Deur geopend voor claims tegen de staat
Deur geopend voor claims tegen de staat
Met het betalen van smartengeld aan de familie van de vermoorde Tjirk van Wijk heeft minister Donner de deur voor schadeclaims tegen de staat geopend, meent Willem van de Kam.
Minister Donner van Justitie heeft deze week opzien gebaard door namens de Nederlandse staat smartengeld te betalen aan de familie van Tjirk van Wijk uit Groningen. De 27-jarige Van Wijk werd destijds op gruwelijke wijze in zijn woning om het leven gebracht door een tbs'er. Toen de dader strafrechtelijk was veroordeeld, spanden de nabestaanden van het slachtoffer een civiele procedure aan tegen de staat. Justitie was volgens hen verantwoordelijk voor het feit dat de als zeer gevaarlijk bekend staande dader vrij had kunnen rondlopen en de moord had kunnen plegen.
Deze procedure is nu geëindigd in een minnelijke schikking. Justitie betaalt aan de nabestaanden een smartengeld van tienduizend euro. Verder worden ook de advocaat- en begrafeniskosten betaald, bij elkaar nog eens dertigduizend euro. Donner verklaarde deze afwikkeling door te verwijzen naar het 'noodlottige misdrijf', dat plaatsvond onder 'exceptionele omstandigheden' en waarbij 'de familie veel leed was aangedaan'. Bovendien heeft Donner in een persoonlijk gesprek excuses aan de familie aangeboden. In het toezicht op de tbs'er blijkt dan ook fout op fout te zijn gestapeld.
Deze stap is om een aantal redenen opmerkelijk. Allereerst dient naar Nederlands recht schade, die ontstaat door fouten van rechters, voor rekening van de benadeelde burger te blijven. Helaas maken ook rechters fouten. Zo'n fout kan enorm veel schade berokkenen. Maar de Hoge Raad heeft tot de dag van vandaag zulke claims tegen de staat steeds afgewezen. De redenering hierbij is vrij simpel: wij kennen een gesloten stelsel van rechtsmiddelen; als in een zaak eenmaal is beslist, kan die beslissing niet nogmaals ter discussie worden gesteld via een actie uit onrechtmatige daad. Voorzover bekend hebben de lagere rechters zich steeds strikt gehouden aan deze benadering.
Toch is het natuurlijk uiterst onrechtvaardig dat je als burger moet bloeden voor de verwijtbare fout van een ander, óók als die ander toevallig rechter is. Het is een moedige maar vooral toe te juichen ontwikkeling dat minister Donner voor de muziek uitloopt en niet heeft willen wachten tot de wetgever of de rechter de weg naar dergelijke claims heeft geëffend. Hij zal niet beducht zijn geweest dat na dit precedent een lawine van claims tegen de staat zal volgen. In het algemeen verricht de Nederlandse rechter zijn taak op bevredigende wijze. Maar ik zie Donner zich al vergissen. Hij scheept de rechterlijke macht immers op met bezuinigingen en een groot gebrek aan mankracht. Een crediteur die 37 maanden moet wachten op een toewijzend vonnis en dan moet vaststellen dat er niets meer te halen is bij zijn wederpartij omdat die intussen failliet is gegaan, krijgt vast het idee om zijn schade op justitie te gaan verhalen. En dergelijke crediteuren zijn er helaas heel erg veel.
De betaling van Donner is nog in ander opzicht opmerkelijk. Hij betaalt immers smartengeld aan nabestaanden. De huidige wetgeving geeft aan nabestaanden na de dood van een directe naaste uitsluitend aanspraak op vergoeding van de begrafeniskosten en (eventueel) van gederfd levensonderhoud, indien en voorzover de overledene daarin voorzag. Het verdriet dat wordt geleden door een nabestaande, de zogenaamde affectieschade, komt tot dusver niet voor vergoeding in aanmerking. Deze beperking heeft al jarenlang veel onbegrip opgeroepen in de praktijk van het aansprakelijkheidsrecht.
Ook hier marcheert de bewindsman dus dapper voor de troepen uit. Met de betaling wordt geanticipeerd op een op handen zijnde wetswijziging. Bij de Tweede Kamer is een wetsontwerp in behandeling, dat toekenning van affectieschade mogelijk moet maken. Aldus toont de politiek zich niet langer blind voor de maatschappelijke ontwikkelingen en voorzichtige pogingen van de rechtspraak op dit terrein. In het wetsontwerp is de schade gefixeerd op tienduizend euro. Ook in dit opzicht geeft Donner het goede voorbeeld.
De door Justitie getroffen minnelijke regeling spoort met de maatschappelijke trend, waarbij iedereen, de overheid en de rechter incluis, moet opdraaien voor de schade als gevolg van gemaakte fouten en waarbij steeds minder soorten schade uit de boot vallen (shockschade). Voorzichtig is dan ook al geroepen dat dit besluit steun kan bieden voor de claim tegen de gemeentelijke overheid van de slachtoffers van de rampen in Enschede en Volendam.
Het kan in elk geval niet toevallig zijn dat deze week de gemeente Utrecht strafrechtelijk werd beboet wegens dood door schuld van een brandweerduiker in opleiding. Ook hier gaat het om een opmerkelijke beslissing, want tot dusver werd in het voetspoor van het Pikmeerarrest van de Hoge Raad uitgemaakt dat overheidsorganen niet strafrechtelijk vervolgbaar zijn. Zo is recent nog de vervolging van de gemeente Enschede in verband met de vuurwerkramp stukgelopen.
Langzaam maar zeker volgt een logische afsluiting van de aansprakelijkheidscyclus van de overheid.
Willem van de Kam is advocaat en procureur te Boxmeer en juridisch medewerker van De Gelderlander.