Vriendenclub met tassen vol vuurwerk op stap: Sterretjes De Hemel ingesmokkeld
Vriendenclub met tassen vol vuurwerk op stap: Sterretjes De Hemel ingesmokkeld
De sterretjes die in het mudvolle Volendamse café De Hemel in de nieuwjaarsnacht van 2001 de voor veertien jonge mensen fatale vuurzee hebben ontketend, waren er door een groep bezoekers zelf binnengebracht. Er is geen sprake van dat de barkeepers ze hadden uitgedeeld, zo getuigde gisteren de 27-jarige Rolf Zwarthoed in het Haarlemse strafproces tegen café-eigenaar Jan Veerman (56). Zwarthoed stond in de rampnacht zelf achter de bar van De Hemel en behoorde later tot de gewonden. Hij lag twee weken in het ziekenhuis en moet nu nog een stembandoperatie ondergaan, maar klonk als getuige onder ede zeer stellig: „Ik zag een groep jongens binnenkomen met tàssen vol sterretjes. Die staken ze met bossen tegelijk aan. Ik heb zo´n bos afgepakt en gedoofd in de spoelbak. Ik draaide me om, en het hele plafond stond al in brand.”
Afgepakt
In het dossier zitten 38 verklaringen van cafébezoekers volgens wie de barkeepers het vuurwerk zouden hebben uitgedeeld. Ze zouden bijvoorbeeld ook sterretjes ter versiering op cocktails hebben gezet, en Rolf Zwarthoed „liep met sterretjes in zijn handen te dansen.”Zwarthoed reageerde: „Ik heb wel sterretjes in mijn handen gehad, maar die had ik juist afgepakt. Ik wilde de tent redden.” „Ik weet voor honderd procent zeker dat wij nooit sterretjes hebben uitgedeeld. Nooit van ons leven”, bezwoer de getuige. Dat tientallen anderen een andere voorstelling van zaken hebben gegeven, giste hij, kan te maken hebben met het feit dat twee leden van de groep die hij beschreef, achteraf tot de dodelijke slachtoffers behoorden. De rest van de groep „weet donders goed wat ze gedaan hebben,” zei hij. Hij vond dat ze óók in de rechtszaal onder ede hun visie maar eens moeten komen vertellen. „Met mij erbij...”
De tweede dag van het proces tegen horeca-ondernemer Veerman, dochter Laura (26) en bedrijfsleider John (35) stond verder in het teken van analyses van onderzoekrapporten, brandpreventie-adviezen en brandbestrijding. Expert Fred Vos (59) meldde bijvoorbeeld dat slachtoffers schade is aangedaan door het bluspoeder dat werd gebruikt, en dat was voorgeschreven door de brandweer. „De reactieproducten van dat poeder zijn heel smerige etsende stoffen,”zei hij. Vos steggelde vervolgens met de door justitie als contraexpert gecharterde Zwolse brandweerofficier ing. J.P.A. Linssen (52) over de adviezen over de nooduitgangen. Linssen betoogde dat Vos zich had gebaseerd op achterhaalde regelgeving en dat de technische grondslag van zijn analyse onjuist was. Het verschil in mening dat tussen de deskundigen bestond, buitte advocaat mr. H. Anker handig uit: „Hoe kan dan van meneer Veerman worden verlangd dat hij wel precies wist hoe ´t moest ?”