De nieuwjaarsbrand in Volendam
De nieuwjaarsbrand in Volendam
Op 1 januari 2001 ontstond kort na middernacht brand in café ‘t Hemeltje in Volendam. In het café bevonden zich op dat moment zo’n 350 jongeren. Als gevolg van de brand zijn veertien jongeren overleden en hebben vrijwel alle overige bezoekers van het café letsel opgelopen, veelal bestaande uit (ernstige) brandwonden. Een groot aantal van hen zal gedurende de rest van hun leven in meerdere of mindere mate hulp en zorg van derden nodig hebben. Daarnaast zullen zij niet allen in staat zijn een inkomen te verwerven zoals dat zonder de brand het geval zou zijn geweest.
Na de brand is de Belangenvereniging Slachtoffers Nieuwjaarsbrand Volendam (BSNV) opgericht. Vrijwel alle slachtoffers en nabestaanden zijn bij de BSNV aangesloten. De BSNV heeft Beer Advocaten gevraagd om hen juridische bijstand te verlenen. Beer Advocaten heeft vervolgens een onderzoek naar de aansprakelijkheid voor de gevolgen van de brand uitgevoerd. In dat kader hebben in 2001 en 2002 voorlopige getuigenverhoren voor de rechtbank te Haarlem plaatsgevonden.
Uit het aansprakelijkheidsonderzoek is naar voren gekomen dat zowel de eigenaar van het café (en diens bij de exploitatie van het café betrokken bedrijven) als de gemeente Edam-Volendam ernstige verwijten treffen.
De brand is ontstaan toen een brandend sterretje in contact kwam met kerstversiering die aan het plafond was aangebracht. Vastgesteld is dat deze kerstversiering overal in het café hing en zeer brandbaar was. De versiering hing bovendien op een hoogte waarop deze eenvoudig, bijvoorbeeld door het vuur van een aansteker, vlam zou kunnen vatten. De kerstversiering is in opdracht en onder supervisie van de eigenaar van het café aangebracht.
Daarnaast is komen vast te staan dat het café op tal van punten niet aan de geldende brandveiligheidsvoorschriften voldeed. Zo waren, in verhouding tot het aantal bezoekers, veel te weinig nooduitgangen in het café aanwezig. De nooduitgangen die er waren, voldeden niet aan de wettelijke eisen: ze waren niet duidelijk aangegeven, en draaiden bovendien naar binnen toe open. Hierdoor was het voor bezoekers praktisch onmogelijk om te vluchten; velen zijn tijdens de brand in het gedrang komen vast te zitten.De gemeente Edam-Volendam heeft vanaf de ingebruikname van het café in 1994 tot in april 2000 nooit gecontroleerd of het café voldeed aan de wettelijke eisen van een brandveilig gebruik. Het ontbrak de gemeente in die periode zelfs geheel aan een brandveiligheidsbeleid. De noodzaak daarvan werd al die tijd door diverse instanties, waaronder de regionale brandweer, onder de aandacht van de gemeente gebracht. Tegen alle adviezen in heeft de gemeente dit beleidsonderwerp echter jarenlang voor zich uitgeschoven. Pas in april 2000 werden de eerste controles uitgevoerd. Doordat er in al die jaren daarvoor niet was gecontroleerd, bestond er op dat moment op het gebied van brandveiligheid een achterstand die de gemeente -volgens haar eigen schattingen- pas na vele jaren zou kunnen inlopen.
Toen de gemeente in april 2000 café ’t Hemeltje controleerde op brandveilig gebruik, werd geconstateerd dat het café op tal van punten niet voldeed aan de geldende brandveiligheidseisen. De gemeente oordeelde dat in geval van brand sprake zou zijn van een “levensgevaarlijke situatie”. De gemeente heeft vervolgens verzuimd doeltreffende maatregelen te treffen ter bevordering van de veiligheid in het café. Er werden geen beperkingen gesteld aan het aantal toe te laten bezoekers. De termijnen die de gemeente aan de eigenaar gaf voor aanpassingen aan het café werden niet op naleving gecontroleerd. Het gevolg was dat het café ten tijde van de brand, dus acht maanden later, nog steeds niet voldeed aan de brandveiligheidseisen.
De gemeente wist bovendien dat het café in de decembermaand volhing met kerstversiering. Ondanks de op zichzelf al gevaarlijke situatie in het café heeft de gemeente echter geen aanleiding gezien om de kerstversiering te verwijderen of te laten verwijderen.
Beer Advocaten heeft namens de slachtoffers en nabestaanden de café-eigenaar en de gemeente aansprakelijk gesteld voor de gevolgen van de brand. Geen van de partijen heeft deze aansprakelijkheid erkend. Wel heeft met de eigenaar van het café uitvoerig overleg plaatsgevonden over een passende bestemming voor het rampcafé en een financiële tegemoetkoming aan de slachtoffers van de brand en de nabestaanden. Dit overleg heeft niet tot een schikking geleid.
Om de schade die de slachtoffers en nabestaanden als gevolg van de brand lijden toch vergoed te krijgen, is besloten om een aansprakelijkheidsprocedure te starten. Aldus hebben op 20 juni 2003 214 slachtoffers en nabestaanden de café-eigenaar, de bij de exploitatie van het café betrokken bedrijven en de gemeente Edam-Volendam voor de rechtbank te Haarlem gedaagd. Daarmee is de civiele procedure van start gegaan.
In de procedure gaat het om de vraag of de gedaagde partijen jegens de slachtoffers en nabestaanden aansprakelijk zijn voor de gevolgen van de brand in het café ‘t Hemeltje. Als dat inderdaad het geval is, zijn de gedaagden verplicht de schade van de slachtoffers en nabestaanden te vergoeden. Hoe groot die schade is, is nog niet bekend. Veel slachtoffers worden nog medisch behandeld; een aantal gaat nog naar school. Daardoor is nog niet duidelijk wat de uiteindelijke impact van de brand zal zijn op het leven van de slachtoffers en hoe de brand hun leven heeft veranderd. Die informatie is noodzakelijk om de omvang van de schade te kunnen vaststellen.
Deze “bodemprocedure” zal geruime tijd duren. Alle gedaagde partijen zullen in de gelegenheid worden gesteld om zich bij monde van hun advocaten te verweren tegen de vordering van de slachtoffers. Vervolgens zullen de advocaten van de slachtoffers de gelegenheid krijgen de vordering nader toe te lichten. De procedure zal voornamelijk schriftelijk worden gevoerd. Het is op dit moment nog niet te voorspellen wanneer de procedure bij de rechtbank tot een eindvonnis zal leiden; zeker is wel dat dit enkele jaren zal kunnen duren. Om hun verhaalsmogelijkheden gedurende de procedure veilig te stellen hebben de slachtoffers en nabestaanden beslag laten leggen op vermogensbestanddelen van de café-eigenaar en de bij de exploitatie van het café betrokken bedrijven.