Eis anderhalf jaar cel in proces Safe Haven
Eis anderhalf jaar cel in proces Safe Haven
Justitie heeft gisteren voor de meervoudige economische strafkamer een gevangenisstraf van achttien maanden geëist, waarvan zes maanden voorwaardelijk tegen R. van H. één van de beide kopstukken van de beleggingsfirma Safe Haven. In 1999 richtte het bedrijf veel leed aan onder beleggers in Volendam en de Zaanstreek toen het bedrijf uiteenspatte, een schuld van minstens 7,35 miljoen euro achterlatend. Al lagen er tegen hem enkele zware aanklachten voor, R. van H. zei gisteren blij te zijn dat er nu eindelijk een einde komt aan de al meer dan vier jaar durende onzekerheid. In februari 1999 werd de eerder in Wormer woonachtige effectenhandelaar in hechtenis genomen op verdenking van een reeks economische delicten. Daarvan bleven er gisteren vier staan: valsheid in geschriften, verduistering, heling en handelen in effecten zonder vergunning. Van die laatste aanklacht zullen maar weinig gedupeerden wakker liggen, maar Van H. verweerde zich even heftig als tegen de andere, zwaardere aantijgingen.
,,Overmacht'', zo typeerde Van H. de ineenstorting van Safe Haven als beleggingsfirma. Aanvankelijk ging het goed, maar toen compagnon Jaap M. en individuele beleggers niet meer reageerden op zijn advies stukken te verkopen bleven ze met verliezen zitten. Om die verliezen af te dekken werden grotere risico's aangegaan, totdat het niet meer te stoppen was, legde Van H. de rechtbank uit. Hij nam al vast een voorschot op de zaak tegen M. uit Volendam die vandaag voor dezelfde aanklachten voor de rechter staat. Hij beschuldigde M. ervan als geldschieter feitelijk de leiding over het bedrijf in handen te hebben gehad. Het was - zo zei Van H. - ook M. die opdracht gaf de beleggingstaten van de klanten op te kleuren. De Volendammer zou in zijn dorp goede sier willen maken onder de door hem geworven beleggers. Van H. zei gisteren nog in loondienst elders alleen tussentijdse overzichten te hebben gemaakt voor eigen klanten. Die waren echter wel juist, hield Van H. vol.
Moeilijker lag de beschuldiging dat hij voor eigen gebruik enkele tonnen van de rekening van Safe Haven had gehaald. Van H. gaf toe in een Ferrari en een TVR te hebben gereden en een flinke som geld te hebben betaald voor de reparatie van een Lamborghini. Maar dat zou zijn eigen geld zijn geweest. In ieder geval niet zoveel als de officier wilde doen geloven. Het bewijs daarvoor was er niet meer. De harde schijf van de pc waar dat op moest staan zou door M. in het Markermeer zijn geworpen.
Ook van heling van gestolen obligaties in de absolute zin van de wet was volgens Van H. geen sprake. Hij was door een criminele belegger gedwongen deze aan te nemen en voor hem te verhandelen. Deze zou twee handlangers mee hebben genomen om zijn woorden kracht bij te zetten. ,,Ik lag bloedend met een hersenschudding op de grond, een envelop naast me. Ik wilde maar een ding: weg. De envelop nam ik mee.'' Van H. liet ze wel controleren op diefstal, maar verzuimde de politie in te lichten en gaf ze uiteindelijk toch door. Hij pleitte gisteren voor overmacht, omdat dit onder sterke dwang was gebeurd. Ook waarschuwde hij de ontvanger voor de herkomst van de waardepapieren met de woorden 'wees voorzichtig'.
Van H's raadsman R. van der Weide vroeg de rechtbank zijn cliënt op meer punten vrij te spreken dan wel de zaak niet ontvankelijk te verklaren, omdat er inmiddels meer dan vier jaar zijn verstreken. ,,Het openbaar ministerie heeft zijn vervolgingsrecht verspeeld'', vond hij.