Jongelui moeten zich wel laten horen
Jongelui moeten zich wel laten horen
De behoefte van jongeren -om elkaar te ontmoeten, is van alle tijden. En in Volendam heeft dat ritueel van ontmoeting zich door de jaren heen op verschillende manieren voltrokken. Eerst werd het 'rondje' gelopen, toen kwamen de tenten en garageboxen en na een gemeentelijk verbod daarop, werden de jongeren naar de straat verbannen. Zo deed volgens Jaap Schilder het fenomeen hangjongeren zijn intrede in Volendam. Dat jonge mensen elkaar kunnen ontmoeten op een plek die zij zelf uitzoeken en waar ze zich lekker voelen, is een algemene behoefte. De vaders en moeders van heden liepen in hun jongerenjaren urenlang 't rondje Julianaweg - Edammerweg - Stationstraat - Zeestraat - Julianaweg, een afstand naar schatting nog geen kilometer; na een paar keer draaiden ze om en liepen het zelfde rondje in tegengestelde richting. Dit circuit zag elke avond zwart van het volk en het was heel belangrijk om eraan mee te doen, anders kreeg je nooit verkering. Het was de puurste vorm van zien en gezien worden. Als je het circuit afliep, kwam je langs bioscooptheater Amvo met de 'midgetgolfhaan' er tegenover, je passeerde twee populaire cafetaria's en in het midden van het gebied lag jongerencentrum Pius X. Als je je verveelde, ging je daar heen. Amvo, Pius X en de midgetgolf zaten elke avond vol, maar het rondje moest je 's avonds beslist een paar keer lopen. De laatste nieuwtjes werden uitgewisseld, er werd gekeken wie met wie ging. er werden plannen gemaakt voor het weekeinde of het afgelopen weekeinde werd besproken. er werd geklaagd over school en over bergen huiswerk. Nee, je verveelde je absoluut niet in het centrum van Volendam.
Garageboxen
Het rondje is in ongerede geraakt toen de tenten en garageboxen in Volendam opgang maakten. Daar hadden jongeren een echte plek voor zichzelf waar ze vrienden en vriendinnen konden ontmoeten; nadeel was wel dat je altijd met je eigen groep zat en geen anderen zag. Nadat de gemeente in 1990 de tenten en garages had verboden, ontstonden de zogeheten 'hangplekken'. Het 'Zien en Gezien Worden' werd weer belangrijk. Een hangplek is in feite een informele jongerenvoorziening waar jonge mensen elkaar ontmoeten en contact met elkaar hebben; je hoeft geen lid te zijn van een hangplek, je bent vrij om te komen, als je geen zin meer hebt, zoek je een andere plek, kortom, je bent er eigen baas. En als je e wordt weggestuurd, ga je gewoon ergens anders staan. Er is op zich dus niks mis met een hangplek, integendeel. Maar omwonenden ondervinden vaak veel last als ze in de buurt van zo'n plek wonen. In Volendam zijn de groepen behoorlijk groot, tot wel zeventig personen. Als iedereen zou fluisteren, zou dat al een behoorlijke herrie maken en er wordt niet veel gefluisterd.
En als je jong bent, heb je altijd trek, dus haal je ergens snoep of een patatje en waar moet je met het afval naartoe? Na verloop van tijd kwamen er klachten binnen bij de gemeente en daarom werd het JIP in Volendam geïntroduceerd, en iets later Buurtbeheer. Allebei instanties die onder andere tot taak hadden de overlast door hangjongeren te onderzoeken en te proberen deze bij te sturen. Het JIP had trouwens nog veel meer taken en een groot deel van de Volendammer jongeren heeft de weg naar het gebouwtje aan de Kreil wel eens gevonden. Maar de overlast werd niet minder, alle goede bedoelingen ten spijt. De term 'hangjongeren' heeft een enigszins negatieve klank; hij verwijst naar jongeren die ergens rondhangen. en dat duidt op niets doen en je vervelen. Wat is het verschil tussen jongeren die elkaar op hun 'hangplek' ontmoeten en hun ouders als die vroeger hun Rondje liepen? Er is tegenwoordig eigenlijk minder te doen dan vroeger. Missen de huidige jongeren een bioscoop? Of een midgetgolfbaan? Of missen ze een jongerencentrum in hun buitenwijk? En in het weekeinde is er eigenlijk ook weinig te doen, behalve de bar en af en toe een optreden van een band, meestal in Pius X. Maar Pius X mag bijna niets meer doen, omdat het in een zwaar verouderd gebouw zit; eigenlijk nog steeds hetzelfde gebouw als waar de ouders van de huidige jongeren vroeger heen gingen.
Voorstellen
De gemeente heeft nu het plan opgevat een straathoekwerker aan te stellen die met de jongeren op straat in contact moet komen en onderzoeken waar ze behoefte aan hebben. Ik stel voor dat de jongelui zich laten horen hij deze nieuwe jongerenwerker, en zelf met voorstellen komen opdat oplossingen worden gevonden voor de overlast. Want jongelui zullen elkaar altijd blijven ontmoeten, wat er ook wordt geregeld. En dat moet ook! En tussen haakjes, elke jongere in Volendam is altijd welkom in Pius X, zes dagen van de week. En wie een goed idee heeft, is helemaal welkom. En als Pius X over een jaar of twee een nieuw en modem gebouw heeft, moet je eens zien wat daar dan allemaal mogelijk is, in een gebouw dat je Ziet en dat Gezien Mag Worden!
Jaap Schilder is directeur van het Club- en Buurthuiswerk Volendam.