'Gesloten nooddeuren De Hemel waren zegen'
'Gesloten nooddeuren De Hemel waren zegen'
Dankzij de afgesloten nooddeuren en ramen is een groter drama tijdens de brand in café De Hemel in Volendam voorkomen. Dat stelt P. Reijman, brandoorzaakonderzoeker bij onderzoeksinstituut TNO. Hij getuigde op verzoek van de verdediging in de zaak tegen de eigenaar Veerman, zijn dochter en een werknemer van café de Hemel. Een uitzonderlijk felle brand had nog veel meer slachtoffers kunnen eisen, zo hield Reijman de rechter voor. Omdat de deuren en ramen gesloten waren, kreeg het vuur volgens de getuige nauwelijks toevoer van zuurstof. Daardoor doofde de brand al na één minuut. "Ik vrees dat als de zuurstof wel was aangevuld, De Hemel volledig was uitgebrand", aldus de brandonderzoeker.
Reijman baseert zijn conclusies onder meer op een reconstructie. Op verzoek van de commissie-Alders, die de toedracht en de afwikkeling van de cafébrand onderzocht, werd de dodelijke nieuwsjaarsnacht nagespeeld. Een aantal deelnemers van die test raakten daarbij gewond. Volgens Reijman illustreert dat hoe fel en onvoorspelbaar de brand in de Hemel moet zijn geweest. "Uit de reconstructie blijkt dat wij deze hevigheid niet hadden voorzien. Dan kun je naar mijn mening ook niet verwachten dat een horeca-ondernemer dat inzicht wel heeft", vertelde Reijman, die tijdens zijn 23 jaar werkervaring nog nooit een brand had gezien met dit extreme brandgedrag en de extreme snelheid waarmee het vuur zich verspreidde.
Impregnatie
Een centrale vraag in de rechtszaak is die van de niet-geïmpregeneerde kerstversiering. Volgens Reijman had de brand zich minder snel verspreid als de versiering wel was geïmpregneerd, maar was de brand hoe dan ook onblusbaar. Één van de verdachten vroeg de TNO-deskundige of iemand ooit had kunnen voorzien dat zoiets zou gebeuren. "Naar mijn mening niet'', aldus Reijman.