Naar de inhoud

Betreft kort geding vrijdag 27 juni

Bron: Beer advocaten

Aan het bestuur van de BSNV

Geacht bestuur,
 
Hierbij bevestigen wij u dat de voorzieningenrechter van de rechtbank te Haarlem op vrijdag 27 juni 2003 om 14.00 uur het kort geding zal behandelen dat Jan Veerman en zijn horeca-bedrijven tegen de slachtoffers heeft aangespannen. In dat kort geding vordert Veerman opheffing van de beslagen die op 20 juni jongstleden ten behoeve van de slachtoffers zijn gelegd.

Hierna zal ik een aantal aspecten toelichten.
 
Het leggen van conservatoir beslag
Het doel van het conservatoir beslag is om de verhaalsmogelijkheden van de slachtoffers veilig te stellen. Beslaglegging voorkomt dat de beslagen goederen worden verkocht of met hypotheek worden bezwaard, voordat de rechter in de dagvaardingsprocedure een onherroepelijke uitspraak heeft gedaan inzake de schadevergoedingsvorderingen van de slachtoffers. Na een voor de slachtoffers gunstige uitspraak van de rechter kunnen de beslagen goederen door de beslagleggers worden verkocht (zogenaamde executoriale verkoop). De opbrengst dient dan vervolgens tot voldoening van de vorderingen van de slachtoffers.
Een conservatoir beslag kan slechts na verkregen verlof van de voorzieningenrechter van de rechtbank worden gelegd (art. 700 Rv.). Dat is hier ook gebeurd.
 
Het door Veerman aangespannen kort geding
Als belanghebbende kan Veerman om opheffing van de gelegde beslagen vragen aan de voorzieningenrechter die voor het leggen van beslag verlof heeft verleend.
De voorzieningenrechter kan de opheffing van de gelegde beslagen bevelen indien
a.            Veerman aantoont dat bij het leggen van de beslagen bepaalde formaliteiten niet in acht zijn genomen, of
b.            Veerman aantoont dat de slachtoffers geen recht op schadevergoeding hebben, of
c.            de rechter oordeelt dat het beslag onnodig is, of
d.            Veerman voldoende zekerheid stelt (bijvoorbeeld in de vorm van een bankgarantie).
 
In het kort geding stelt Veerman zich op het standpunt dat hij als gevolg van de beslaglegging schade lijdt en dat hij de slachtoffers daarvoor aansprakelijk houdt. Om deze eventuele schade (waarvan overigens nog niets is gebleken!) te voorkomen kan Veerman echter een bankgarantie stellen waartoe hij op 25 juni nog uitdrukkelijk door ons was uitgenodigd. Hij blijkt echter op geen enkele wijze zekerheid te willen stellen voor de vorderingen van de slachtoffers. Mede daarom ontbeert de aansprakelijkstelling van de slachtoffers elke redelijke grond.
 
Naar aanleiding van uitlatingen van mr. Bos in de pers nog het volgende:
Met Veerman en zijn vroegere advocaten is steeds serieus gesproken over een schikking, tot eind vorig jaar toen Veerman zijn belofte om de WirWar bar gesloten te houden, verbrak. Anders dan mr. Bos heeft verkondigd, kan men wel degelijk (proberen te) schikken, ook als aansprakelijkheid niet wordt erkend. Door het afbreken van de schikkingsonderhandelingen is het civielrechtelijk traject (de bodemprocedure) de enige manier geworden om aansprakelijkheid vast te laten stellen door de rechter; daarna kunnen schadevergoedingen worden gevorderd. Het is verstandig de rechten van de slachtoffers veilig te stellen door conservatoir beslag te leggen.
 
Mr. Bos zet de wereld op zijn kop: niet Veerman maar onze cliënten zijn slachtoffers.
 
Met vriendelijke groet,
Josée van de Laar

Beer advocaten
 

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.