Falende overheid gaat niet vrijuit
Falende overheid gaat niet vrijuit
Tot voor kort leek de overheid redelijk immuun voor de schadelijke gevolgen van de uitoefening van haar bestuurstaken. De redenering was dat de overheid in ons aller belang handelt. Als die overheid voor al haar handelen om de haverklap zowel privaat- als strafrechtelijk wordt aangesproken, dreigt zij vleugellam te worden. Haar verantwoording is daarom primair toevertrouwd aan democratisch gekozen organen.
Deze week deden zich twee zaken voor die op dit beginsel inbreuk lijken te maken. Zo kende minister Donner 10000 euro smartengeld toe aan de moeder van de in 1999 door een ten onrechte vrijgelaten tbs'er vermoorde Tjirk van Wijk. Voorts veroordeelde de strafrechter gisteren de gemeente Utrecht tot een boete van 18000 euro. Tijdens een duik oefening was een brandweerman om het leven gekomen en dat rekende de rechtbank de gemeente zwaar aan. De verdronkene had geen enkele ervaring. Bovendien waren zijn collega's onvoldoende getraind om in te grijpen in dit soort noodsituaties.
Betekent dit nu dat de overheid straks voor elk falen blootgesteld wordt aan legio schadeclaims, of strafzaken? Zo'n vaart zal het niet lopen. In de zaak van de tbs'er stelt Donner duidelijk dat hij rechtens tot geen enkele schadevergoeding verplicht is. Maar omdat hij zich toch aangesproken voelt vanwege de exceptionele omstandigheden heeft hij er voor de nabestaande iets tegenover willen stellen. Het is een mooi gebaar. Terecht ook in dit geval. Maar het voert te ver om te zeggen dat de nabestaanden van de rampen in Volendam en Enschede nu dus ook recht hebben op zo'n gebaar, zoals sommige smartengeld-deskundigen beweren.
De zaak van de brandweerman is ingrijpender. Hier heeft de rechtbank doelbewust duidelijk gemaakt dat de overheid niet vrijuit gaat als zij een strafbaar feit begaat. Alleen in uitzonderingsgevallen is een beroep mogelijk op strafrechtelijke onschendbaarheid. Daarmee relativeerde de rechtbank het befaamde Pikmeer-arrest. Als dit vonnis standhoudt, heeft dit zeker tot gevolg dat falende gemeenten sneller op de vingers getikt worden. Rouwig hoeven we daar niet over te zijn, want het gaat in deze zaak vooral om de zorgplicht van de werkgever jegens de werknemer. Dat de overheid op die plicht kan worden aangesproken is terecht.