijke wereld boodschappen doorgeven aan de achterblijvers op aarde, bijvoorbeeld dat ze gelukkig zijn in hun nieuwe wereld. Zij zien een hogere waarheid.‘

‘Nadat mijn broer overleed ben ik pastor geworden in het Academisch Ziekenhuis in Groningen. Ik kon toen nog niet over de dood de dingen zeggen die ik nu kan zeggen. De omstandigheden waren ook heel anders. Als er iemand overleden was, predikte ik regelmatig in een crematorium achter een kille witmarmeren lessenaar. Een rood lampje op die lessenaar gaf aan hoeveel speektijd ik had. Ping!, ging dat ding na 25 minuten, en dan stond geschreven in elektronische rode letters: uw spreektijd is voorbij. Ik moest er bijna om schaterlachen, zo absurd was het.‘

‘Tegelijkertijd is zoiets natuurlijk respectloos voor de dood en alles wat zich daaromheen afspeelt. Sterven is zo indringend. In mijn boek probeer ik de gevoelens te verwoorden waar de achterblijvers doorheen gaan na de dood van een geliefde. En ik ben me er heel erg van bewust, dat, hoezeer je ook kunt geloven in een diepere betekenis van de dood, het doorleven van het verdriet na het sterven van een geliefde een heel teer proces is. In het boek probeer ik daar begrip voor te kweken, vooral ook bij buitenstaanders die het nog nooit hebben meegemaakt.‘

‘Mensen die een geliefde hebben verloren voelen zich zo vaak slecht begrepen. Ik hoorde van een moeder die een dochter had verloren dat iemand na de crematie zei: gelukkig heb je nóg een dochter. Dat komt hard aan. Wij willen vaak te veel rationaliseren rond de dood. Mensen, denk ik dan, durf eens machteloos en woordeloos te zijn. Durf in stilte mee te voelen met die ander.‘

DICHTBIJ
‘Ik heb zelf ook moeten leren hoe goed het is om in stilte bij mensen te zijn die gaan sterven, maar zeker ook bij mensen die achterblijven en die een geliefde hebben verloren. Je hoeft als hulpverlener niet iemand uit alle macht uit zijn wanhoop te halen. Verwerken van de dood van een geliefde is een geheim, dat zich in het diepste van een mens afspeelt. Er is een innerlijke kracht die de rouwende leidt, ook al beseffen velen dat op dat moment niet. En of je die kracht nou God noemt, of Mohammed, of het Hogere Zelf, maakt niet uit.‘

‘Vaak ervaren mensen een gestorven geliefde direct na de dood nog heel dichtbij, maar dan wordt na een paar dagen de verbinding ijler. Het is net alsof een stervende de tijd heeft genomen zich los te maken. Bij kinderen merk je dat ze in de laatste fase voor het sterven niet meer willen dat hun ouders ze vasthouden. Ze móeten los zien te komen van deze wereld, en dat kan niet als ouders je alsmaar omarmen.‘

‘Het sterven is vaak zo indringend dat mensen die achterblijven er blijvend door veranderen. Ze worden liefdevoller en zachter. Natuurlijk, er zijn ook mensen die verharden rond de dood, die bitter worden. Laatst nog kreeg ik een brief van een mevrouw: u gaat zeker weer een romantisch boek schrijven over de dood, ík ben blij dat mijn man dood is. Bij mij komt dan wel op: hopelijk voelt ze zich eindelijk vrij.‘

DONKER
‘Meestal gaat het niet zo en ervaren mensen na de dood van een geliefde vooral de pijn van het verlies, en een blijvende verbondenheid met de gestorvene, hoewel dat laatste vaak pas gebeurt nadat men echt door een donkere gang is gegaan. Johannes van het Kruis heeft het daar ook over, de donkere nacht. Geen enkele donkere nacht duurt eeuwig. Er komt een moment van weer licht zien, weer zin hebben in het leven, weer de lente kunnen voelen.‘

‘Dat neemt niet weg dat ik volop besef door alle gesprekken die ik heb gevoerd hoe donker een nacht kan zijn, en hoe groot de wanhoop van mensen kan zijn. Ik herinner me een vrouw die na een echtscheiding twee kinderen had verloren door ziekte. Ze was kapot en stond aan de rand van de afgrond. En toch kreeg ik op een gegeven moment een brief van haar: ik heb een man ontmoet, voor wie ik me weer wil openstellen, en ze zei ook: op een nacht is het gebeurd, ik voelde dat ik weer wilde leven, er is aan mij gewerkt. Kort daarop heb ik haar ontmoet. Ze zei: er is weer liefde. Voor haar heb ik het diepste respect.‘

VOLENDAM
‘Zoiets is dan een heel mooie afloop van een rouwproces. Maar er zijn natuurlijk ook mensen die het niet kunnen volbrengen. Zo‘n proces eindigt met zelfdoding. Ik zal daar geen oordeel over uitspreken, en ik ben ervan overtuigd dat de hogere wereld dat ook niet doet. Ik zeg wel tegen de mensen die bij mij komen: probeer er doorheen te komen, ik geloof dat je met een bepaalde opdracht hier op aarde bent gekomen en dat het je taak is die uit te voeren.‘

‘Ik heb het er ook over op m‘n cursussen Omgaan met gestorvenen die ik jaarlijks een paar maal geef. Binnenkort krijg ik een grote groep uit Volendam. Hopelijk kan ik hen iets meegeven over die verbinding tussen gestorvenen en hun geliefden, mogelijk hebben ze er al wat van ervaren. Ze mogen zich getroost weten dat er hoe dan ook rond dood en leven een geheim is dat ze kunnen beleven en dat je hulp krijgt uit die onzichtbare wereld om wonden te laten helen en liefde in je leven weer te laten opbloeien. Als ik een ding zeker weet na alles wat ik heb gehoord en heb ervaren rond de dood is het dat liefde nooit sterft.‘

Als een geliefde sterft, over afscheid nemen en verdergaan. Uitgeverij Ankh-Hermes Deventer, ISBN 9020282948, 13,50.

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.