Confectie ziedend om brandadvies
Confectie ziedend om brandadvies
De Voedsel en Waren Autoriteit (VWA) wil dat het kabinet strenge eisen stelt aan de brandveiligheid van kleding. De textielindustrie spreekt over 'absurde aanbevelingen' en verwijst het VWA-advies 'naar de prullenbak'. De branche voorspelt 60 tot 100 miljoen euro extra kosten per jaar als de VWA haar zin krijgt, minder merkkleding en hogere prijzen zonder dat de veiligheid toeneemt. In een brief beschuldigt de Raad Nederlandse Detailhandel (RND) de VWA ervan een 'tendentieus rapport' naar minister Hoogervorst van Volksgezondheid te hebben verstuurd. 'Wij zijn hier hoogst ongelukkig mee', stelde RND-woordvoerder Veenstra dinsdag. Ook de Stichting Consument en Veiligheid meent dat de VWA is 'doorgeschoten'. Jaarlijks belanden ongeveer honderd mensen in het ziekenhuis omdat hun kleding heeft vlam gevat. Zes tot acht personen overlijden aan hun verwondingen.
Na de brand in café De Hemel in Volendam (nieuwjaar 2001) beloofde toenmalig minister Borst van Volksgezondheid een verbod op de verkoop van extreem brandgevaarlijke kleding. Momenteel bestaan er geen wettelijke voorschriften, wel is er een niet-verplichtend convenant over waarschuwingslabels in nachtkleding. Op verzoek van het ministerie onderzocht de VWA de brandbaarheid van kledingstukken. In haar conclusies adviseert de VWA een verbod op alle kleding die binnen tien seconden in brand vliegt en waarbij de vlammen zich vervolgens snel verspreiden. Kleren die alleen smelten, dienen een waarschuwingslabel te krijgen. Kinderkleding met gevaarlijk smeltgedrag moet wel verboden worden. De VWA gaat in haar advies veel verder dan het ontwerp-wetsvoorstel van minister Hoogervorst. De minister denkt aan een verkoopverbod als de kleding binnen één seconde (dagkleding) tot vijf seconden (nachtkleding kinderen) vlam vat. Hij volgt daarmee regels die al in het buitenland gelden. Het merendeel van de in Nederland verkochte kleren wordt geïmporteerd.
De detailhandel verwijt de VWA 'wereldvreemdheid' door tien seconden als ontbrandingstijd te hanteren. 'Nederland is geen eiland. Als dit doorgaat moeten we alle kleding zelf gaan testen. Dat betekent jaarlijks zestig tot honderd miljoen extra uitgaven', aldus woordvoerder Veenstra. De branche verwacht dat sommige fabrikanten niet meer aan Nederland zullen leveren. 'De consument moet dan naar Duitsland of België.' De detailhandel hekelt de onderzoeksmethode van de VWA. Die zou vooral lichte en dus brandbare kleding hebben getest, waardoor de geadviseerde normen overdreven scherp zijn uitgevallen.
De Stichting Consument en Veiligheid meent dat voorlichting belangrijker is dan regels. 'Ongelukken gebeuren met kaarsen op tafel, door roken in bed. Wijs de burger op die risico's', zegt woordvoerder Meijer.
Minister Hoogervorst beslist dit najaar welke brandveiligheidseisen hij wil invoeren.
Zijn conceptvoorstel leidt er volgens betrokkenen toe dat 10 procent van de verkochte kleding verboden wordt of moet worden voorzien van een waarschuwingslabel. Voor ondergoed en panty's gaan waarschijnlijk soepeler regels gelden, omdat deze kledingstukken minder vaak met vuur in aanraking komen.