Naar de inhoud

Oendergang van de Tajtennik, op z ‘n Volledams

Bron: NHD

Oendergang van de Tajtennik, op z ‘n Volledams 

Twee gehurkte mannen voor de deuropening. Het winkeltje van Afie Salomons, naar verluidt. Verder een trots echtpaar achter een wieg. Gewoon op de stoep. Volendam van v66r 1900. Dankzij de Premiefoto van Oud Volendam voor bet nageslacht bewaard gebleven.

 

Met het jaarlijkse periodiek tracht Oud Volendam telkens een stukje van de puzzel van de historie van bet palingdorp te ontrafelen. Want de Premiefoto is veel meer dan de foto alleen. Het is een overzicht van allerlei activiteiten van de vereniging. En bet jaarverslag van Oud Volendam (wie het boekje koopt is direct donateur) tegelijk. De uitgave biedt allerlei interessante weetjes over het Volendamse verleden. Alleen de foto zelf al biedt een schat aan informatie. De opmerkelijke, gehurkte houding van Cornelis Schout en Cornelis Steur op de foto was volgens de uitleg van Kees Tol gebruikelijk bij mensen die het gewend zijn met meerdere personen in een kleine ruimte te vertoeven. “Zoals in bet vooronder vaneen botter. Zij hebben bierbij speciale dijbeenspieren ontwikkeld, waardoor zij uren in deze houding konden blijven zitten.”

 

Woordenboek

Een opvallende verbandeling is verder de voorpublicatie van bet door Dick Brinkkemper en Klaas Karregat samengestelde Volendamse woordenboek genaamd ‘Volendams, ‘t Volledams deujr de jaojre eujn’. Ook voor niet-Volendammers een baken van herkenning en veel leesplezier. Zo leren we dat een drottel een angstbaas is en droogwaoter soda. Die man is ajlegaor van z’n gal of dreujpe betekent dat die meneer er slecht uitziet. Als twee dames naar elkaar uitroepen Oe maat, zoon droppie is de één onder de indruk van de baby van de ander. En als er net een paar hevige regenbuien waren geweest: ‘t binne van die drosse. Dronke as ‘n staojrtmoole betekent tenslotte dat je stomdronken bent. Het boek bevat overigens ook korte verhalen in het Volledams. Over de ondergang van de Tajtennik (Ondergang van de Titanic) bijvoorbeeld. Een verhaal uit 1912, zonder ondertekening, dat verder leert dat de raoderboot ‘Burgemeester Calkoen’ een belangrijk transportmiddel was tussen Volendam en Amsterdam.

 

Arm

Brinkkemper blijkt overigens met onder meer de verhandeling ‘Waarom Volendam niet gereformeerd is geworden’ flink wat werk te hebben verzet. Ook tracht hij aan de band van de belastingstatistieken bet verschil in rijkdom tussen bet arme Volendam en het rijk Edam te verklaren. Het was volgens Brinkkemper hard werken om het hoofd boven water te houden. “Maar als zij geld hadden, leefden zij royaal. Vooral aan familiefeesten en de jaarlijkse kermis spendeerde men heel wat geld. En als er iemand of een instantie in nood zat, klopte men niet tevergeefs aan”, aldus Brinkkemper. Die ook in de grote gezinnen een verklaring zoekt voor de mentaliteit het geld te laten rollen. Als het bezit onder de talrijke kinderen werd verdeeld, bleef er voor ieder immers maar een beetje over. Een verslag van twee Amerikaanse kunstenaars, dat in 1883 werd afgedrukt in het tijdschrift Harper’s New Monthly, geeft volgens de vertaling van Jan Kes een ander beeld. Er wordt gewag gemaakt van mannen die (op zondag!) blonken van enorme zilveren knopen, schoengespen, gouden oorringen en grote zilveren horloge kettingen. “Het was de rijkst aandoende menigte, die men zich maar kan voorstellen.” Dat die rijkdom relatief is, blijkt uit een ander deel van het artikel. Daarin worden de woningen in Volendam als ‘laag gebouwde, maar goed geteerde en levendig beschilderde visserswoninkjes’ omschreven. Opvallend detail is ook dat de Volendammers, gastvrij en behulpzaam, constant kleine harde appels of noten aten.

 

De premiefoto 2003 is voor € 5.00 te verkrijgen bij het Volendams museum.

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.