Onderzoek GGD
Hoe gaat het met de Volendamse jongeren na de cafébrand
De brand in café ‘t Hemeltje in de nacht van 31 december 2000 op 1 januari 2001 heeft grote gevolgen voor de Volendamse gemeenschap. Dat geldt vooral voor de jongeren. Veel jongeren raken gewond, 14 jongeren zijn overleden. Verder krijgen jongeren te maken met (ernstige) gewonden of overledenen in hun familie-, vrienden- of kennissenkring. Een dergelijke gebeurtenis grijpt diep in op het leven van alledag. Het is ook belangrijk dat een goede verwerking kan plaatsvinden. Die verwerking gaat onvermijdelijk gepaard met klachten. Na een ramp kunnen er klachten voorkomen die bij het normale verwerkingsproces horen van zo’n ingrijpende gebeurtenis. Herbeleving, vermijding en een verhoogde prikkelbaarheid zijn daar voorbeelden van. Tweederde van de onderzochte leerlingen hebben de mentoren een zogenaamde signaleringslijst ingevuld. Jongeren van wie de mentor aangaf dat zij in de klas onrustiger waren of een gedragsverandering vertoonden, hadden vaker een relatie met de brand dan jongeren die in de klas niet onrustig waren of geen gedragsverandering vertoonden.
Mogelijke verwerkingsproblemen vooral bij meisjes
Opvallend is het grote aantal meisjes. Hiervoor bestaan verschillende verklaringen. Uit andere onderzoeken blijkt dat meisjes gevoeliger zijn dan jongens voor ingrijpende gebeurtenissen bij familie, vrienden en kennissen. Verder is uit andere onderzoeken bekend dat deze klachten bij meisjes langer duren dan bij van voorbeelden. Meestal verdwijnen deze symptomen na enkele maanden. Als ze echter langer aanhouden, kan dat leiden tot psychische klachten die het dagelijks leven gaan beheersen of verstoren. Het Signaleringsonderzoek Middelbare Scholieren Volendam is opgezet om middelbare scholieren op te sporen die mogelijk verwerkingsproblemen hebben. Daarnaast wil het onderzoek deze jongeren in contact brengen met de hulpverlening.
De aanpak van het onderzoek
Het onderzoek vond plaats in de periode oktober 2001 tot en met juni 2002 en stond onder leiding van een projectteam. In dat team zaten de GGD Zaanstreek-Waterland, nazorgwerkers van verschillende instellingen, het Don Bosco College, het Atlas College, locatie Zuiderzee en het onderzoeksbureau Pallas. In totaal veertien 1523 jongeren van 11 tot 19 jaar benaderd om deel te nemen aan het onderzoek. Dat leverde 1514 bruikbare reacties (van 871 jongens en 643 meisjes) op. De jongeren vulden drie vragenlijsten in over hun relatie tot de brand, mogelijke psychische klachten en gedragsproblemen die kunnen samenhangen met de cafébrand en andere ingrijpende gebeurtenissen. Verder hebben ook de schoolmentoren een vragenlijst ingevuld. Vervolgens werden jongeren die een verhoogde kans op problemen hadden, uitgenodigd voor een - vrijwillig - gesprek bij het Nazorgteam. In dat gesprek werd samen met de jongeren nagegaan of en wat voor hulp er voor hen mogelijk was. Alle onderzoeksresultaten zijn vergeleken met een willekeurige groep Nederlandse jongeren. Tenslotte is gekeken naar de ervaringen bij soortgelijke rampen, zoals de vuurwerkramp in Enschede.
De belangrijkste uitkomsten
10 procent van de jongeren heeft mogelijk verwerkingsproblemen Het onderzoek heeft de aard en omvang van de problematiek in kaart gebracht. Uit de vragenlijsten blijkt dat 245 van de 1514 onderzochte jongeren mogelijk verwerkingsproblemen hebben. 187 Jongeren oftewel ruim 10 procent van de jongeren rapporteerden dat dit — negen maanden na de brand - te maken heeft met de cafébrand. Het gaat hierbij om 141 meisjes en 46 jongens. Bij de jongens met mogelijke verwerkingsproblemen gaat het vooral om jongens uit de onderbouw. Bij de meisjes gaat het vooral om meisjes van 15 jaar of ouder. Daarnaast kan het zo zijn dat meisjes beter dan jongens in staat zijn hun gevoelens te onderkennen en in vragenlijsten aan te geven. De meisjes in het onderzoek geven ook vaker aan hulp te willen dan jongens.
Opzet onderzoek lijkt minder geschikt om jongeren in contact te brengen met hulpverlening
De 187 jongeren met een verhoogde kans op verwerkingsproblemen zijn uitgenodigd voor een gesprek met een psycholoog of maatschappelijk werker bij het Nazorgteam. Een kwart (48 jongeren) maakt daarvan gebruik. Opvallend is dat driekwart van de jongeren hier geen gebruik van maakt. Hiervoor geeft het onderzoek enkele mogelijke verklaringen. Jongeren worden niet graag in verband gebracht met psychosociale hulp. Verder hebben de jongeren uitgebreide vriendenkringen waaruit ze veel steun kunnen halen. Ook kan er sprake zijn van een groepsdruk; als leidende figuren in een groep geen hulp willen, kan dat effect hebben op de andere groepsleden. Tenslotte kan ook het feit dat er veel tijd ligt tussen het invullen van de vragenlijsten en het uitnodigen van een gesprek een verklaring zijn. In die relatief lange periode kunnen machten of de behoefte aan het hulpaanbod verminderd zijn.
Indirecte benadering werkt waarschijnlijk beter
Het onderzoek in zijn huidige opzet lijkt niet de manier om jongeren in contact te brengen met professionele hulp. Het tweede doel van het onderzoek is dus maar voor een deel gerealiseerd. Een indirecte benadering met een nadrukkelijke rol voor personen in de directe omgeving van de jongeren zou een betere methode zijn. Zo kan de school in de eerste fase na de ramp een belangrijke rol spelen bij het in contact brengen van jongeren met professionele hulpverlening. Daarvoor is het wel noodzakelijk dat het traject naar de professionele hulpverlening duidelijk is. Aandacht voor ondersteuning van de scholen is gewenst.
Meer informatie
Deze publiekssamenvattîng is, zolang de voorraad strekt, bij het CRN/het Anker op te halen. Als u naar aanleiding van deze publiekssamenvatting van het onderzoek een gesprek wilt, kunt u contact opnemen met de medewerkers van het CRN/ het Anker. Als u nog vragen heeft over het onderzoek, kunt u contact opnemen met de GGD Zaanstreek-Waterland Ghislaine van Nooijen Kooij, Postbus 2056, 1500 GB Zaandam (tel. 075 —6519214).
Het Signaleringsonderzoek is uitgevoerd door:
· GGD Zaanstreek Waterland
· de gezamenlijke nazorginstellingen
· het Don Bosco College
· het Atlas College, locatie Zuiderzee