Naar de inhoud

Overzicht van (vermeende) incidenten tijdens de gemeenteraadsverkiezingen van 6 maart 2002

Bron: Tweede Kamer

Overzicht van (vermeende) incidenten tijdens de gemeenteraadsverkiezingen van 6 maart 2002

Gemeente Oudewater: ronselen van volmachtbewijzen
Tijdens de openbare zitting van het hoofdstembureau voor de gemeenteraadsverkiezingen in de gemeente Oudewater werden door vertegenwoordigers van twee politieke groeperingen vermoedens geuit betreffende het ronselen van volmachten door de lijsttrekker van een van de andere aan de verkiezing deelnemende politieke groeperingen. Overeenkomstig artikel P 22 van de Kieswet zijn de ingebrachte bezwaren in het proces-verbaal van de zitting vermeld. Na de zitting werden door een van
de andere politieke groeperingen schriftelijk twijfels geuit over de eerlijke uitkomst en de geldigheid van de gehouden verkiezing, omdat er aanwijzingen zouden zijn dat er door de hierboven bedoelde groepering oproepingskaarten (volmachtbewijzen) zouden zijn geronseld. Op verzoek van de gemeente Oudewater zijn door het Call centre Verkiezingen, dat door de Kiesraad en mijn ministerie gezamenlijk was ingericht, de wettelijke procedures toegelicht. Overeenkomstig de Kieswet heeft de burgemeester van Oudewater, na de vergadering van de gemeenteraad waarin werd besloten omtrent de geldigheid van de stemming en de toelating van de nieuwbenoemde leden, aangifte gedaan bij het Openbaar Ministerie. Vervolgens is door het Openbaar Ministerie een onderzoek ingesteld, dat inmiddels tot een veroordeling wegens ronselen van volmachten heeft geleid.

Het is op grond van artikel V 2 van de Kieswet voorbehouden aan de gemeenteraad om te beoordelen of (vermoedens van) ronselpraktijken dienen te leiden tot het niet toelaten van een of meer nieuwe leden. Ook kan de raad besluiten tot een herstemming in een of meer stemdistricten, wegens de ongeldigheid van de stemming aldaar. De raad kan ten behoeve van het onderzoek van de geloofsbrieven en de geldigheid van de stemming desgewenst de verzegelde pakken met stembiljetten,
oproepingskaarten e.d. openen. De raad van de gemeente Oudewater heeft op 12 maart 2002 besloten tot toelating van de benoemde leden. De stemming werd derhalve niet ongeldig verklaard. Onafhankelijk van het onderzoek van de geloofsbrieven door de gemeenteraad kent de Kieswet de mogelijkheid van een strafrechtelijk onderzoek. In het onderhavige geval is daarbij met name artikel Z 8 van de Kieswet van belang, dat bepaalt dat degene die stelselmatig personen aanspreekt of anderszins benadert teneinde hen te bewegen het formulier op hun oproepingskaart, bestemd voor het stemmen bij volmacht, te ondertekenen en deze kaart af te geven, strafbaar is. Indien het vermoeden van ronselen van volmachtstemmen is gerezen, is de burgemeester bevoegd om de verzegelde pakken te openen. De burgemeester kan dan na onderzoek van de desbetreffende bescheiden een oordeel vellen over de vraag of het wenselijk is, aan het Openbaar Ministerie te verzoeken een justitieel onderzoek in te stellen. Hij kan de verzegelde pakken echter pas ten behoeve van een justitieel onderzoek aan de officier van justitie overdragen, nadat de gemeenteraad over de toelating van de gekozen leden heeft beslist, omdat anders een onderzoek van de pakken in het kader van het geloofsbrievenonderzoek zou kunnen worden doorkruist (artikel N 13 van de Kieswet). De burgemeester van Oudewater heeft, overeenkomstig het vorenstaande, na de vergadering van de gemeenteraad waarin de nieuwgekozen leden werden toegelaten, aangifte gedaan bij het Openbaar Ministerie. Vervolgens is door het Openbaar Ministerie een onderzoek ingesteld, dat inmiddels tot een veroordeling wegens ronselen van volmachten heeft geleid.

Gemeente Lith: vermoedens van ronselen van volmachtbewijzen
Evenals in Oudewater, rezen ook in de gemeente Lith vermoedens dat er volmachtbewijzen werden geronseld. In deze gemeente, waar het aantal volmachtstemmen normaal gesproken reeds hoger ligt dan het landelijk gemiddelde, lag tijdens de afgelopen gemeenteraadsverkiezingen het percentage volmachtstemmen nog hoger dan in deze gemeente gebruikelijk is. Omdat bovendien in Lith geruchten de ronde deden dat er sprake was van ronselpraktijken, besloot de burgemeester – nadat de gemeenteraad de nieuwgekozen leden had toegelaten - aangifte te doen bij het Openbaar Ministerie. Ook deze gemeente had hierover vooraf advies ingewonnen bij het Call centre Verkiezingen. Politieonderzoek naar aanleiding van de aangifte wees uit, dat er onvoldoende bewijs was om te kunnen concluderen dat er sprake was geweest van ronselen van volmachtstemmen als bedoeld in artikel Z 8 van de Kieswet. In overleg met het openbaar ministerie heeft de politie het onderzoek inmiddels beëindigd.

Gemeente Aalten: oproepingskaarten door stembureaulid verscheurd
In zijn brief d.d. 12 maart 2002 vroeg de heer Koot de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, haar invloed aan te wenden om te voorkomen dat de stemming in de gemeente Aalten geldig zou worden verklaard en de na de verkiezing benoemde leden zouden worden toegelaten, terwijl een justitieel onderzoek gaande was naar mogelijke frauduleuze handelingen tijdens de gemeenteraadsverkiezing in deze gemeente. De heer Koot gaf in zijn brief aan dat hij zich tot de commissie wendde, omdat de mogelijkheid om beroep in te stellen tegen de beslissing van de gemeenteraad tot toelating van nieuwbenoemde leden onlangs is  fgeschaft en de door de raad van de gemeente Aalten te nemen beslissing derhalve onherroepelijk zou zijn. De mogelijkheid van beroep bij de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is vervallen door de aanvaarding van een amendement dat door de leden Te Veldhuis en De Cloe werd ingediend tijdens de behandeling van het wetsvoorstel dualisering gemeentebestuur (kamerstukken II 2001/02, 27 751, nr. 73). In een stemdistrict in de gemeente Aalten werd na afloop van de stemming op 6 maart 2002 geconstateerd dat er meer kiezers in het stembureau waren verschenen dan er stemmen waren uitgebracht. Het verschil bedroeg twee stemmen. Om deze aantallen met elkaar in overeenstemming te brengen, hebben de leden van het stembureau twee willekeurige ingeleverde oproepingskaarten uit de stapel gehaald, in de registers het blijk van het verschijnen van de desbetreffende twee kiezers gewist en de beide kaarten vervolgens verscheurd. Na constatering van dit feit heeft de burgemeester van Aalten aangifte gedaan bij het Openbaar Ministerie. Vervolgens is op ambtelijk niveau door de gemeente overleg gevoerd met medewerkers van het Call centre Verkiezingen. De burgemeester heeft dit incident de dag na de stemming in een persverklaring bekendgemaakt. Overeenkomstig de Kieswet heeft de zitting van het hoofdstembureau, tevens centraal stembureau, tot vaststelling van de uitslag van de verkiezing op de tweede dag na de stemming  ormaal plaatsgevonden. Op grond van artikel P 21 van de Kieswet werd ter zitting besloten tot een hertelling van de stemmen in alle stemdistricten. Bij gebruik van een stemmachine, zoals in Aalten het geval was, vindt hertelling plaats door de gegevens die in het (uitneembare) geheugen van de stemmachine zijn vastgelegd opnieuw af te drukken (met behulp van een andere stemmachine) en tevens de overige tellingen (aantallen kiezers die zich hebben gemeld, ingenomen oproepingskaarten,  iezerspassen, volmachtbewijzen, enz.) opnieuw te verrichten. Hertelling werd in dit geval door het centraal stembureau in het bijzonder aangewezen geacht, daar één lijst drie stemmen te kort kwam voor toewijzing van een zetel, en een klein verschil in uitkomst derhalve gevolgen kon hebben voor de zeteltoedeling. De lijst die drie stemmen te kort kwam voor toewijzing van een zetel was de lijst van de politieke groepering “Leefbare Achterhoek”, waarvan de heer Koot lijsttrekker was. De hertelling werd dezelfde dag om 16.00 uur aangevat tijdens de voortzetting van de openbare zitting van het centraal stembureau in de raadzaal van het gemeentehuis. Afgezien van de bovenbeschreven kwestie van de twee verscheurde oproepingskaarten, werden geen verschillen geconstateerd. Vervolgens werd de uitslag van de stemming door het centraal stembureau vastgesteld. Op 11 maart 2002 werd, na de eerdere aangifte door de burgemeester, ook door de heer Koot aangifte gedaan van mogelijke onregelmatigheden. Naar aanleiding van de beide aangiften heeft het Openbaar Ministerie een onderzoek ingesteld. Blijkens een persbericht van het OM d.d. 14 maart 2002 is tijdens dat onderzoek valsheid in geschrifte vastgesteld, veroorzaakt door ondoordacht handelen van de leden van een stembureau. Het betrof de hierboven beschreven handelwijze met betrekking tot de twee “ontbrekende” stemmen. De hoofdofficier van Justitie heeft inmiddels tot sepot besloten, mede omdat de opzet bij de verdachten om fraude te plegen ontbrak, de verdachten direct en zonder omhaal hun fouten hebben erkend en reeds op een andere wijze de gevolgen van hun handelen hadden ondervonden. Het OM kwam tot de conclusie dat strafrechtelijke vervolging onder deze omstandigheden geen maatschappelijk relevant doel diende. In het kader van het onderzoek van de geloofsbrieven van de na de verkiezing benoemde leden, sprak de gemeenteraad zich op 12 maart 2002, mede naar aanleiding van de  ezwaren van de heer Koot, uit over de geldigheid van de stemming. De raad constateerde dat bij de verkiezing in de gemeente Aalten geen andere onregelmatigheid was vastgesteld dan die met de twee oproepingskaarten, en dat deze onregelmatigheid niet van invloed kon zijn geweest op de uitslag van de verkiezing. De raad besloot unaniem de verkiezing uitdrukkelijk geldig te verklaren en de benoemde leden toe te laten. Naar aanleiding van het besluit van de raad heeft de heer Koot mijn  mbtsvoorganger verzocht na te gaan of dat besluit voor vernietiging in aanmerking zou kunnen komen. Op basis van de hierboven weergegeven feiten is geconcludeerd dat ten aanzien van het betreffende besluit van de gemeenteraad van Aalten geen sprake was van strijd met de artikelen 3:2 en 3:4, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht en dat geen aanleiding bestond om de schorsing of vernietiging te bevorderen van voornoemd besluit.

Gemeente Den Haag: niet-bezorgde oproepingskaarten
In de gemeente Den Haag bleek enkele dagen vóór de gemeenteraadsverkiezingen, dat verschillende kiesgerechtigden die in het complex “De Zwarte Madonna” woonden, geen oproepingskaart hadden ontvangen. Dit was aanleiding voor de bewonerscommissie Zwarte Madonna, mijn ambtsvoorganger te vragen een onderzoek in te stellen. Op het moment dat de brief door mijn ministerie werd ontvangen, was de gemeente Den Haag reeds doende, bij alle betrokken kiesgerechtigden in het  omplex een brief te bezorgen met informatie over de wijze waarop zij aan de verkiezing zouden kunnen deelnemen. Zonodig werden duplicaat-oproepingskaarten uitgereikt. In de meeste gevallen konden kiezers echter ook zonder oproepingskaart deelnemen aan de stemming, door zich met een identiteitsbewijs bij het stembureau te melden. Desgevraagd heeft de gemeente Den Haag medegedeeld dat er inmiddels een gesprek heeft plaatsgevonden tussen de gemeente en PTT Post. Volgens de gemeente is uit dat gesprek, noch uit gesprekken met postbestellers komen vast te staan, dat er structureel geen oproepingskaarten zijn bezorgd bij kiesgerechtigden in het complex De Zwarte Madonna. Uit contacten met bewoners van het complex leidt de gemeente af, dat een deel van de bewoners wèl een oproepingskaart heeft ontvangen. Wel werd vastgesteld dat een groot aantal kiesgerechtigden in dat complex geen oproepingskaart heeft ontvangen. Volgens de  emeente is de oorzaak van het nietbezorgen helaas niet te achterhalen.

Gemeente Winschoten: vervalste handtekeningen op volmachtbewijzen
In de gemeente Winschoten werd door de burgemeester aangifte gedaan van verkiezingsfraude, nadat gebleken was dat twee kiesgerechtigden in die gemeenten hun stem niet konden uitbrengen, omdat een ander reeds voor hen gestemd had. Toen zij zich – zonder oproepingskaart - meldden bij het stembureau was in het register achter hun naam reeds de aantekening “volmacht” geplaatst, hoewel betrokkenen niemand volmacht hadden verleend. Deze zaak is door het ministerie alleen uit de pers vernomen. De gemeente heeft geen contact gezocht met het ministerie of de Kiesraad. Later is, zo leid ik af uit de berichtgeving, gebleken dat de echtgenote van een wethouder twee handtekeningen had vervalst. De wethouder is daarop afgetreden. Uitgangspunt is dat het strafrechtelijk onderzoek niet in de weg staat aan de afhandeling van de kiesrechtelijke procedure. De uitslag van de verkiezing is dan ook tijdens de zitting van het centraal stembureau vastgesteld, nadat gebleken was dat de twee stemmen geen invloed konden hebben gehad op de uitslag.

Gemeente Edam-Volendam: klacht over ongevraagde hulp van stembureaulid
In de gemeente Edam-Volendam werd door een kiezer geklaagd dat een lid van een stembureau, tevens (kandidaat-)raadslid, tijdens het helpen van een andere kiezer ongevraagd de stemknop bij zijn eigen naam zou hebben ingedrukt en zodoende een stem op zichzelf zou hebben uitgebracht. Door de burgemeester van Edam-Volendam is, nadat hij advies had ingewonnen bij het Call centre Verkiezingen, aangifte gedaan bij het Openbaar Ministerie. Overeenkomstig de Kieswet is de uitslag van de verkiezing door het centraal stembureau vastgesteld en is door de gemeenteraad beslist omtrent de toelating van de leden. Het openbaar ministerie heeft de zaak na onderzoek geseponeerd wegens gebrek aan bewijs.

Amsterdam Zuid-Oost: klachten over onregelmatigheden
Op de dag van de gemeenteraadsverkiezingen werden in Amsterdam tevens deelraadsverkiezingen gehouden. Tijdens deze beide verkiezingen werden in het stadsdeel Amsterdam Zuid-Oost door verschillende personen (vermeende) onregelmatigheden geconstateerd, waarover vervolgens ook in de pers werd bericht. De gemeente heeft geen contact gezocht met het ministerie of de Kiesraad. De burgemeester heeft echter wel de gemeentelijke ombudsman verzocht de gang van zaken in ogenschouw te nemen. De gemeentelijke ombudsman heeft op 25 juni 2002 rapport uitgebracht (nr. r020034), en concludeert daarin dat er onvoldoende  anknopingspunten zijn om vast te stellen dat er sprake is geweest van fraude of onregelmatigheden. Wel doet de ombudsman de burgemeester een aantal aanbevelingen teneinde het verloop van de verkiezingen te verbeteren.

Rijnmond: alarm wegens brand op een schip
Op de avond van de gemeenteraadverkiezingen brak brand uit op een schip dat voor onderhoud in dok lag te Vlaardingen. Gedurende enige uren loeiden in delen van de gemeenten Schiedam en Vlaardingen de sirenes en werden mensen via de rampenzender opgeroepen binnen te blijven en ramen en deuren te sluiten. In de gemeente Vlaardingen heeft dit ertoe geleid, dat de stemming in één stemlokaal gedurende tien minuten geschorst is geweest. Door de gemeente Vlaardingen zijn verder geen bijzonderheden gemeld. In de gemeente Schiedam zijn twee stemlokalen gedurende ruim een uur niet bereikbaar geweest. De sirenes loeiden echter in een groter gebied dan deze twee stemdistricten. Toen het sein veilig was gegeven, omstreeks 20.00 uur, ontstonden al gauw rijen voor de stemlokalen. Overeenkomstig de Kieswet is vervolgens iedere kiezer die om 21.00 uur in de rij stond nog tot de stemming toegelaten. In Rotterdam-Delfshaven was het gedurende ongeveer een kwartier onduidelijk of er tot schorsing moest worden overgegaan, maar dat bleek uiteindelijk niet nodig.

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.