Uitleg over strafzaak De Hemel

Uitleg over strafzaak De Hemel
Strafrechtelijk kader cafébrand Volendam
In aanvulling op het eerder uitgebrachte persbericht van 5 juni jl. inzake de vervolging van drie verdachten in het onderzoek naar de cafébrand te Volendam, willen wij u thans uitgebreider informeren over de inhoud en betekenis van de tenlastegelegde feiten en het juridisch kader waarin deze feiten geplaatst kunnen worden. De feiten die op de dagvaarding van de drie verdachten staan zijn schulddelicten. Dit houdt in dat er geen sprake is van opzet, maar dat wel aanmerkelijke onvoorzichtigheid, onachtzaamheid of nalatigheid kan worden verweten. Ook bij schulddelicten wordt een strafrechtelijk verwijt gemaakt, maar de straffen zijn beduidend lager dan bij opzetdelicten. Benadrukt dient te worden dat het evident is dat geen van de verdachten deze ernstige gevolgen heeft gewild.
De tenlastegelegde feiten zijn:
- Art. 158 sub 2 en 3 Wetboek van Strafrecht: Brand door schuld
Dit heeft vooral betrekking op de aangebrachte kerstversiering die niet voldeed aan de brandveiligheidsvoorschriften en daarnaast zodanig laag was opgehangen dat deze vlam kon vatten waardoor brand heeft kunnen ontstaan. Hierdoor kon een dergelijke levens-gevaarlijke situatie ontstaan.
Op dit feit staat een maximumstraf van 6 maanden indien levensgevaar voor een ander ontstaat en een maximumstraf van 1 jaar indien het feit iemands dood tengevolge heeft, al dan niet in combinatie met een geldboete van 11.250 euro. - Art. 307 Wetboek van Strafrecht: Dood door schuld
Dit betreft het feit dat er veel meer mensen aanwezig waren dan verantwoord was en dat er onvoldoende vluchtwegen beschikbaar waren. Door de ontstane situatie (brand die te wijten was aan het feit dat de aangebrachte kerstversiering niet voldeed aan de brandveiligheids-voorschriften en zodanig laag was opgehangen dat deze vlam kon vatten) konden veel bezoekers niet, danwel onvoldoende snel, de ruimte verlaten. Hierdoor hebben de slachtoffers van dit feit zodanig letsel opgelopen dat zij aan de gevolgen daarvan zijn overleden.
Op dit feit is een maximumstraf van 9 maanden gesteld, al dan niet in combinatie met een geldboete van 11.250 Euro. - Art. 308 Wetboek van Strafrecht: zwaar lichamelijk letsel door schuld
Dit feit is soortgelijk aan het hiervoor besproken feit van dood door schuld. Het verschil zit in het gevolg. Bij dit feit is er sprake van dat de slachtoffers ten gevolge van de zelfde omstandigheden als hiervoor besproken niet zijn overleden maar zwaar lichamelijk letsel hebben opgelopen.
Op dit feit is een maximumstraf van 6 maanden gesteld, al dan niet in combinatie met een geldboete van 11.250 Euro.
Voor J.N. V. geldt nog de strafverzwaring van art. 309 Wetboek van Strafrecht waarin staat dat indien de feiten van art. 307 of 308 zijn gepleegd in de uitoefening van een ambt of beroep de op die feiten gestelde straf met een derde kan worden verhoogd.
Bij samenloop van meerdere strafbare feiten geldt de regel dat de maximum gevangenisstraf gelijk is aan het hoogste maximum van de afzonderlijke misdrijven, vermeerderd met een derde. Concreet betekent dit in deze zaak dat maximaal 16 (12+4) maanden gevangenisstraf kan worden opgelegd door de rechtbank, overigens naast een eventuele geldboete. Voor alle drie de verdachten geldt immers dat twaalf maanden het hoogste maximum is (hetzij als straf op 158, derde lid, hetzij als straf met verhoging op grond van artikel van artikel 309 voor het maximum van artikel 307, te weten negen maanden plus drie maanden). Eventuele boetes voor de verschillende feiten kunnen worden opgeteld zonder begrenzing van een derde boven het hoogste maximum.
Het Openbaar Ministerie is van mening dat aan alledrie de verdachten een strafrechtelijk verwijt kan worden gemaakt. De combinatie van de niet conform de voorschriften aangebrachte kerstversiering, het grote aantal bezoekers en de onvoldoende aanwezigheid/zichtbaarheid/bruikbaarheid van nooduitgangen die als vluchtroute konden fungeren, heeft geresulteerd in een ramp van deze omvang. Elk van de verdachten kan hiervoor naar het oordeel van het Openbaar Ministerie in zekere mate verantwoordelijk worden gehouden. Het feit dat de tenlasteleggingen gelijkluidend zijn wil niet zeggen dat alle verdachten ook in dezelfde mate verantwoordelijk kunnen worden gehouden voor de ontstane situatie. Wat ieders aandeel in het geheel is geweest zal tijdens de behandeling ter zitting aan de orde komen.
Naast bovengenoemde feiten wordt aan J.N. V. tevens enkele overtredingen verweten die betrekking hebben op de Drank- en Horecawet (vergunning) en de Bouwverordening (niet voldoen aan brandveiligheidseisen met betrekking tot brandbestrijdingsmiddelen en vluchtwegen in geval van calamiteiten). Het onderzoek heeft langere tijd in beslag genomen. Er is getracht een zo volledig mogelijk beeld te verkrijgen van wat er is gebeurd en waar verantwoordelijkheid ligt voor de feiten en gevolgen. Direct na de brand is een strafrechtelijk opsporingsonderzoek opgestart dat na enkele maanden heeft geresulteerd in processen-verbaal waarin feiten en omstandigheden zijn geschetst en verslagen van de verhoren van diverse betrokkenen als slachtoffers, getuigen en verdachten zijn opgenomen.
In mei 2001 hebben OM, rechtbank en verdediging de dossiers ontvangen en is een gerechtelijk vooronderzoek gestart. Na bestudering van het omvangrijke dossier hebben OM en verdediging in het najaar van 2001 opgegeven welke getuigen zij in het kader van het gerechtelijk vooronderzoek wilden laten horen door de rechter-commissaris. De getuigenverhoren zijn daadwerkelijk begonnen vanaf januari 2002 en hebben zo’n 10 maanden in beslag genomen. In die periode zijn tientallen getuigen gehoord.
In november 2002 hebben de drie verdachten andere advocaten genomen. Dit bracht met zich mee dat deze advocaten tijd nodig hadden om zich goed te kunnen voorbereiden, het gerechtelijk vooronderzoek niet kon worden gesloten en het OM de vervolgingsbeslissing niet kon nemen. Uiteindelijk is het gerechtelijk vooronderzoek op 30 mei jl. gesloten en is het OM overgegaan tot dagvaarding van de verdachten.