'De zaak Veerman, Veerman en Veerman'
'De zaak Veerman, Veerman en Veerman'
Nadat de officier van justitie de aanklacht tegen de drie verdachten heeft voorgelezen en de rechtbank zich heeft gebogen over bouwtekeningen, vergunningen en nooduitgangen met panieksluiting komt rechtbankvoorzitter Roelof Toeter toe aan een kort in memoriam. Hij vraagt café-eigenaar Jan Veerman of zijn glas water nog vol is en leest dan de namen voor van de veertien slachtoffers die tweeenhalf jaar geleden omkwamen bij de brand in De Hemel. Met per persoon hun doodsoorzaak: ernstige brandwonden, inhalatietrauma, verstikking, shock, bloed- en vochtverlies, hartstilstand. Het proces is die ochtend door de bode aangekondigd als 'de zaak Veerman, Veerman en Veerman'. Schouder aan schouder zitten ze achter een tafeltje: de horeca-ondernemer in het midden, breedgeschouderd in een donker pak, met rechts zijn dochter Laura en links werknemer John Veerman. De ondernemer is de enige die 's morgens het woord voert. 'Nee', corrigeert hij de rechter in zangerig Volendams: 'Je doen hier twee dingen door elkaar halen.' Rechter Toeter realiseert zich dat het voor hen zware dagen moeten zijn, zegt hij bij aanvang van de zitting. Ze staan terecht voor zaken die ze niet hebben gewild. Ook de slachtoffers en hun nabestaanden wenst hij 'veel kracht' toe.
Kort voordat hij de dodenlijst voordraagt, heeft hij een van de veertien al expliciet genoemd: de 21-jarige jongen die door getuigen als onbedoelde aanstichter van de brand is aangewezen. Hij schrok zo van de steekvlam die de brandende sterretjes in zijn hand veroorzaakten dat hij zijn hand in de lucht stak, tegen de kerstversiering aan het plafond. Vijf, zes keer valt daarna nog zijn naam, in de getuigenverklaringen die de rechter voorleest. In Volendam is zijn rol al sinds de brand bekend. Maar dat hij nu ook nog publiekelijk wordt gebrandmerkt, is voor zijn nabestaanden onverteerbaar, zeggen Volendammers na afloop. In hoeverre hij zelf het gevaar heeft gezocht, blijft maandag onduidelijk: de 38 getuigenverklaringen over de sterretjes zijn niet eensluidend. Sommige bezoekers beweren dat de barkeepers het vuurwerk hebben uitgedeeld; in het dossier zit daarvan zelfs een foto als bewijs. Anderen zeggen dat bezoekers zelf sterretjes mee hadden en die in bewaring hadden gegeven aan het barpersoneel.
Dat de kerstversiering te laag hing, staat wel vast. De rechter citeert twee lange Volendammers, Cornelis en Johannes Admiraal (respectievelijk 2 meter 19 en 2 meter 5) die hebben verklaard dat ze in De Hemel 'voortdurend takken liepen te ontwijken'. Bloemenhuis Claudia had de zeshonderd blauwspartakken al voor Sinterklaas geleverd: ze waren gortdroog dus extreem brandbaar. Maar de brand die ontstond was volgens Peter Reijman, brandoorzaakonderzoeker bij TNO, niet te blussen geweest. De snelheid van het vuur was zo hoog dat bij de reconstructie die TNO maakte zelfs een cameraman gewond raakte. Café-eigenaar Veerman was daarbij aanwezig. Hij stond bij het raam, vertelt hij, klaar om te vluchten, maar voordat het daarvan kwam, was zijn haar al verschroeid. Werknemer John Veerman herinnert zich hoe bij die TNO-reconstructie in paniek zelfs een computertafel omver werd gelopen en vraagt het de getuige-deskundige aan het einde van de middag nog eens expliciet: 'Had iemand de extreme gebeurtenissen in De Hemel kunnen voorzien?' Reijman antwoordt ontkennend. 'Waarvan akte', zegt de advocaat.