Opmerkelijk begin proces Volendam-brand: ´Dichte nooduitgang spaarde juist levens´
Opmerkelijk begin proces Volendam-brand: ´Dichte nooduitgang spaarde juist levens´
In het Volendammer rampcafé De Hemel hadden in de nieuwjaarsnacht van twee jaar geleden wel honderd tot tweehonderd doden kunnen vallen, als de ramen open waren geweest. Ook als de nooduitgangen eerder open waren gegaan, zou de toestromende zuurstof de brand waarschijnlijk nog veel erger hebben laten huishouden dan in die éne fatale minuut met 400 graden hitte en enorme rookontwikkeling, die toch al veertien jonge mensen het leven heeft gekost en 268 personen ernstig tot zeer ernstig letsel heeft bezorgd. En als cafébaas Jan Veerman (56), die met dochter Laura (26) en bedrijfsleider John (35) nu voor de Haarlemse rechtbank terechtstaat als verdachte van brand, dood en zwaar letsel door schuld, volgens voorschrift had gezorgd voor het impregneren van de blauwspartakken die als kerstversiering dienden, zou zelfs ook dat mogelijk tot nog ernstiger gevolgen hebben geleid: De Hemel zou dan wellicht totaal zijn uitgebrand.
Verrassende verklaring TNO-expert over ramp
Deze gegevens uit de verklaring die TNObrandexpert P.B. Rcijman gisteren op de eerste procesdag als beëdigd getuige-deskundige aflegde, waren voor zowel de dames mr. B. Beune en mr. A. Peters als officieren van justitie, als voor de advocatentweeling Willem en Hans Anker met hun kantoorgenoot Jan Boksem een verrassing. Waarbij de Ankers lieten aantekenen: „Wij zijn er waarschijnlijk blijer mee dan justitie.” Deskundige Reijman legde uit dat de verspreiding van de brand via geïmpregneerde takken langs het plafond van het café wel trager zou zijn gegaan, maar dat dan het ventilatiesysteem van De Hemel, dat elke vier minuten de lucht ververste, ook kans zou hebben gehad de vlammen nieuwe zuurstof te leveren.
Nalatigheid
Toch wordt Jan (´Dekker´) Veerman grove schuld en nalatigheid verweten omdat er in die nieuwjaarsnacht géén geïmpregneerde takken waren gebruikt, zodat ze snel tot ontbranding konden komen toen iemand, mogelijk van schrik omdat een ander ze had aangestoken, een bundeltje sterretjes omhoog had gestoken. Na de brand werden overigens de resten van liefst 78 sterretjes aangetroffen. Justitie leidt Veermans schuld ook af uit het gegeven dat een ´panieksluiting´ op een nooduitgang door een balk moeilijk te bedienen was en bovendien ondersteboven gemonteerd, dat voor de ramen traliewerk zat dat alleen naar binnen kon opendraaien maar dat op slot zat, en dat er veel méér mensen over de vloer waren dan de 161 die er maximaal hadden mogen zijn, of zelfs slechts 81 als daarbij de toestand rond de uitgangen werd betrokken. Maar dat er teveel mensen waren heeft niet bijgedragen aan het ontstaan of het verloop van de brand, zo wist advocaat Boksem de branddeskundige te ontlokken. En dezelfde expert liet weten dat het vuur naar zijn smaak niet kan zijn ontketend door vonken van een sterretje een sigaret of een aansteker, zoals justitie in de tenlastelegging heeft opgenomen. Eerder moet worden gedacht aan een steekvlam van samen ontstoken sterretjes. Maar dat komt juist niet voor in de tekst van de dagvaarding, aldus mr. W. Anker.
Tralies
Jan Veerman sprak overigens tegen dat de panieksluiting niet deugde. „Die ging absoluut open als je er tegen duwde”, wist hij. Ook de waarneming van de politie dat verlichte aanduidingen van nooduitgangen niet behoorlijk zichtbaar waren, verwees hij naar het rijk der fabelen. En die raamtralies? Die had hij móeten laten aanbrengen omdat men hem had gewezen op het gevaar dat vallende dansers anders „door de ramen konden donderen”. „Bovendien”, zo bezwoer hij rechtbankpresident mr. R.E.A. Toeter, „al zat ´t op slot, je kon ´t zó opentrekken.” En: „De ramen waren geen vluchtroute. Als ze waren dichtgemetseld was ´t óók goed geweest.” Een brief van de gemeente Edam/Volendam, waarin hem zou zijn gewezen op allerlei noodzakelijke voorzieningen in zijn horecazaak – waarvoor niet altijd een vergunningwas?: „Die heb ik nooit ontvangen.” Het proces duurt nog zes zittingsdagen. Vrijdag formuleren de officieren van justitie de strafeisen. Op 8 juli worden de vonnissen verwacht.