Naar de inhoud

Toelichting op regeling tegemoetkoming in kosten nieuwjaarsbrand Volendam

Bron: UPN

Toelichting op regeling tegemoetkoming in kosten nieuwjaarsbrand Volendam

 

Algemeen

Deze regeling heeft tot doel om getroffenen en naasten financieel tegemoet te komen in de nadelige financiële gevolgen die zij vanaf 1 januari 2002 hebben ondervonden of tot 1 januari 2007 zullen ondervinden door letsel als rechtstreeks gevolg van de nieuwjaarsbrand in Volendam. Deze regeling heeft niet tot doel om een volledige schadeloosstelling te bieden voor geleden materiële letselschade.

 

Waar in de tekst gesproken wordt over “hij” of “zijn” mag ook gelezen worden “zij” respectievelijk “haar”.

 

Toelichting op deel van definities artikel 1

 

De ramp:

De brand die op 1 januari 2001 heeft plaatsgevonden in het pand aan de Haven 154-156 in de gemeente Edam-Volendam.

 

Getroffene:

Een nog in leven zijnde natuurlijke persoon die op het moment van het ontstaan van de brand in het pand aan de Haven 154-156 in de gemeente Edam-Volendam aanwezig was en als direct gevolg van de ramp letsel heeft opgelopen.

 

Naaste:

Dit zijn de juridische aanduidingen van ouders, broers en zussen. Bij partners is uitgegaan van  echtgenoot of (geregistreerd) partner. Gezien de veelal jeugdige leeftijd van de (overleden) getroffenen zal de laatste categorie: “partner” het meeste voorkomen. Hieronder zal worden verstaan “duurzame relatie” waarbij de relatie ten tijde van de brand reeds enige tijd (6 maanden of langer) moet hebben bestaan en aan de “partner” gevraagd zal worden schriftelijk te verklaren dat sprake was/is van een duurzame relatie. 

 

Overleden Getroffene:

Natuurlijk persoon die ten gevolge van de ramp is overleden.

 

Aanvrager:

Iedereen die getroffene of naaste is in de zin van deze regeling, kan een aanvraag voor toekenning van een bijdrage bij de Stichting indienen. Een aanvraag wordt door de Stichting slechts in behandeling genomen indien de aanvrager hiervoor een standaard aanvraagformulier gebruikt dat de Stichting op verzoek verstrekt. Erfgenamen kunnen eveneens een aanvraag indienen, tenzij artikel 3 van toepassing is. Is de aanvrager niet in staat het aanvraagformulier in te vullen en/of te ondertekenen, dan kan hij een derde daartoe schriftelijk machtigen. Ouders zijn als wettelijk vertegenwoordigers bevoegd de aanvraag namens hun minderjarige kinderen in te dienen.

 

Letsel:

Het kan zowel een lichamelijke als psychische aandoening betreffen. De medisch adviseur zal op grond van de normen die in de geneeskunde worden gehanteerd, advies aan de uitvoeringsinstantie uitbrengen over de vraag of er sprake is van letsel dat door de ramp is veroorzaakt. Indien een getroffene stelt gezondheidsklachten als gevolg van de ramp te ondervinden, maar daarvoor geen medische oorzaak en/of verband met de ramp kan worden aangetoond, komt hij niet voor een bijdrage op grond van deze regeling in aanmerking.

 

Medische hulpmiddelen:

De bijdrage in de kosten van de hulpmiddelen zijn beperkt tot de hulpmiddelen die zijn opgenomen in de Regeling Hulpmiddelen van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport zoals laatstelijk gewijzigd bij besluit van 27 november 2001 (Stcrt. 29 november 2001, nr. 232). Deze regeling is gebaseerd op het Verstrekkingenbesluit Ziekenfondsverzekering. Zie ook de toelichting bij artikel 4.

 

Voorzieningen:

Het betreft hier de voorzieningen zoals genoemd in artikel 2 en 3 van de Wet Voorzieningen Gehandicapten. Hieronder vallen onder meer woonvoorzieningen, vervoersvoorzieningen en rolstoelen ten behoeve van de deelneming aan het maatschappelijk verkeer. Tevens komen voorzieningen als genoemd in artikel 6 van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten voor een bijdrage in aanmerking. Zie ook de toelichting bij artikel 4.

 

Medisch beroepsbeoefenaar:

Een financiële bijdrage wordt alleen verstrekt voor de handelingen die zijn verricht door beroepsbeoefenaren die zijn ingeschreven in de registers zoals genoemd in artikel 3 van de Wet op de Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg (de wet BIG). Daarnaast betreft het de beroepsbeoefenaren zoals aangewezen op grond van artikel 34 van de Wet BIG. Als medisch beroepsbeoefenaren worden voorts de algemeen erkende therapeuten (zoals manueel therapeuten, chiropractors en ergotherapeuten) aangemerkt.

 

Medisch adviseur:

Een medisch adviseur zal op grond van normen die in de geneeskunde worden gehanteerd, advies aan de Stichting uitbrengen over de vraag of er sprake is van letsel dat door de ramp is veroorzaakt en of de gevorderde kosten zijn gemaakt op medische indicatie. Indien dat het geval is en blijkt dat de aanvrager geen bijdrage uit andere hoofde voor de kosten heeft kunnen verkrijgen, zal de Stichting een bijdrage op grond van deze regeling verstrekken. Indien een getroffene of naaste stelt gezondheidsklachten als gevolg van de ramp te ondervinden, maar daarvoor geen medische oorzaak en/of verband met de ramp kan worden aangetoond of er geen medische indicatie bestaat voor de gevorderde kosten, komt hij niet voor een bijdrage op grond van deze regeling in aanmerking.

 

Medisch deskundige:

Het betreft een medisch specialist die is ingeschreven in het register van de medische specialisten registratiecommissie van de Koninklijke Nederlandsche Maatschappij ter bevordering der Geneeskunst. Hierbij valt onder meer te denken aan chirurgen en psychiaters.

 

Medische kosten:

Het betreft kosten van een (para)medische behandeling door een medisch beroepsbeoefenaar en/of een zorginstelling.


Medische indicatie:

Om voor een bijdrage in aanmerking te komen dienen er medisch wetenschappelijke redenen te zijn om bepaalde medische handelingen te ondergaan (= medische indicatie). Deze redenen moeten worden vastgesteld door een daartoe als deskundig aan te merken persoon (bijvoorbeeld de huisarts of specialist) of instituut (bijvoorbeeld het Regionaal Indicatie Orgaan) of door een door de Stichting aan te wijzen persoon. De kosten die als gevolg van de behandeling op medische indicatie zijn gemaakt, komen, met in achtneming van het in de regeling bepaalde, voor een bijdrage in aanmerking.

 

Studievertraging:

Ingeval van studievertraging dient door de aanvrager aangetoond te worden dat hij tenminste één school- of studiejaar vertraging heeft opgelopen van een volledige opleiding bij één van de beschreven studies ten gevolge van zijn letsel veroorzaakt door de ramp. Het staken van de studie wordt met studievertraging gelijkgesteld. Indien de onderwijsinstelling het school- of collegegeld heeft gerestitueerd dan wel kan restitueren, wordt geen vergoeding verstrekt op basis van deze regeling. Zie ook de toelichting bij artikel 4.

 

Uitkering:

Een uitkering op grond van de sociale zekerheidswet- en regelgeving, zoals bijvoorbeeld een uitkering op grond van de Werkloosheidswet, de Algemene Bijstandswet of de Wet op de Arbeidsongeschiktheid of Wet Arbeidsongeschiktheid Jonggehandicapten (WAJONG).

 

Zorginstelling:

De zorginstelling moet toegelaten zijn in het kader van de AWBZ of Ziekenfondswet. Voor Duitsland en België gaat het om instellingen die soortgelijk zijn aan de instellingen in Nederland. Het oordeel hieromtrent is voorbehouden aan de Stichting.

 

Gezamenlijke huishouding:

Een gezamenlijke huishouding is onder meer aanwezig indien de personen hun hoofdverblijf in dezelfde woning hebben; en

1.       met elkaar zijn gehuwd of een geregistreerd partnerschap zijn aangegaan; of

2.       een geldend samenlevingscontract hebben afgesloten; of

3.       gezamenlijk zorg dragen voor de verzorging en opvoeding van kinderen.

 

Uiteraard zijn er ook nog andere vormen van gezamenlijke huishouding mogelijk. Zo is het ook mogelijk dat iemand alleen een huishouden vormt. Een eenpersoonshuishouden wordt gelijk behandeld als een gezamenlijke huishouding.

 

Stichting:

Hieronder wordt verstaan de Stichting Uitvoeringsorganisatie Personenschade Nieuwjaarsbrand die is opgericht door de gemeente Edam-Volendam en de Stichting Nationaal Fonds voor de hulpverlening aan de Slachtoffers van de Nieuwjaarsbrand in Volendam (verder: SSNV).

 

Studie:

Hieronder wordt verstaan een volledige opleiding als bedoeld in Wet Educatie en Beroepsonderwijs, de Wet op het Hoger Onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek, de Wet op het Voortgezet Onderwijs dan wel een volledige opleiding in het voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de Wet op de Expertisecentra.

 

Studiekosten:

Het betreft hier gemaakte kosten ten behoeve van studie anders dan school- of collegegeld. Gedacht dient te worden aan noodzakelijke materialen of reiskosten voor het volgen van een opleiding buiten de woonplaats.

 

Toelichting op artikel 2

Personen die niet rechtmatig in Nederland verbleven en die letsel door de ramp hebben opgelopen, komen niet voor een bijdrage in aanmerking.

 

Wanneer een getroffene is overleden of tijdens de behandeling van zijn aanvraag overlijdt, kunnen zijn erfgenamen (rechtsopvolgers onder algemene titel) eveneens een aanvraag indienen respectievelijk in de rechten van de getroffene treden, tenzij het bepaalde in artikel 3 van toepassing is. De erfgenaam kan dan aanspraak maken op een bijdrage voor de kosten die de getroffene vóór zijn overlijden vanwege zijn letsel heeft gemaakt. Het gaat hier dus om het financiële nadeel van de getroffene. Voor kosten door de erfgenaam gemaakt in verband met het overlijden van de getroffene (zoals begrafeniskosten) wordt geen tegemoetkoming verstrekt.

 

Toelichting op artikel 3 (samenloop)

De getroffene, naaste of rechtsopvolger onder algemene titel komt slechts in aanmerking voor een bijdrage in zijn kosten als de schade niet op grond van andere wet- en regelgeving (zoals onder meer de Wet Voorzieningen Gehandicapten, de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, de Ziekenfondswet of de ten behoeve van de ramp opgestelde regelingen zoals de regelingen van de gemeente en de SSNV), is vergoed of kan worden vergoed. Onder artikel 3 wordt mede begrepen het geval dat een getroffene of naaste voor vergoeding van kosten op grond van andere wet- en regelgeving in aanmerking kan komen maar door redenen die zijn toe te rekenen aan aanvrager zelf niet voor vergoeding in aanmerking zijn gekomen of zullen komen. Dit geldt ook voor voorzieningen in natura.

 

Door de SSNV uitbetaalde vergoedingen, berekend op basis van het aantal ligdagen in het ziekenhuis, vallen niet onder dit artikel voor zover niet te herleiden is of en zo ja welke kosten hieruit zijn vergoed. De nog bestaande regelingen die de gemeente Edam-Volendam ten behoeve van de ramp heeft opgesteld, zullen uiterlijk per datum inwerkingtreding van de onderhavige regeling worden stopgezet. Eventuele uitbetalingen door de gemeente Edam-Volendam op grond van de gemeentelijke regelingen voor gemaakte kosten na 1 januari 2002 zullen in beginsel niet worden verrekend. Echter, het is niet mogelijk om voor gemaakte en specifiek te duiden kosten die geheel of gedeeltelijk door de gemeente Edam-Volendam en/of SSNV zijn of worden vergoed een (aanvullende) tegemoetkoming op grond van de onderhavige regeling te ontvangen. Het moet dan gaan om duidelijke gevallen waarin sprake zou zijn van een dubbele vergoeding van éénmaal gemaakte kosten.

 

Wanneer de getroffene voorzieningen in natura heeft ontvangen of zou kunnen ontvangen, zoals verstrekking van hulpmiddelen en zorg in natura op basis van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (waaronder ook het persoonsgebonden budget), wordt daarmee  rekening gehouden. Kosten die door een (particuliere) verzekeraar of op een andere manier al zijn vergoed of zouden kunnen worden vergoed, komen evenmin voor een bijdrage in aanmerking. Om die reden wordt de getroffene verzocht bij zijn aanvraag opgave te doen van de gegevens van zijn ziektekostenverzekering en gegevens te verstrekken over reeds uit anderen hoofde verrichte of te verrichten betalingen.

 

Reden voor deze bepaling is dat de regeling is bedoeld als aanvulling op al bestaande voorzieningen en verzekeringen. Een getroffene, naaste of diens rechtsopvolgers onder algemene titel kunnen geen aanspraak maken op een dubbele vergoeding voor dezelfde kosten. Dit houdt in dat de getroffene of naaste, voordat hij aanspraak kan maken op een bijdrage op grond van deze regeling, in redelijkheid te verwachten inspanningen moet verrichten om de nadelige financiële gevolgen van de ramp op andere wijze in geld of in natura vergoed te krijgen. Dit geldt ook voor de rechtsopvolgers onder algemene titel.

 

Toelichting op artikel 4

Regresnemers, zoals onder meer verzekeraars en werkgevers vallen buiten deze groep en kunnen geen aanspraak maken op een bijdrage.

 

Lid 1

In lid 1 van dit artikel wordt een opsomming gegeven van de kosten, waarvoor de getroffene een bijdrage kan ontvangen. Vereist is dat de kosten voortvloeien uit behandeling op medische indicatie en het gevolg zijn van letsel dat de getroffene door de ramp heeft opgelopen. Kosten die zijn of moeten worden gemaakt voor reeds bestaand of niet door de ramp veroorzaakt letsel, zijn van bijdrage uitgesloten.

 

De getroffene zal moeten aantonen dat de kosten zijn gemaakt als gevolg van een behandeling op basis van een medische indicatie. Hij kan dit doen door een

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.