'Soms jeuken mijn handen nog wel eens'
'Soms jeuken mijn handen nog wel eens'
Bijna twintig jaar werkt Linda van Essen (45) bij de gemeente Edam-Volendam, onder meer als jurist van de staf bestuurszaken en coördinator bestuursondersteuning. Sinds ze vorig jaar raadsgriffier werd, voelt ze zich geen ambtenaar meer. Politiek bedrijven moest ze 'afleren'. Toch kan ze als 'raadsverdediger' haar mening nog wel kwijt.
'Het dualisme was nog maar net een feit, of de raad wilde een nieuwe griffier. Die voortvarendheid sprak me aan. Het moest bovendien geen klusje voor erbij worden. Ik heb gesolliciteerd en werd gekozen op grond van mijn enthousiasme. Ik vond en vind het prachtig om deze functie uit te bouwen. Zeker in het begin was er onduidelijk over de taakstelling. Het is pionieren wat je doet. Ik werk al bijna twintig jaar bij deze gemeente. Ik heb nooit ergens anders willen werken. Er is gewoon genoeg afwisseling. Ja, het is hier niet zo groot, maar veel zaken lijken op die in de grote stad. Het is hier enigszins dorps, maar dat ervaar ik als prettig: iedereen kent elkaar. Het is in ieder geval geen plaatsje in ruste, er is altijd wel jets dat de aandacht vasthoudt. Helaas geldt dat ook voor de ramp en de nasleep ervan.
'Als griffier ben je de spil in de contacten. Je reikt mogelijkheden aan, legt procedurele dingen voor aan de raad en het college. Aan de raadsleden bied ik zelfs cursussen aan; het is toch een lekenbestuur. De meeste informatiestromen komen langs mij en dat vind ik van essentieel belang. Ik wil goed doorgeven en weergeven wat er besloten wordt. Raadsleden vragen ook mijn advies, bijvoorbeeld als ze een motie willen indienen. Dan zeg ik: als je het zo doet, dan heb je kans op draagvlak. En soms moetje dingen eerst even in de week leggen bij de commissies. Maar dat is technische bijval, hoor. Aan politiek doe ik hier niet. Je moet voor 21 raadsleden aanspreekbaar blijven, anders is je carrière snel voorbij. Het hangt allemaal van je persoonlijkheid af of je neutraal kunt blijven. Ik ben er lang genoeg ambtenaar voor. Toch had ik ooit een andere betrokkenheid, dus je moet zeker wat afleren. Je bent toch een mens! Soms jeuken mijn handen nog wel eens. Gelukkig kan ik soms ook wel mijn mening geven. Je moet het een beetje inkleden, en respect houden voor anderen.
'Ik ben wel een soort buffer. Je zit tussen conflicten in. Maar op een gegeven moment dreigde ik de verpersoonlijking van het dualisme te worden, als kop van Jut. Dan kwamen ze steeds weer bij mij: nou, de raad wil zus, goh het college wil zo. Nu zie ik mezelf meer als intermediair: bij de een leg ik het standpunt van de ander uit. Toch ligt mijn prioriteit bij de raad. Ik ben een soort raadsverdediger. Ik moet ook zeggen dat ik veel meet respect en waardering heb gekregen voor raadsleden. Dat ze naast hun baan nog zoveel tijd vrijmaken voor het bestuur. En dan al die informatie die op ze afkomt - mede dankzij mij. Het is niet makkelijk om het goed te doen. Eigenlijk voel ik me geen ambtenaar, ik ben geen vastgebakken mens. Ik ben nog even enthousiast als in het begin. Wel is het belangrijk om je te beheersen, om je niet overal op te storten. Voor je het weet ben je dag en nacht aan het werk, je overeet je heel snel - de valkuil van de griffier. Deze functie moetje zelf op gang brengen, maar ook zelf weer temperen.'