De rechtszaken tegen Jan Veerman: feiten en verzinsels
De rechtszaken tegen Jan Veerman: feiten en verzinsels
Afgelopen zaterdag 5 juli jl. vond op Het Anker een informatiebijeenkomst plaats. De bijeenkomst was aangeboden aan de 214 getroffenen en nabestaanden die gezamenlijk een rechtszaak zijn gestart tegen Jan Veerman en zijn bedrijven. Tijdens de bijeenkomst gaven drie advocaten informatie over de lopende rechtszaken en over het beslag op een deel van het vermogen van Jan Veerman en zijn horeca-bedrijven. De bijeenkomst is door ongeveer 50 mensen bijgewoond. Tijdens de bijeenkomst bleek dat er onder de getroffenen en in Volendam heel veel onduidelijkheden en misverstanden bestaan over de rechtszaken tegen Jan Veerman en zijn bedrijven. Zo waren er verschillende mensen die zich zorgen maakten over de gevolgen van het beslag voor werknemers van bedrijven van Veerman. Op straat en op hun werk waren deze mensen aangesproken op deze en andere vermeende gevolgen van het beslag.
Tijdens de bijeenkomst konden al deze onduidelijkheden en misverstanden worden weggenomen. Onder andere kwam naar voren dat (bewust) geen beslag is gelegd op bedrijven als Groot Afbouwbedrijf, zodat de werknemers van die bedrijven geen enkel gevolg ondervinden van het beslag. Ook werd ontzenuwd dat Jan Veerman als gevolg van het beslag niet meer in zijn eigen levensonderhoud zou kunnen voorzien. Op zijn privé-inkomen is namelijk geen beslag gelegd. Gezien het feit dat de onduidelijkheden en misverstanden over de rechtszaken wijd verbreid zijn in Volendam, hebben wij besloten de informatie die tijdens de informatiebijeenkomst is verstrekt, ook in deze krant te plaatsen. Wij hopen dat deze informatie niet alleen de misverstanden en onduidelijkheden zal wegnemen, maar ook begrip zal kweken voor de moeilijke positie waarin niet alleen Veerman maar ook de getroffenen en hun belangenvereniging zich in deze periode bevinden. Vooraf willen wij uitspreken dat wij het ten zeerste betreuren dat de verhoudingen tussen Veerman en de getroffenen zo op scherp zijn komen te staan. Het zou ons veel liever zijn geweest als we een schikking hadden kunnen sluiten met Jan Veerman en dat de strafrechter hadden kunnen melden. Maar het heeft helaas niet zo mogen zijn.
Schikking afgeketst op bestemming Wir War Bar en vermogensonderzoek
Gedurende anderhalf jaar hebben we alles op alles gezet om het tot een schikking te laten komen. En het ging ons niet in de eerste plaats om geld. Wat voor ons voorop stond was dat de Wir War Bar een passende bestemming zou krijgen, gezien de hevige emoties die heropening van dat café zou oproepen bij nabestaanden en vele andere getroffenen. Hoewel Jan ons uitdrukkelijk had beloofd dat hij de Wir War Bar niet zou heropenen, vroeg hij toch een drank- en horecavergunning aan. Vervolgens staakte hij de medewerking aan het accountantsonderzoek naar zijn vermogen dat met hem was afgesproken. Onder die omstandigheden hadden wij geen andere keus dan het oordeel van de rechter te vragen; van de burgerlijke rechter wel te verstaan, want de strafrechter is ingeschakeld door Justitie (zie ook hieronder). Voor de goede orde wijzen wij erop dat wij hier niet ons eigen straatje schoonvegen ten koste van Jan Veerman. Mr. Bos, Jan zijn eigen advocaat, heeft op vrijdag 27 juni in de rechtbank in Haarlem zelf bevestigd dat hij Jan heeft afgeraden verder te gaan met de schikkingsonderhandelingen zolang de aansprakelijkheid niet door de rechter is vastgesteld.
Strafzaak staat los van rechtszaak die getroffenen hebben aangespannen
Tijdens de informatiebijeenkomst op Het Anker is benadrukt dat de rechtszaak die de getroffenen zelf zijn begonnen, helemaal los staat van de strafzaak. In onze rechtszaak – een zogenaamde “burgerlijke” of “civiele” rechtszaak - gaat het uitsluitend om een schadevergoeding, terwijl het in de strafzaak gaat om de vraag of Jan, Laura en John Veerman strafbare feiten hebben gepleegd. De strafzaak is namens de Nederlandse Staat aanhangig gemaakt door Justitie. De getroffenen hebben daar geen enkele invloed op kunnen uitoefenen. Hetzelfde geldt voor de straffen die Justitie heeft geëist. Mensen die de getroffenen verwijten dat bijv. tegen John Veerman Kadij 10 maanden is geëist, halen dus dingen door elkaar. Ook in een ander opzicht staat de (civiele) rechtszaak die de getroffenen hebben aangespannen, helemaal los van de strafzaak. Als alle verdachten zouden worden vrijgesproken, heeft ook dat geen invloed op onze rechtszaak. De strafrechter stelt namelijk heel andere en veel zwaardere eisen aan "schuld" dan de (burgerlijke) rechter die in onze rechtszaak uitspraak zal doen. Omgekeerd is het wel zo dat als Veerman volgens die zware eisen schuldig zal worden bevonden, de uitspraak in de strafzaak waarschijnlijk wel zal doorwerken in de rechtszaak van de getroffenen.
Boos op gemeente
Met betrekking tot de Wir War Bar heeft Jan op donderdag 26 juni jl. in de rechtbank verklaard dat hij er niet aan denkt de Wir War Bar te heropenen, maar dat hij met zijn aanvraag om een drank- en horecavergunning slechts een signaal heeft willen geven aan de gemeente die hem dwarsboomde bij het verplaatsen van het café naar het naastgelegen pand. Wij kunnen begrijpen dat Jan boos is op de gemeente, maar wat wij niet begrijpen is dat hij die boosheid zwaarder heeft laten wegen dan zijn afspraak met ons en de getroffenen dat hij de Wir War Bar niet meer zou gebruiken voor horecadoeleinden. Door een nieuwe drank- en horecavergunning te vragen, nam hij bovendien op de koop toe dat hij de getroffenen, waaronder in het bijzonder de nabestaanden, heel veel verdriet zou doen. En dat te meer omdat Jan ons nog maar kort daarvoor het groene licht had gegeven om deze mensen te laten weten dat zij niet meer bedacht hoefden te zijn op heropening van de Wir War Bar. In overleg met Jan hebben wij die mededeling toen ook in de NiVo gezet. Een aantal lezers zal zich dat bericht misschien nog herinneren.
Rode lap voor Jan Veerman
De teleurstelling die wij voelen ten opzichte van Jan Veerman, voelen wij ook ten opzichte van de gemeenteraad. Nadat wij de raad tijdens een bijzondere vergadering op het stadskantoor hadden uitgelegd dat een verplaatsing van de Wir War Bar voor Jan Veerman een voorwaarde was om te schikken met de getroffenen en dat die verplaatsing voor de getroffenen acceptabel was, weigerde de raad daaraan mee te werken. Gezien de vele aanvaringen die in het verleden hadden plaatsgevonden tussen Jan Veerman en de gemeente, kon het voor de raad geen verrassing zijn dat Jan zou reageren als een stier op een rode lap en alsnog zou dreigen de Wir War Bar te heropenen. Ook had de raad van tevoren kunnen weten dat een schikking in dat geval van de baan zou zijn. Niettemin weigerde de raad mee te werken aan een verplaatsing van de Wir War Bar en beriep zich daarbij - terwijl het om een bestaand café ging - op nieuw horecabeleid. Hierbij nam de raad op de koop toe dat de getroffenen, en in het bijzonder de nabestaanden, aan het kortste eind zouden trekken - en dat zeker als het alsnog (en volstrekt onnodig) tot heropening van de Wir War Bar zou komen. Dat deze mensen dan een tweede keer heel veel pijn zou worden gedaan, vond de gemeenteraad kennelijk minder bezwaarlijk dan dat Jan Veerman een nieuwe start in de horeca zou kunnen maken. En dat terwijl de gemeente volgens het rapport Alders naast Jan Veerman de tweede hoofdverantwoordelijke was voor de ramp en het leed dat die ramp heeft veroorzaakt. Maar ook wat de raad betrof, kon er kennelijk nog een schepje bovenop.
Als de raad de getroffenen en Veerman in staat zou hebben gesteld een schikking met elkaar te sluiten, dan zouden de getroffenen nu waarschijnlijk geen rechtszaak hebben hoeven te starten en beslag hebben hoeven te leggen. Ook de rechtsstrijd rond de ingetrokken drank- en horecavergunning had dan achterwege kunnen blijven. Misschien dat we er nu zelfs uit zouden zijn geweest met Jan Veerman. Als de raad in deze kwestie de belangen van de getroffenen het zwaarst had laten wegen, dan had voorts de tweespalt die zich in Volendam aftekent naar aanleiding van de vele misverstanden rond de diverse rechtszaken, kunnen worden vermeden. In dat geval zouden de wonden die de ramp in onze gemeenschap heeft geslagen misschien hebben kunnen helen in plaats van - zoals nu gebeurt - opnieuw te worden opengereten. Het heeft helaas niet zo mogen zijn. Ook de raad heeft dus een hele zware verantwoordelijkheid genomen door een besluit te nemen waarvan in hoge mate voorzienbaar was dat dit een streep zou halen door de mogelijkheid van een schikking tussen Jan Veerman en de getroffenen.
Een beet van de kat én de hond
Voor de getroffenen geldt dat het om het even is of zij nu door de kat of de hond gebeten worden. Gezien het feit dat Jan Veerman en de gemeente volgens het rapport Alders de hoofdverantwoordelijken zijn voor de ramp, had van beiden verwacht mogen worden dat zij hun best zouden doen de getroffenen geen nieuw leed te berokkenen. Zoals gezegd, had Jan de getroffenen met zoveel woorden beloofd dat hij de Wir War Bar een passende bestemming zou geven (tijdens een Love-tv-uitzending in mei 2001 had Jan de getroffenen zelfs zijn deel van het pand ter beschikking gesteld). Jan en de gemeente kozen er echter voor hun onderlinge horecastrijd – die al vele jaren sleept – voort te zetten over de ruggen van de getroffenen. Zoals hierboven ook al is gezegd, kunnen wij begrijpen dat Jan Veerman boos is op de gemeente. Evenzo kunnen wij begrijpen dat er in de gemeenteraad weerstanden bestaan om Jan Veerman opnieuw in de horeca te laten starten. Maar wat wij niet kunnen begrijpen is dat beide partijen hun boosheid en weerstanden zwaarder hebben laten wegen dan de belangen van de mensen die, volgens het rapport Alders, het slachtoffer zijn geworden van nota bene hun nalatigheid.
Tijdens de informatiebijeenkomst op Het Anker hebben de advocaten van de getroffenen de revue laten passeren wat de gemeente de afgelopen jaren allemaal heeft nagelaten op het gebied van de brandveiligheid. Hieruit bleek dat er vele jaren zelfs geen begin van beleid was om de veiligheid van de levens van het uitgaande publiek in Edam-Volendam te waarborgen, laat staan dat er ambtenaren waren om een en ander te controleren. Toen uiteindelijk kort voor de ramp een controle-ambtenaar werd aangetrokken, bleek die alleen al 10 jaar nodig te hebben om alle uitgaansgelegenheden na te lopen op brandveiligheid. Het gemeentebestuur vond de plaats op de ranglijst van goedkoopste gemeenten kennelijk veel belangrijker dan de veiligheid van de burgers. Maar hoe dit verder ook zij, ook met de gemeente moeten we verder. Als Jan Veerman en de gemeente hun onderlinge strijd laten prevaleren boven de belangen en gevoelens van de getroffenen, dan zullen wij in ieder geval moeten proberen het hoofd koel te houden. Want anders is de kans helemaal uitgesloten dat we er ooit samen zullen kunnen uitkomen.
Waarom schadevergoeding?
Zoals de meeste lezers bekend zal zijn, ontvangen de jongeren die het slachtoffer zijn geworden van de ramp een uitkering van het Rijk en van de SSNV. Wat velen echter niet zullen weten is dat de totale schade die de jongeren hebben geleden en nog zullen lijden voor veel jongeren een veelvoud bedraagt van die uitkeringen. Als je bijv. levenslang aangewezen bent op een arbeidsongeschiktheidsuitkering van 70% van het minimumloon en daarnaast ook nog hoge kosten moet maken voor verzorging door anderen, dan bedraagt de schade over een leven gerekend al snel één tot anderhalf miljoen Euro. Dat is dan de schade ten opzichte van de situatie dat je gezond zou zijn gebleven en normaal had kunnen werken en leven. Voor de uitkeringen van het Rijk en de SSNV is in totaal een bedrag beschikbaar van zo´n 25 miljoen Euro, terwijl de totale schade wordt geraamd op een bedrag van ruim 150 miljoen. Als de aansprakelijk gestelde partijen die schade, of in ieder geval een deel daarvan, niet eigener beweging willen vergoeden, dan laten zij de getroffenen geen andere keus dan de rechter te vragen ervoor te zorgen dat de slachtoffers in de toekomst, financieel gezien, niet slechter af zijn dan zij zonder brand zouden zijn geweest. Maar ook al ligt de zaak nu bij de rechter, wij blijven openstaan voor een schikking.
Onzorgvuldigheid advocaten Veerman
In de strafzaak voerden de advocaten van Jan Veerman aan dat het hem raakt dat tot op de dag van vandaag nog steeds wordt beweerd dat hij op financieel gebied niet over de brug is gekomen richting slachtoffers en nabestaanden. Zij hielden de rechter voor dat hij, naast een bedrag van 72.000 gulden, ook het verzekeringsgeld ad 2,6 miljoen gulden aan de slachtoffers had geschonken. Dat was echter een onjuiste voorstelling van zaken. De betrokken verzekeringsmaatschappij, AMEV, heeft het geld namelijk rechtstreeks aan een stichting (de stichting Volendam 010101) overgemaakt met de opdracht het geld aan de slachtoffers uit te keren. Dat was ook in lijn met het karakter van de verzekering, te weten een aansprakelijkheidsverzekering die Jan in staat moest stellen om bezoekers van zijn café te compenseren voor schade waarvoor hij aansprakelijk was te achten. Eigener beweging heeft Jan dus een bedrag van 72.000 gulden aan de slachtoffers geschonken, terwijl zijn vermogen ettelijke miljoenen bedraagt Als het Jan - zoals zijn advocaten zeggen - dan echt raakt dat van hem gezegd wordt dat hij tot nu op financieel gebied niet over de brug is gekomen richting slachtoffers en nabestaanden, laat hem dan een gebaar maken in plaats van via zijn advocaten de schijn op te houden dat hij echt iets heeft gedaan voor de slachtoffers.
Ook in andere opzichten hebben de advocaten van Jan het niet zo nauw genomen met de zorgvuldigheid. Zo hebben zij in en buiten de rechtszaal een pleitnota rondgedeeld waar getuigenverklaringen achter zaten die in januari 2001 zijn afgenomen van slachtoffers. Anders dan gebruikelijk is, hebben de advocaten de namen van de jongeren niet vervangen door initialen. Hierdoor lag binnen de kortste keren uiterst gevoelige informatie op straat die - omdat de namen van de getuigen eronder stonden - in verschillende vriendenploegen de uitwerking had van een splijtzwam. Het zal geen nadere vermelding behoeven dat dit bij de betrokken jongeren keihard is aangekomen. Mr. Kamp die Jan vertegenwoordigde in de kwestie rond de horecavergunning, bracht naar buiten dat de hoorzitting in die kwestie bewust was gepland op de eerste dag van het strafproces en dat de getroffenen niet akkoord waren gegaan met uitstel. Het was echter precies andersom. Gezien de samenval met de eerste dag van de strafzaak hadden juist de getroffenen (Beer advocaten) om uitstel gevraagd. Omdat mr. Kamp niet akkoord ging met uitstel was de gemeente, gezien de termijnen die in acht genomen moeten worden als bezwaar wordt gemaakt tegen een gemeentelijk besluit (de intrekking van de horeca-vergunning), gedwongen de hoorzitting op de bewuste dag door te laten gaan. Hierdoor kon de indruk ontstaan dat Jan Veerman van alle kanten belaagd werd (een strafzaak, een civiele zaak, een beslaglegging en een bezwaarschriftprocedure). Mr. Anker deed er nog een schepje bovenop door – volstrekt ten onrechte - te suggereren dat dit bewust zo in scène was gezet. Het zal geen nadere vermelding behoeven dat wij kunnen aantonen wat we hier aan het papier toevertrouwen. Vervolgens beweerde mr. Bos dat het beslag ten koste ging van werknemers van bedrijven van Veerman. Dit leidde tot een gênante situatie bij de kort gedingrechter in Haarlem, toen bleek dat op die bedrijven helemaal geen beslag was gelegd.
Geldwolven?
Maar door deze en soortgelijke uitlatingen kon wel het beeld ontstaan dat de slachtoffers geldwolven waren die ten koste van de werkgelegenheid van werknemers van bedrijven van Veerman zoveel mogelijk geld in de wacht probeerden te slepen en dat op een moment dat Veerman kwetsbaar was omdat hij moest verschijnen voor de strafrechter. Zelfs werd ons verweten dat Jan Veerman door ons toedoen geen "brood meer kon kopen". Als je niet de bereidheid hebt af te dalen naar het niveau van je opponenten, dan ben je betrekkelijk weerloos tegen zulke loze beschuldigingen. Je bent dan aangewezen op de bereidheid van het publiek de moeite te nemen jouw kant van het verhaal aan te horen of te lezen. En dat verhaal ligt nu voor u.
Nu de kruitdampen zijn opgetrokken, rijst de vraag wie wijzer is geworden van de psychologische oorlogsvoering van de afgelopen weken. De rechters zullen uiteindelijk toch recht doen zoals de wet het voorschrijft. Maar de afstand tussen Jan Veerman en de getroffenen is groter dan ooit. Aan het eind van de rit zijn het dus Jan Veerman en de getroffenen die met de brokken achterblijven. En als de advocaten hun gepeperde declaraties hebben getoucheerd, zullen ze die brokken niet lijmen. Wel is de kans een stuk groter geworden dat partijen alleen nog via advocaten zullen kunnen communiceren. Als er al iemand wijzer is geworden van de psychologische oorlogsvoering, dan zijn het dus de advocaten die deze oorlog begonnen zijn.
Waarheid en fictie rond beslag
Het beslag is gelegd om ervoor te zorgen dat er straks ook echt geld is als de (burgerlijke) rechter Jan Veerman veroordeelt tot het betalen van schadevergoeding. Als zulke grote financiële belangen in het geding zijn, is een beslag normaal. Bij de voorbereiding van het beslag zijn onze advocaten heel zorgvuldig te werk gegaan. Zo is geen beslag gelegd op bedrijven van Veerman die niet betrokken zijn bij horeca-exploitatie. Daar is bewust van afgezien om te voorkomen dat werknemers van Veerman de dupe zouden kunnen worden van het beslag. Het beslag is uitsluitend gelegd om rechten van getroffenen veilig te stellen en niet om Veerman of wie dan ook schade toe te brengen. Om schade te voorkomen, is het beslag juist beperkt gehouden.
Door bemiddeling van de rechter op 4 juli jl. is een compromis gesloten dat nog beter aansluit bij de voorzichtigheid die de getroffenen ook zelf nastreefden. Alle beslagen zijn gehandhaafd, met dien verstande dat een gezamenlijk benoemde notaris beslagen kan opheffen als de belangen van Veerman en zijn bedrijven dat eisen. Verder is het beslag op twee panden in zoverre opgeheven dat de inkomsten uit huur gebruikt kunnen worden om de hypotheek op die panden af te lossen. Voor een goed begrip wordt erop gewezen dat de opheffing van een beslag door de notaris, niet betekent dat Jan Veerman dan weer vrij kan beschikken over de goederen en het geld die onder het beslag vielen. Hij zal dan andere garanties moeten geven dat de verhaalsmogelijkheden van de getroffenen intact blijven. Het gesloten compromis stelt de verhaalsmogelijkheden van de getroffenen veilig maar geeft Jan Veerman de vrijheid zaken te blijven doen waardoor zijn vermogen kan toenemen. Hierbij zijn zowel Jan Veerman als de getroffenen gebaat. Beer advocaten was dan ook heel tevreden over het compromis.
Stalker
Ons is gebleken dat verschillende slachtoffers en hun familieleden onder druk zijn gezet om hun deelname aan de beslaglegging in te trekken. Daarbij is niet geschroomd hen rechtstreeks te benaderen met het dreigement dat zij door Veerman aansprakelijk gesteld zouden worden voor schade als zij weigerden een verklaring tot intrekking van beslag te ondertekenen. In dat verband viel de naam van iemand die de slachtoffers anderhalf jaar eerder ook al als een soort "stalker" hinderlijk heeft gevolgd. Naar aanleiding daarvan hebben wij in december 2001 in deze krant een open brief geplaatst waarbij wij de gemeenschap en de familie van de betrokkene hebben opgeroepen hem te bewegen de slachtoffers met rust te laten. Kennelijk rook de man een nieuwe kans toen mr. Bos de getroffenen dreigde met schadeclaims. Uiteindelijk hebben slechts 9 getroffenen een verklaring tot intrekking van het beslag getekend. Inmiddels zijn de betrokkenen benaderd met de vraag of ze definitief willen afzien van deelname in de beslaglegging en daarmee van hun rechten in de procedure tegen Veerman en de gemeente. Naar aanleiding van de schadeclaims waar mr. Bos mee dreigde, kunnen wij de getroffenen trouwens geruststellen. Met de overeenkomst die mr. Bos namens Jan Veerman heeft gesloten met Beer advocaten zijn ook die schadeclaims van de baan.
Vervolg op uitspraak in strafzaak
De uitspraak in de strafzaak is op 18 juli 2003. Het lijkt realistisch er nu al rekening mee te houden dat één van de partijen (Veerman of Justitie) hoger beroep zal instellen. In dat geval zal het gerechtshof in Amsterdam uitspraak moeten doen. Vervolgens bestaat de kans dat de zaak ook nog eens zal worden voorgelegd aan de Hoge Raad, het hoogste rechtscollege in ons land. Het kan dus nog geruime tijd duren voordat definitief vaststaat of de verdachten in de strafzaak al dan niet schuld dragen aan het ontstaan van de ramp. Getroffenen die in deze periode behoefte hebben aan informatie of een luisterend oor, kunnen zich tot Het Anker wenden op het adres Julianaweg 192d of telefoonnummer 411222. Na kantoortijd is Het Anker bereikbaar op het mobiele nummer 06-53585392.
Slotwoord
Met bovenstaande informatie over de rechtszaken tegen Jan Veerman hebben wij geprobeerd feiten en verzinsels te scheiden. Wij hopen dat deze informatie zal bijdragen aan verzoening en aan het herstel van de eenheid in onze gemeenschap. Ook hopen wij dat deze informatie zal leiden tot meer begrip voor de moeilijke positie waarin ook de getroffenen en hun belangenvereniging dezer dagen verkeren. Op onze beurt hebben wij oog voor de moeilijke positie waarin Jan Veerman, zijn dochter Laura en John Kadij zich in deze periode bevinden. Wij wensen hen sterkte.
Tot slot willen we nog wijzen op het volgende. Vaststaat dat niemand de ramp heeft gewild. Wat daarentegen iedereen wil, is, dat we de ramp – nu die eenmaal gebeurd is – met z’n allen zo goed mogelijk te boven komen. Als we dat voor ogen houden, dan moet het toch mogelijk zijn om de schade die de ramp in onze gemeenschap heeft veroorzaakt, in goed onderling overleg zoveel mogelijk te verzachten? Wij roepen de betrokken partijen hierbij dan ook (nogmaals) op dat overleg met ons te voeren.
Het bestuur van de BSNV