Naar de inhoud

De pastoor zag zo graag een gebaar

Bron: Parool

De pastoor zag zo graag een gebaar
door HANNEKE DE WIT

Pastoor Jan Berkhout gaat binnenkort weg uit Volendam. Maar momenteel beheerst de nieuwjaarsbrand van 2001 in café De Hemel zijn agenda en zijn gedachten weer geheel. ''Dit zijn zware dagen voor de getroffenen,'' zegt hij. ''Het proces tegen cafébaas Jan Veerman is voor hen geen genoegdoening.''

Zijn neef, een jongere uitvoering van de oom, maakt de poort open. Pastoor Jan Berkhout (63) komt tot rust in Schoorl, bij zijn zus, voordat hij eind september afscheid zal nemen van de Vincentiusparochie in Volendam. Dat hij weggaat, naar het kleinere Breezand, in de buurt van de Afsluitdijk, heeft niets met De Brand te maken: de werkdruk werd te hoog. Hij zit overigens weer middenin de nasleep van de nieuwjaarsbrand, in 2001 in café De Hemel. Eerst was er maandag in Volendam de reguliere bijeenkomst met de ouders van de overleden jongeren, vervolgens steunde hij een ouderpaar dat het strafproces tegen Jan Veerman wilde bijwonen door mee te gaan naar de rechtbank in Haarlem. Woensdagavond was hij weer in Volendam: de ouders wilden met hem praten omdat het er in de rechtszaal zo kil en koel aan toeging. ''De ramp,'' zegt Berkhout, nadat hij aan een tafeltje in de zonnige tuin de koffie heeft ingeschonken, ''leeft tot vandaag de dag bitter in de getroffenen voort. Hoewel niemand erop zit te wachten dat Jan Veerman een zware straf krijgt, willen we ook niet dat hij uit dit proces als een held te voorschijn komt.''

Acht jaar was Berkhout pastoor in Volendam. Hij is landelijk bekend sinds de brand die veertien jonge mensen het leven kostte. Vijftig, zestig mensen zijn blijvend gewond, getekend voor het leven. Berkhout schreef een boek over zijn ervaringen na de ramp: Pastoor van Volendam. Op het omslag staat een veelbetekenende foto van De Hemel; door één van de kapotte ramen waait een gordijn naar buiten. ''Alles staat van minuut tot minuut in mijn geheugen gegrift, ik kon het zó opschrijven,'' zegt hij. Met de schuldvraag houdt de pastoor zich niet bezig. Het is goed, zegt hij, dat de rechter zich daar over buigt. ''Maar de ramp heeft plaatsgehad in een café van Jan Veerman. Dan had je toch mogen verwachten, dat hij contact had gezocht met de getroffenen?''

Berkhout vindt dat Veerman van de getroffenen 'objecten' maakt, hen behandelt alsof ze stoelen zijn. ''De ogen van de mens weerspiegelen zijn ziel. Je moet een mens aankijken, wil je zijn geheim ontdekken. Dat is wat de getroffenen willen: gezien worden, gerespecteerd worden door Veerman.'' ''Al zou het zo zijn dat Veerman er niks aan kon doen, en al heeft ook hij deze brand niet gewild: er zijn wél mensen die als gevolg ervan lichamelijk of geestelijk voor altijd geschonden zijn, mensen die hun kinderen verloren,'' zegt Berkhout. ''Als Veerman geen gebaar maakt naar deze mensen, kunnen zij niet beginnen met het verwerken van hun leed. Dan vrees ik het ergste voor hun toekomst.''

Veerman heeft in deze krant gezegd dat pastoor Berkhout geen aandacht voor hem had, hoewel hij toch ook een schaap was in diens kudde. Voor de rechtbank herhaalde hij deze week zijn klacht. Noch de burgemeester, noch de pastoor had zich ooit zijn lot aangetrokken, hoewel ook hij, Veerman, slachtoffer is. Berkhout zegt dat het 'gewoon niet waar is, wat Veerman beweert'. Hij had de eigenaar van De Hemel na de ramp ontmoet in het huis waarin Klaas Koning lag opgebaard, de neef van Veerman, die bij de ramp om het leven was gekomen. Later had de pastoor Veerman opgebeld en hem voorgesteld samen naar café De Hemel te gaan. Maar intussen had een krant een uitlating van de pastoor afgedrukt. Berkhout had gezegd: drie cafés boven elkaar, hoe haal je het in je hoofd? Daarmee doelde Berkhout op het feit dat Veerman drie cafés op elkaar had gestapeld: de Blokhut, de Wirwar Bar en De Hemel.

''Veerman was daar kwaad over, van een gezamenlijk bezoek aan De Hemel is het niet meer gekomen. Later heeft hij me nog eens gebeld, omdat op het monument voor de gestorven jongeren over onachtzaamheid als oorzaak wordt gesproken. Daar was hij het niet mee eens, maar ik vond dat de ouders het recht hebben zelf te beslissen wat voor tekst ze op het monument wilden zetten.'' Berkhout vertelt dat Veerman voortdurend beloftes brak. ''Als het erop aankwam, was hij er niet. Hij zou inzicht geven in zijn financiële positie, maar dat gebeurde niet. Hij zou de Wirwar Bar nooit meer openen, vervolgens vroeg hij toch weer een vergunning aan. En dan gisteren, juist in deze zware week van het strafproces, dat kort geding van Veerman tegen de beslaglegging op een deel van zijn bezittingen.''

Volgens de pastoor is het strafproces, behalve door Veermans houding, ook anderszins kwetsend. ''De rechter noemde één jongen bij naam, die met sterretjes had gezwaaid, hoewel veel cafébezoekers dat deden. Die jongen is overleden. Dat is toch verschrikkelijk? De ouders van die jongen zijn helemaal stuk.'' Dat er geen contact is tussen Veerman en de getroffenen, daar heeft Berkhout dezer dagen extra over nagedacht. Zou de rechter daar niets over in zijn vonnis kunnen opnemen? vraagt hij zich af. ''De rechter zou van Veerman kunnen eisen, dat hij met de getroffenen gaat praten. En dan zou hij na een jaar moeten kijken of dat ook echt is gebeurd. Is dat geen goed idee? Of denkt u dat een rechter niet luistert naar een pastoor?''

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.