Naar de inhoud

De vier procedures van Jan Veerman

Bron: NHD

De vier procedures van Jan Veerman
Procedure zus, procedure zo. Je moet ongeveer een rechtenstudie achter de rug hebben om te snappen hoe het zit met de juridische nasleep van de nieuwjaarsbrand in Volendam. Bij elkaar lopen er nu vier zaken. Processen vanwege geld, vanwege schuld en boete. Met gewone-mensen-verdriet lijkt het allang niet meer te maken te hebben. Op papier niet. Maar in de rechtbank valt de verbittering te proeven die erachter zit. Bij de slachtoffers én bij horecabaas Jan Veerman.

1. De strafzaak.
Het proces waarbij justitie Veerman (en zijn dochter en zijn bedrijfsleider) voor de rechter haalt. In deze zaak moet hij zich verantwoorden voor mogelijk strafbare feiten. Justitie verdenkt hem van 'brand door schuld' en/of 'dood door schuld en toebrengen van zwaar lichamelijk letsel', zoals het in juridische termen heet. Hierbij hangt hem een maximum celstraf van zestien maanden boven het hoofd. Alles draait om de vraag of Veerman iets te verwijten valt. Of hij bijvoorbeeld de ramp had kunnen voorkomen als hij voor betere nooduitgangen had gezorgd of als hij strenger op het maximum aantal bezoekers (en hun leeftijd) had toegezien. Justitie zal in dit proces benadrukken dat Veerman méér had kunnen doen om de ramp te voorkomen. Deze strafzaak dient deze week en volgende week bij de Haarlemse rechtbank. Op 18 juli volgt de uitspraak. Veermans advocaten in dit proces zijn de gebroeders W. en H. Anker uit Leeuwarden en hun kantoorgenoot J. Boksem.

2. De schadeclaim.
De procedure waarbij de Belangenvereniging Slachtoffers Nieuwjaarsbrand Volendam geld wil zien voor de verbrande jongeren. Deze belangenvereniging komt op voor 214 slachtoffers. Omdat een aantal van hen niet meer - of niet meer volledig - kan werken en ze daarvoor schadeloos gesteld willen worden, gaat het om een miljoenenclaim. Ze vinden dat zowel de gemeente Edam-Volendam als Veerman blaam treft, dus de claim is zowel tegen de gemeente als tegen Veerman gericht. Deze zaak loopt al ruim twee jaar. In maart sprongen onderhandelingen tussen de slachtoffers en Veerman af, omdat Veerman geen inzage wilde geven in de boeken. Om zekerheid te krijgen, heeft advocatenkantoor Beer afgelopen vrijdag namens de slachtoffers voor 150 miljoen euro beslag laten leggen op bezittingen en bankrekeningen van Veerman. Hiermee willen ze voorkomen dat hij geld 'wegsluist' dat later mogelijk aan slachtoffers zou kunnen worden toegekend. Als advocaten in deze procedure had Veerman eerst het Amsterdamse juristenduo Schneider en Van Dalsum, nu laat hij zich hierin bijstaan door advocaat H.J. Bos, die een appartement van Veerman huurt in een pand naast het rampcafé aan de Volendamse haven.

3. Het kort geding.
Dit is de procedure waarmee Veerman zo snel mogelijk van de beslaglegging af wil komen. Dit geding dient morgen ná het requisitoir van de strafzaak in dezelfde Haarlemse rechtbank. Veerman eist hierin dat de beslaglegging van de slachtoffers op zijn bezit meteen wordt opgeheven en claimt een vergoeding voor de geleden schade. Want vanwege de beslaglegging wordt hij zakelijk zwaar benadeeld, is het argument. Banken krijgen argwaan, leveranciers doen moeilijk en personeelsleden van zijn bedrijven (enkele honderden mensen) zouden betwijfelen of ze hun loon nog wel krijgen. Advocaat: wederom H.J. Bos.

4. De aanvraag voor de drank- en horecavergunning voor het WirWar-pand, waarvan 't Hemeltje deel uitmaakt.
De horecagelegenheid aan de Haven staat sinds de brand leeg. De afspraak in Volendam is dat er nooit meer horeca zal komen. Er waren zelfs plannen om er een herdenkingscentrum van te maken.Veerman wilde hieraan meewerken onder de voorwaarde dat hij de WirWar-bar en de Blokhut (de kelderkroeg in hetzelfde gebouw) kon verplaatsen naar een pand van hem dat naast de WirWar ligt. Als die zaak goed zou lopen, kon hij met de opbrengst ervan de slachtoffers betalen, was de redenatie.

Maar de gemeente wilde de vergunning niet naar het buurpand verschuiven. Er was genoeg horeca in Volendam, luidde het argument. Om de boel onder druk te zetten, besloot Veerman toen maar weer een vergunning voor de WirWar aan te vragen. Die kon het stadskantoor officieel niet weigeren, maar de verleende vergunning werd meteen ingetrokken omdat de burgemeester verwachtte dat heropening van de zaak tot emotionele reacties (verstoring van de openbare orde) zou leiden. Veerman maakte daarop bezwaar tegen de intrekking van zijn vergunning. En de belangenvereniging van slachtoffers maakte meteen bezwaar tegen het verlenen ervan. Afgelopen maandag vond over de drank- en horecavergunning een hoorzitting plaats bij de gemeente. In deze zaak treden de advocaten E. Minderhoud en M. Kamp van het Amsterdamse kantoor Nauta Dutilh op voor Veerman. Gisteren hoorden zij dat de gemeente over deze kwestie op 31 juli een beslissing neemt.

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.