Strafrechtelijke aansprakelijkheid overheden
Strafrechtelijke aansprakelijkheid overheden
Nee. De (lokale) overheid kan niet strafrechtelijk aansprakelijk worden gesteld voor het handelen in het kader van de uitoefening van een wettelijke taak. De Hoge Raad bepaalde in 1998 in het zogeheten tweede Pikmeer-arrest, dat “de immuniteit van een openbaar lichaam als bedoeld in hoofdstuk 7 van de Grondwet slechts dan dient te worden aangenomen als de desbetreffende gedragingen naar haar aard en gelet op het wettelijk systeem rechtens niet anders dan door bestuursfunctionarissen kunnen worden verricht in het kader van de uitvoering van de aan het openbaar lichaam opgedragen bestuurstaak”. Het verlenen van vergunningen is zo’n exclusieve overheidstaak. Overheidsorganen leggen verantwoording af over hun optreden tegenover de democratisch gekozen volksvertegenwoordigers. In de gemeente is dat de gemeenteraad.
In de Pikmeer-zaak ging het om een verdachte, aan wie ten laste werd gelegd dat de gemeente Boarnsterhim in maart 1993 zonder vergunning ongeveer 500 kubieke meter verontreinigde baggerspecie in het Pikmeer heeft gestort. De verdachte was als hoofd van de afdeling nieuwe werken van de gemeente Boarnsterhim verantwoordelijk voor de stort van de verontreinigde baggerspecie.
Na de vuurwerkramp in Enschede werd ook de vraag gesteld of de gemeente niet strafbaar had gehandeld. Het OM in Almelo schreef toen: De afgelopen tijd is veel gesproken over de verantwoordelijkheid van onder meer de gemeente. Daarom is het goed nog eens uit te leggen met welke bril het Openbaar Ministerie naar de feiten kijkt. Dat is een heel specifieke bril. Het gaat dan niet om de vraag of de burgemeester en de wethouders hun zaken wel goed op orde hadden. Dat is een vraag die bij de gemeenteraad thuishoort en waarover de Enschedese raad inmiddels heeft gedebatteerd.
Het Openbaar Ministerie heeft tot taak zich af te vragen of de gemeente, burgemeester en wethouders of individuele ambtenaren strafbare feiten hebben gepleegd. Bij het beantwoorden van die vraag speelt een uitspraak van de Hoge Raad (het hoogste rechtscollege in ons land) een belangrijke rol. In het kort komt het erop neer dat in het zogenaamde Pikmeer 2-arrest staat dat overheden niet kunnen worden vervolgd als ze de fout ingaan bij het nemen van beslissingen die uitsluitend kunnen worden genomen door de overheid. Bijvoorbeeld de beslissing tot het verlenen van een vergunning of het houden van toezicht horen daartoe. Het Openbaar Ministerie heeft na grondig beraad besloten om geen vervolging in te stellen tegen de gemeente of tegen individuele ambtenaren. Het eerder genoemde Pikmeer 2-arrest staat vervolging van de gemeente in de weg. Aan de vraag of de gemeente strafbare feiten heeft gepleegd, komt het Openbaar Ministerie dus niet toe.
Recent speelde het Pikmeer-arrest een rol bij de afhandeling van de Weerwaterzaak in Almere: Het OM meldde in een persbericht: De gemeente Almere wordt niet vervolgd. De reden daarvoor is dat de officier van justitie in de vervolging niet-ontvankelijk is. Het organiseren en in stand houden van de brandweer is een gemeentelijke taak die, gelet op haar aard en op het wettelijk systeem, alleen door de overheid kan worden verricht. In een dergelijk geval kan de overheid strafrechtelijk niet aansprakelijk gesteld worden; wat onverlet laat, dat er een democratisch verantwoordingsproces geldt. Zo kan de burgemeester door de gemeenteraad ter verantwoording worden geroepen. In dat kader heeft het Openbaar Ministerie de resultaten van het onderzoek overgedragen aan het Instituut voor Veiligheids- en Crisismanagement (COT), dat in opdracht van de gemeente onderzoek doet naar dit ongeval.
Het meest recente geval speelt in de gemeente Utrecht. Het OM heeft vandaag tegen de gemeente Utrecht 18.000 euro boete, waarvan 6.000 euro voorwaardelijk, geëist wegens de dood van een brandweerduiker. De man verongelukte op 13 juli 2001 bij een duikoefening van de brandweer Utrecht. De man kwam in problemen toen hij onder water verstrikt raakte in een haspel op de bodem van de haven en hij, vermoedelijk in paniek, zijn masker afwierp. Collegaduikers schoten hem te hulp, maar trokken elkaar in het donkere water omhoog in de overtuiging dat ze de drenkeling vast hadden. Hij overleed enkele dagen later in het ziekenhuis. De officier van justitie verwijt de gemeente dood door schuld. Utrecht zou als werkgever onvoorzichtig en onachtzaam hebben gehandeld door een onervaren brandweerduiker een zware oefening te laten doen zonder dat deze ervaring had met zelfredding. Daar zou in de opleiding te weinig aandacht aan zijn besteed. Bovendien ontbrak het bij de brandweer onder meer aan werkinstructies en een noodplan waardoor de reddingspogingen 'onprofessioneel' en 'knullig' verliepen.
De raadslieden van de gemeente verzetten zich tegen de vervolging en wezen onder andere op de zogeheten Pikmeer-arresten. Daaruit blijkt dat een gemeente strafrechtelijke immuun is als het gaat om wettelijke taken die exclusief bij de overheid liggen. Dat zou ook gelden voor duiktrainingen van de brandweer. Volgens de officier kan de gemeente geen aanspraak maken op strafrechtelijke immuniteit. Het ging om het optreden van de gemeente als werkgever in het kader van de Arbo-wet en niet als toezichthouder en handhaver van regelgeving.