Vooral meisjes kampen met naweeën brand
Vooral meisjes kampen met naweeën brand
Ongeveer tien procent van de jongens en 29 procent van de meisjes die betrokken zijn bij de Nieuwjaarsbrand in het Volendamse café ‘t Hemeltje, heeft te -kampen met verwerkingsproblemen. Meisjes zijn overigens wel eerder geneigd hulp te zoeken. Dat blijkt uit onderzoek van de GGD Zaanstreek/Waterland. Het cijfer van de jongens in de middelbare schoolleeftijd wijkt niet af van het verwachtingspatroon van de GGD. Dat stelt de organisatie in het rapport ‘Het psychosociaal welbevinden van jongeren na de cafébrand’. Van de 1512 jongeren in de leeftijd van elf tot negentien jaar die aan het Onderzoek hebben meegedaan, hebben er 187 (141 meisjes en 46 jongens) aangegeven dat zij verwerkingsproblemen hebben. De jongens komen vooral uit de onderbouw. De meisjes zijn veelal ouder dan 15 jaar.
De GGD sluit niet uit dat de uitkomst wordt gekleurd omdat meisjes mogelijk beter in staat zijn hun gevoelens te onderkennen. Ook vragen zij vaker om hulp. Verwerkingsproblemen leiden onder meer tot herbeleving, vermijding en over geprikkeldheid, maar bijvoor beeld ook tot angst en depressies. Op basis van ingevulde vragen lijsten wordt geconcludeerd dat 245 jongeren (mogelijk) problemen met de verwerking van de ramp hebben. Het Signaleringsonderzoek Middelbare Scholieren is opgezet om deze scholieren in contact te brengen met de hulpverlening. De 187 jongeren die zelf hebben aangegeven dat hun problemen te maken hebben met de cafébrand, zijn uitgenodigd voor een gesprek met een psycholoog of maatschappelijk werker van her nazorgteam. Slechts een kwart heeft daarvan gebruikgemaakt. De GGD veronderstelt dat jongeren niet graag in verband willen worden gebracht met psychosociale hulp. Verder speelt mogelijk de grote vriendenkring waar ze veel steun kunnen halen, een rol. Maar ook groepsdruk wordt niet uitgesloten. Als leidende figuren in zo’n groep geen hulp willen, kan dat effect hebben op de andere leden. Tussen het invullen van de vragenlijsten (van oktober 2001 tot en met juni 2002) en de gesprekken heeft langere tijd gezeten. De GGD geeft aan dat in die periode de behoefte aan hulp verminderd kan zijn.
Scholen
Verder wordt de conclusie getrokken dat het onderzoek zoals het is uitgevoerd, niet de manier is om jongeren in contact te brengen met hulpverleners. Benadering van de jongeren door de scholen ~wordt gezien als een betere methode. De GGD heeft het Don Bosco College in Volendam en de technische school Zuiderzee in Edam overigens wel betrokken bij het onderzoek, dat zich ook richtte op recente schoolverlaters. Wie volgens het nazorgteam hulp nodig heeft, maar niet is verschenen op het gesprek, wordt nadrukkelijk gevolgd door de school of door een zorgmakelaar als de schooltijd er inmiddels opzit. Op die manier wordt getracht te voorkomen dat de jongeren psychische klachten krijgen die het dagelijks leven gaan beheersen.