Huisartsen in Volendam voelen nog altijd nasleep van nieuwjaarsbrand
Huisartsen in Volendam voelen nog altijd nasleep van nieuwjaarsbrand
De werkdruk van huisartsen in Volendam is door de nasleep van de nieuwjaarsbrand zo groot dat de geboden ondersteuning hard nodig was. Die conclusie trekt het Nederlands Instituut voor de gezondheidszorg (Nivel) dat de zorg in Volendam over de afgelopen jaren in kaart bracht. Los van de ramp hadden de Volendamse huisartsen het al druk: in een gemiddelde Nederlandse praktijk zijn er 3894 patiënten. In Volendam zijn dat er 4936 per praktijk.
Om zicht te krijgen op gezondheidsproblemen die het gevolg zijn van de nieuwjaarsbrand gaf het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport het Nivel de opdracht om het onderzoek in Volendam te verrichten. Het eerste resultaat werd deze week gepresenteerd. Vooral de gemeenschapszin in het dorp was de achtergrond om de medische zorg na de brand tegen het licht te houden. ,,Een ramp van deze omvang treft niet alleen de slachtoffers en hun familieleden. De hele Volendamse gemeenschap was door de brand geraakt'', aldus het rapport. ,,Enerzijds vond de brand plaats in een hechte gemeenschap die grote mogelijkheden tot opvang en sociale steun biedt. Anderzijds heeft iedereen wel een nauwe relatie met één of meer van de slachtoffers.''
Ingrijpend
De onderzoekers wijzen erop dat de ramp niet alleen voor slachtoffers en hun familie ingrijpende gevolgen heeft. ,,Ook voor de talrijke Volendammers die onmiddellijk na de brand naar de rampplek stroomden om hulp te verlenen en familieleden te zoeken, was de gebeurtenis ingrijpend en potentieel traumatisch.'' ,,In Volendam staat niet zozeer het traumatische (her)beleven van de brand zelf centraal, maar meer de dagelijkse confrontatie met de gevolgen ervan binnen de familie.'' De slachtoffers zélf krijgen begeleiding van specialisten. ,,Maar naast de direct getroffenen verdienen ook de andere bevolkingsgroepen in Volendam aandacht.'' Met het rapport - opgesteld uit gegevens van huisartsen - willen de onderzoekers daar aan bijdragen.
Uit het onderzoek blijkt dat ouders en broers en zussen van brandslachtoffers na de ramp vaker contact hadden met hun huisarts dan voor de jaarwisseling van 2001. Zij klaagden over onder meer over slaapproblemen, verhoogde bloeddruk en rugpijn. De ouders wendden zich ook tot hun huisarts om te praten over problemen met de het verlies van hun kind of over problemen met de ziekte van hun kind. Opvallend zijn de stoornissen in vetstofwisseling bij veel ouders van jongeren die in 't Hemeltje waren. ,,Omdat deze klachten belangrijke risicofactoren zijn voor hart en vaatziekten, is het belangrijk deze groep verder te volgen'', meldt het rapport.
Het viel de onderzoekers op dat het aantal huisartsbezoeken van leeftijdgenoten van brandslachtoffers niet is toegenomen. ,,De mate van betrokkenheid bij de brand blijkt dus een effect te hebben op het zorggebruik van de getroffenen'', heet het in wetenschapstaal. ,,De verandering is overduidelijk in de periode net na de brand, maar ook in de tijd daarna is het zorggebruik van de aanwezige jongeren en hun families nog steeds hoog. Door de brand is de werklast van de huisartsen in Volendam gestegen'', is de conclusie van de onderzoekers. Ze wijzen erop dat de huisartsenpraktijken in Volendam toch al veel groter zijn dan elders in Nederland. ,,Het verlichten van de praktijklasten is dus wenselijk.''
Relativerend
De Volendamse huisarts R. Hamers zegt dat de ondersteuning die de plaatselijke praktijken na de ramp hebben gekregen voor het dorp van groot belang is geweest. Hij wijst er ook op dat drukte van de doktoren 'relatief is'. ,,De ervaring van de collega's is ook dat gezonde Volendammers de laatste jaren minder een beroep op de dokter hebben gedaan. De ramp heeft in die zin relativerend gewerkt. Dat compenseerde de drukte.'' Ook het rapport haalt de veronderstelling onderuit dat dorpsgenoten buiten de getroffen families na de ramp vaker een beroep op de dokter zouden doen. ,,Het idee van een hechte gemeenschap die in staat is ook grote problemen gezamenlijk op te lossen, wordt daarmee bevestigd.''