‘Rare Volendammers’
‘Rare Volendammers’
Dit artikel heeft, zoals in de titel kan worden gelezen, betrekking op de (meeste) lezers van dit blad. Ik ben benieuwd of zo’n artikel wel kan in Volendam, maar ik denk dat ik dat snel genoeg aan de weet zal komen.Ik ben inmiddels ruim een jaar werkzaam als directeur van Het Anker. In dat jaar heb ik veel gezien en geleerd, maar ook heb ik mij over veel dingen verbaasd. In deze krant zal ik daar over vertellen. Vandaag zal ik het hebben over de Volendamse “cultuur”, dat wil zeggen over dat wat omgaat in de hoofden en harten van de Volendammers.
Denken en voelen van Volendammers
Het afgelopen jaar ben ik nog eens extra doordrongen geraakt van de manier waarop wij Volendammers denken en voelen. Dat denken en voelen zal ik in dit artikel toelichten op basis van de ervaringen met de uitvoering van één van de financiële regelingen waarop de getroffenen van de ramp een beroep kunnen doen. De SSNV en de BSNV hebben veel moeite gedaan om voor elkaar te krijgen dat de getroffenen bij blijvende lichamelijke of psychische schade van het Rijk een tegemoetkoming kunnen ontvangen. In totaal is een bedrag van ruim 17 miljoen euro beschikbaar voor de regeling. Als er meer geld nodig is, dan wordt dat door het Rijk bijbetaald. Nu de regeling tot stand is gebracht, blijkt het merkwaardig genoeg ook veel moeite te kosten om rechthebbenden zover te krijgen dat ze gebruik maken van de regeling. Het gaat dan hoofdzakelijk om rechthebbenden die psychische schade hebben opgelopen als gevolg van de ramp. Die schade kan bijv. blijken uit verminderde schoolprestaties of sociale problemen. Na vier voorlichtingsbijeenkomsten en verscheidene oproepen en brieven, hadden zich meer dan 100 getroffen jongeren niet gemeld voor de keuring. Na een Love-uitzending en opnieuw een (persoonlijke) brief, hebben zich nog steeds zo´n 70 jongeren niet gemeld.
Wat zullen ze wel niet zeggen of denken?
Natuurlijk zijn er jongeren die niets mankeren en die zich om die reden niet melden. Dat is begrijpelijk en respectabel. Maar ons bereiken ook geluiden van jongeren die niet willen komen omdat zij bang zijn wat vrienden en anderen ervan zullen zeggen als zij, terwijl ze geen littekens hebben overgehouden aan de brand, zich laten keuren voor een uitkering. Ook horen wij van ouders van jongeren die zeker weten dat hun kind psychische schade heeft opgelopen, maar hun kind wil zelf niet meewerken aan een keuring. Deze geluiden laten overduidelijk zien dat het in Volendam niet gemakkelijk is om ervoor uit te komen dat je psychische problemen hebt, laat staan dat je professionele hulp zoekt. Zelfs als je in verband met psychische problemen recht hebt op een uitkering, laten velen het afweten. Ook onder de jongeren die zich wel hebben laten keuren, zaten er verschillende die volgens de keuringsartsen professionele psychologische hulp nodig hebben. De artsen waren diep onder de indruk van de moed die de jongeren toonden, maar zagen soms ook ernstige psychische problemen. Te hopen valt dat de jongeren die het betreft de vrees voor wat anderen ervan zullen zeggen zullen overwinnen en daadwerkelijk hulp zullen zoeken.
Een abnormale situatie
Volgens traumadeskundigen zijn sociale of psychische problemen als gevolg van de ramp een normale reactie op een abnormale situatie. Tot nu toe hebben zich niet minder dan 400 getroffenen gemeld met zulke problemen. Van de psychologen horen we dat zich nu meer en meer mensen melden die er doorheen zitten. En dat zijn geen aanstellers, net zo min als de hulpverleners “zweverig” zijn. Zo heb ik gesproken met mensen die rondlopen met een schuldgevoel omdat ze tijdens de rampnacht beslissingen hebben genomen waardoor slachtoffers nu misschien slechter af zijn. Ik kan mijzelf goed voorstellen dat je daar onder gebukt kunt gaan. En ik ken psychologen die zulke mensen uitstekend geholpen hebben. Zoals gezegd zijn psychische problemen een normale reactie op een abnormale situatie. Als je professionele hulp zoekt als getroffene zal dus geen enkele hulpverlener denken dat je “gek” bent. Je krijgt ook geen hulp of therapie die wordt gegeven aan mensen die wel “gek” zijn of wat daarvoor doorgaat. De hulp aan getroffenen is in de eerste plaats gericht op stabilisatie, dat wil zeggen dat de getroffene zich in de eigen omgeving weer op zijn/haar gemak voelt. Als er na stabilisatie behoefte bestaat aan de behandeling van trauma’s dan bepaalt de getroffenen zelf wanneer en door welke hulpverlener die behandeling gegeven wordt. In het kort maakt de getroffene zelf uit hoe de hulpverlening verloopt. Je bent dus zo “gek” nog niet als je hulp zoekt wanneer je als gevolg van de ramp niet zo goed in je vel zit.
Nou weer normaal doen
In Volendam is er niet veel ruimte om over emoties te praten en ook zijn er weinig Volendammers die goed weten om te gaan met de emoties van anderen. “Nu weer normaal doen”, is zo’n beetje de minst beladen reactie die je verwachten kunt als je aandacht vraagt voor je emoties. Maar ook al stoppen we in Volendam emoties liever weg, we hebben ze wel degelijk. Als je bijv. met kermis de dijk op gaat dan kun je niet anders dan concluderen dat wij zelfs veel temperamentvoller zijn dan niet-Volendammers. Misschien dat dit komt door Spaanse of joodse invloeden. Frappant vond ik dat Matty Hakvoort, een psychiater die helpt in de nazorg, onze cultuur als “mediterraan” omschrijft, dat wil zeggen: uit het Middellandse Zeegebied. Dat we connecties hebben met dat gebied is wel zeker, gezien het feit dat in Volendam ziektes voorkomen die verder alleen in het Middellandse Zeegebied worden aangetroffen. In een artikel over Volendam in het blad Groeps Psycho Therapie van november vorig jaar, omschreef Matty onze “mediterrane cultuur” als volgt.
“Men is niet op voorhand geneigd psychologische steun te zoeken. Het is een cultuur die je mediterraan zou kunnen noemen, waarin men elkaar herkent in het grote gebaar, in veel en graag actie ondernemen en niet te veel bezig zijn met het gevoelsleven, in ieder geval niet daarover elkaar in vertrouwen nemen. In de gezinnen ligt het zwaartepunt bij de moeder-dochterrelatie, die sterk is (.). En zoals ik al zei, is de psychologische afweer sterk, vooral bij de mannen, maar ook bij de vrouwen, waarbij men nauwelijks gewend is stil te staan bij emoties en verwerkingsprocessen.”
Niet raar doen
Hier wordt ook door een deskundige bevestigd dat het in Volendam raar is om je emoties te tonen. En wie raar doet, zou wel eens buiten de groep kunnen vallen en daar zijn we allemaal als de dood voor. Ik zeg bewust “als de dood” omdat de angst afgewezen te worden door de groep waar iemand toe behoort, volgens vooraanstaande psychologen zelfs dieper kan gaan dan de angst voor de dood. Deze sterke hang naar de groep is ook een belangrijke oorzaak van het wijdverbreide gebruik van drugs in Volendam: jongeren zijn bang hun vrienden kwijt te raken als ze niet meedoen. Emoties zijn het bloed van de ziel. Het is daarom raar om, zoals wij in Volendam doen, die emoties op te kroppen en niet met anderen te delen. Vandaar de titel van dit artikel: “rare Volendammers”. Want zeg nou zelf, dat is toch eigenlijk wel raar? Zoals bekend kruipt bloed waar het niet gaan kan; met emoties is het net zo. Emoties die niet vrij geuit kunnen worden, vinden indirect een uitweg en dan vaak in gedrag dat sociaal op het randje zit, zoals bijvoorbeeld vloeken en roddelen. Wie ziet hoe wij emotioneel in elkaar steken, zal het niet verwonderen dat we in Volendam uitblinken in zulk gedrag. Mijn eigen waarneming is dat we eigenlijk alleen met kermis onszelf zijn, want alleen met kermis laat iedereen de emoties de vrije loop. Wat dan opvalt is dat er nauwelijks gevloekt of geroddeld wordt. Wel hebben we daar heel veel drank bij nodig, maar goed, het is ook niet niks als je maar vier dagen per jaar uit je schulp mag kruipen. We hebben met elkaar de stilzwijgende afspraak dat we met kermis een boel door de vingers zien, maar niet iedereen durft daarop te vertrouwen. Zulke mensen hoor je dan klagen over een geestelijke kater.
Wat we het liefste willen
Als we, zoals met kermis, onszelf zijn, dan valt op hoeveel Volendammers van elkaar houden. Mensen die je nauwelijks kent, vliegen je om de hals en de sfeer voelt aan als een warme deken. Terwijl ik dit schrijf bekruipt mij het gevoel dat veel lezers misschien zullen denken: “Volendammers die van elkaar houden, kun je dat zo maar zeggen?” Die lezers wil ik terugvoeren naar de eerste dagen en weken na de ramp. Vele honderden dorpsgenoten die met hun familie aan de ramp waren ontsnapt, boden zichzelf in die dagen belangeloos aan om anderen te helpen die wel getroffen waren. En nog steeds zijn iets van 140 vrijwilligers actief. Veel meer nog dan de jaarlijkse kermis - waarin we onszelf durven te zijn, leren de ervaringen na de ramp dat we veel dichter bij elkaar staan dan we ons onder normale omstandigheden realiseren. Met name de ramp heeft laten zien hoe belangrijk het is emoties en gevoelens te delen en de liefde voor elkaar niet onuitgesproken te laten. Als de ramp tot iets goeds zou kunnen leiden, is het misschien dat we elkaar emotioneel wat meer ruimte geven. We doen dan wat we diep in ons hart het liefste willen: elkaar blij maken. Hoewel we ons dat niet altijd even goed realiseren, maken Volendammers elkaar al op verschillende manieren blij. Hieronder zal ik enkele voorbeelden geven. In het kader van een onderzoek naar de psychosociale nazorg vroeg een inspecteur voor de Volksgezondheid mij of er onderzoek was gedaan naar de sociale klasse van de slachtoffers van de brand. Buiten Volendam zou zo´n vraag misschien voor de hand hebben gelegen, maar in Volendam roept zo´n vraag bijna de lachlust op. Onze cultuur kent namelijk geen sociale klassen. In Volendam trouwen bouwvakkers met dokters en advocaten met meisjes uit de viswinkel. En niemand voelt zich minder dan een ander of – en dat is nog veel belangrijker – meer dan een ander.
Iedereen gelijk
Wat de socialisten en communisten niet gelukt is, het invoeren van het “reëel bestaande socialisme”, is ons in Volendam op eigen kracht wel gelukt: iedereen is gelijk, of in ieder geval gelijkwaardig en allemaal kunnen we de eigen broek ophouden. Daarnaast zijn we zonder meer vrijgevig als onze (financiële) hulp wordt gevraagd. Denk bijv. aan de 2 miljoen die Volendam zelf heeft opgebracht voor de restauratie van de Vincentiuskerk. Ik vind dat Volendammers hier heel trots op mogen zijn. Waar ik ook blij van word is dat als je in een Volendams café een rondje geeft, je in het algemeen een rondje terugkrijgt. Buiten Volendam gaat men ervan uit dat je rondjes blijft geven. Wat je ook vaak hoort is dat je nog maar af moet wachten of je een tegenuitnodiging krijgt, als je mensen van buiten het derde klaphek uitnodigt voor een feest of avondje. Onder elkaar laten Volendammers echter geen uitnodiging onbeantwoord. Gastvrouwen proberen elkaar de loef af te steken met steeds lekkerder “happen”. We zijn inmiddels een haarlengte verwijderd van een warm en koud buffet aan het slot van avondjes. Veel meer dan wat je buiten Volendam ziet, beleven Volendammers plezier aan elkaar en elkaars gezelschap.
Wat mij ook vertedert is als ik bijv. een pikzwart jongetje, geadopteerd uit een land ergens uit de Hoorn van Afrika, Volendams hoor spreken. Ik weet dan dat het niet alleen voor mij maar voor al mijn dorpsgenoten vanzelf spreekt dat dat jongetje een Volendammer is met exact dezelfde rechten en plichten als alle andere Volendammers. En wat, terugkomend op onze emoties, nog mooier is, is dat we helemaal niet bang hoeven te zijn om die emoties te tonen. Als het erop aankomt wordt namelijk nergens zoveel door de vingers gezien als in Volendam. Toegegeven, als je kop boven het maaiveld komt gaat hij er gegarandeerd af, maar hij wordt er weer opgezet zodra je weer plaatsneemt tussen de andere Volendammers in het maaiveld. En als je fouten waarop je aangesproken wordt ruiterlijk toegeeft, dan word je in Volendam als een verloren zoon (of dochter) weer binnengehaald, zonder dat iemand de behoefte heeft je na te wijzen. Het meest in oog springende voorbeeld van de Volendamse vergevingsgezindheid is Jan Veerman. Ik denk dat Jan een volledige rehabilitatie tegemoet kan zien als hij de Wir War gesloten houdt en schikt met de slachtoffers. Buiten Volendam begrijpt niemand dat. Ook hierin is Volendam echt uniek. Iemand uit de gehandicaptenzorg vertelde mij dat we er rekening mee moeten houden dat de brandslachtoffers in een sociaal isolement zullen belanden. Buiten Volendam had hij het namelijk nooit anders meegemaakt. Ik heb hem gezegd dat hij één ding over het hoofd ziet en dat is dat het hier gaat om Volendamse slachtoffers van een Volendamse ramp. Het zal een Volendammer een zorg zijn of een dorpsgenoot beperkingen heeft, zolang hij of zij er maar voor gaat en sociaal gewoon meedoet. En de slachtoffers gaan er voor, zelfs in die mate dat keuringsartsen versteld staan van hun moed en veerkracht. En wie wel eens heeft aangezeten aan een feestje met slachtoffers, weet dat de sfeer niet heeft geleden onder de ramp, integendeel zelfs. Voor een sociaal isolement waar niet-Volendamse brandslachtoffers in terecht kunnen komen, hoeven we dus niet bang te zijn: in Volendam kunnen de slachtoffers een normale toekomst tegemoet zien.
Ook hierin zijn wij rare Volendammers en gelukkig maar!
Klaas Bond