Uitspraak rechtszaak 18 juli
Uitspraak rechtszaak 18 juli
Officieel werd de strafzaak rond de Nieuwjaarsbrand afgelopen vrijdag afgesloten, maar eigenlijk was dat woensdags al het geval na de repliek van het Openbaar Ministerie op het door Jan Veermans advocaten gehouden pleidooi. In hun reactie daarop gaven do officieren van het OM nog eens ann dot de brand wel degelijk te voorzien was. “Dat John Veerman, zoals de verdediging stelt, geen bedrijfsleider is: op 12 januari 2001 is Jan Veerman gehoord en zei hij dat John de chef is van de drie horecagelegenheden en dat hij het personeel instrueert over de nooduitgangen.”
Over de rol van de gemeente. “Het OM vindt ook dat de gemeente tekort is geschoten, maar heeft zich al op 5 januari op het standpunt gesteld dat de gemeente strafrechtelijk niet te vervolgen is. Die snelheid was omwille van duidelijkheid.” En: “Het pand was niet in overeenstemmug met de bouwvergunning. De verdediging stelt dat Jan Veerman viot was met de aanpassingen die brandpreventiemedewerker Bont hem oplegde. Uit het dossier blijkt dat niet. Bovendien kreeg Bont Veerman telefonisch maar niet te pakken.” Daarna ging het OM in op de houding van Jan Veerman. “Dat hij steeds gezwegen heeft, is niet juist, want hij sprak regelmatig met krant of tv. Daarnaast heeft hij onder meer tijdens nabezoeken en met zijn houding en uitspraken slachtoffers en nabestaanden gekwetst.” Daarna kregen Veermans advocaten nog ruimte voor een reactie en was het laatste woord aan de verdachten.
Niet Jan Veerman maar John las een brief voor namens de drie verdachten dat er eindelijk gelegenheid was geweest om de visie op de gebeurtenissen’ te geven. “2½ Jaar lang zijn wij drieën als melaatsen behandeld. In de pers, publieke opinie, in Volendam, in heel Nederland zijn wij verantwoordelijk gehouden voor de gevolgen van de trieste gebeurtenissen.” “Nu we ons hebben kunnen verdedigen, hebben wij het gevoel dat er een meer evenwichtige situatie is ontstaan en dat is winst. En die is hard nodig om de verhoudingen in Volendam te normaliseren. Er is voor ons vertrouwen ontstaan. Eindelijk...”