In het land der blinden is éénoog koning (het Edams Lancester)
In het land der blinden is éénoog koning (het Edams Lancester)
Klaroengeschal ook van de zijde van de politiek natuurlijk, over smaak valt te twisten, zo meldt de VVD bij monde van de heer E. Karregat, maar de adviezen van de MC stroken bepaald niet met de criteria die deze partij met betrekking tot de bebouwde historische leefomgeving van Edam huldigt. Dat smaak en deze criteria op gespannen voet met elkaar staan, even terzijde. Weg met die Iuitjes, of op zijn minst onder curatele ten gerieve van de controlerende taak van de gemeenteraad. Ook Gemeente Belangen doet een duit in het zakje. Met gevoel voor drama roept de partij degenen die deze vergissing hebben begaan op om in het openbaar getuigenis en verantwoording af te leggen. Zij wordt min of meer op haar wenken bediend, want in de Stadskrant van 6 juni bekent wethouder Smit schoorvoetend dat er toch fouten zijn gemaakt. Maar van de hoed en de rand, daarover wordt weinig onthuld, reden voor mij als lid van de publiekelijk gediskwalificeerde commissie om enige informatie te geven over de gevolgde procedure en motivatie van de MC met betrekking tot het bouwplan.
Opofferen
De aanvraag van de ondememer Plat voor een betere ontsluiting van zijn terras op het Damplein vanuit het Damhotel (2001) is in eerste instantie getoetst aan: 1. stedebouwkundige, 2. historisch-monumentale en 3. functionele criteria aan de hand van een hiertoe door de MC samengestelde interne nota. Het open Lancester - authentieke 16e eeuwse markthal - is onderdeel van het Damplein en de MC kwam op grond van genoemde criteria tot de conclusie dat wijziging van de bestaande situatie ongewenst zou zijn. Een zo belangrijk openbaar monument als het Lancester mag niet worden ‘opgeofferd’ aan commerciële belangen en ‘meerwaarde’ van het Damhotel. Maar er spelen ook maatschappelijke factoren: verlevendiging van het hart van de stad, vooral in de avonduren, het verdwijnen van een hinderlijke hangplek, een steuntje in de rug van ook andere Edamse ondernemers. De klok kan niet worden stilgezet, Edam is en mag in totaliteit geen ‘museum’ worden, kortom, de MC kan beter ‘medespeler’ blijven in het proces van cultuurhistorische ontwikkelingen en hiermee samenhangende maatschappelijke lokale belangen.
Al decennialang wordt gediscussieerd over de wijze waarop historische gebouwen gerestaureerd, c.q. aangepast kunnen worden voor nieuwe bestemmingen: in een oudere stijl, dus historiserend, of herkenbaar in vorm en materialen van de huidige tijd. In bepaalde situaties is een historiserende aanpak de beste oplossing. Het is absoluut een misverstand te menen dat de MC historiserend (ver)bouwen in de ban heeft gedaan. Integendeel. Er zijn heel wat voorbeelden in onze gemeente aan te wijzen van recentelijk in historische stijl opgetrokken bouwwerken. Het Damhotel is architectonisch in feite een staalkaart van allerlei onderdelen en details uit zo’n vierhonderd jaar, met de typische stijlkenmerken van die voorbije eeuwen. Meest in het oog vallend: de trapgevel die er ooit was is in de 19de eeuw vervangen door een strakke lijstgevel. Deze veranderingen worden heden ten dage als cultuurhistorisch waardevol beschouwd en dienen tot iedere prijs gehandhaafd te worden. Is het dan niet logisch dat deze invalshoek ook voor de huidige verbouwing is gekozen: vorm en materialen van deze tijd, mits detaillering en uitvoering van hoge kwaliteit zijn. Let wel: geen breuklijn met het verleden, zoals sommigen menen te weten, maar juist continuatie van een al sinds de bouw ingezet proces. Met het koetshuis (Hoogheemraadschap) in de Lingerzijde van Edam (2000) is in nauw overleg met de Rijksdienst voor de Monumentenzorg met deze aanpak ervaring opgedaan.
Geschiedvervalsing
Bovendien: de houten deuren met een quasi 18de-eeuwse roedeverdeling in de achterwand van het Lancester, zoals getekend op het eerste bouwplan, zouden dit sobere bouwwerk architectonisch een andere identiteit hebben gegeven. Opwaardering en geschiedvervalsing, aantasting van het oorspronkelijk karakter, om maar een paar eyeliners te noemen. De MC bepleitte niet stijlgebonden, aluminium deuren, qua kleurstelling aansluitend bij het Lancester, en terugliggend in de zijmuur van het Damhotel, zodat ze visueel grotendeels ‘wegvallen’. Zowel de gemeente als de Rijksdienst hebben zich achter dit advies geschaard.
Al in het traject van voorbereiding zijn de nodige steken gevallen. De gemeente heeft vervolgens in handhavend toezicht gefaald: de deuren zijn in de wand van het Lancester geplaatst en glimmen ons opzichtig tegemoet. Ook is de vluchtweg nabij het voormalige postkantoor - met die foeilelijke scharnieren – een afwijken van de goedgekeurde tekening en het advies van de MC.
Onderonsje
In het land der blinden is dus éénoog koning: blijkbaar lijdt de gedoog cultuur van de gemeente een taai leven. In plaats dat de gemeente onmiddellijk actie onderneemt en ondernemer Plat aanspoort de werkzaamheden volgens de bouw vergunning uit te voeren, en aansluitend eveneens een weg probeert te vinden om de deuren alsnog van een passende kleur te voorzien, vind wethouder Smit dat het voorlopig maar zo moet blijven. Er wordt zelf een opening gemaakt voor misschien toch houten deuren en over de kleur gaan we gewoon nog eens praten met de ondernemers. Lees ik het goed, een onderonsje tussen de wethouder en de ondernemer? Als deze weg wordt ingeslagen kan de MC als ‘waakhond’ van de stedenbouwkundige en architectonische waarden van Edam beter van haar taken worden ontheven. De politiek heeft daartoe overigens al een voorzet gegeven!
Weinig kennis
De MC is door de politiek, het gemeentebestuur en Oud Edam met betrekking tot het Lancester ernstig beschadigd. Maar er kan nog wet een schepje bovenop: wat te denken van het Slobbeland waar de MC ook al in de fout is gegaan (VVD, NNC, 3 juni). De politiek geeft blijk weinig kennis te hebben van het functioneren van de voor haar nagenoeg gratis werkende adviseurs. Stedenbouwkundige planvorming en randvoorwaarden voor bebouwing vallen buiten de taakstelling van de MC. Keer op keer heeft zij de gemeente verzocht om voor bepaalde gebieden in Edam-Volendam -onder andere het Slobbeland en het Oorgat - door externe diensten planologische en beeldkwaliteitsplannen te laten ontwikkelen, zodat de MC beschikt over een kader waaraan bouwplannen getoetst kunnen worden.
Monumenten- en welstandscommissies liggen de laatste tijd onder vuur: willekeur, subjectieve planbeoordeling, etc. De politiek zou kunnen bijdragen aan een betere beeldvorming en vergroting van het draagvlak onder de burgers. Dat zij de MC daarentegen publiekelijk ook als kop van jut gebruikt voor zaken die buiten het beoordelingsterrein van de commissie liggen, is onaanvaardbaar. Het lidmaatschap van de MC dat ik altijd als zeer eervol heb beschouwd is langzamerhand geen pretje meer. Oud Edam en de politiek zullen zich moeten uitspreken hoe het verder moet. In afwachting daarvan schort ik mijn werkzaamheden voor de MC op.
C. Boschma-Aarnoudse