Brandweerinzet
Brandweerinzet
In Binnenlands Bestuur 29-30 van 18 juli2003 schenkt Maurice Swirc in de rubriek Bestuursrecht aandacht aan de uitspraak van een Amsterdamse rechter inzake aansprakelijkheid van de brandweer. De rechter is van mening dat de gemeente aansprakelijk is voor de extra schade die ontstaat als de brandweer niet binnen de aangegeven opkomsttijd op de plek des onheil aankomt (‘toerekenbaar onzorgvuldig’). Met deze uitspraak is door de rechter een belangrijk precedent geschapen voor alle gemeenten, zo geeft Swirc aan. Echter, de uitspraak biedt wellicht ook goede mogelijkheden om de andere kant van de brand eens te belichten. Als het nu in de toekomst mogelijk wordt dat verzekeraars de schade op de gemeente mogen verhalen - indien de brandweer later dan de aangegeven opkomsttijd arriveert - dan zou het eveneens verdedigbaar zijn om als gemeente de verzekeraar de rekening van de inzet van de brandweer te presenteren indien de omstandigheid daartoe aanleiding geeft.
Om schade aan have en goed te beperken wordt door het brandweercorps niet zelden méér dan één brandweerwagen ingezet. Als verzekeraars in de toekomst verhaal willen halen, zal het natuurlijk de vraag zijn of het nog wel tot de taakinzet van de brandweer behoort om met maximale inzet van middelen (letterlijk en figuurlijk) zoveel mogelijk schade aan eigendommen te voorkomen. Alleen de verzekeraar wordt daar immers wijzer van, diezelfde verzekeraar die bij een vorige brand de gemeente nog aansprakelijk stelde voor het niet bereiken van de opkomstrijd waardoor méér schade geleden zou zijn. Er wordt overigens slechts gesproken over een opkomsttijd (opkomst van hoeveel manschappen en materieel) en niet over een bestrijdingstijd of’brandmeestertijd’. Vanzelfsprekend heb ik het hier niet over die gevallen waar mogelijk mensen het slachtoffer zouden kunnen zijn, daar kan de inzet van de brandweer niet groot genoeg zijn, nee, het gaat in deze gevallen alleen om het beperken van materiele schade.
Zo zijn er gevallen te noemen waar je als gemeente eens serieus naar zou moeten kijken of de inzet van manschappen en materieel wel in alle gevallen blijvend gratis en voor niets zou moeten zijn. Een enkel voorbeeld. Wat te denken van brand welke blijkt te zijn ontstaan door ondeskundige aansluiting van gas of elektriciteit. Is het een goede zaak om bij een brand zodanig veel materieel en manschappen in te zetten dat uiteindelijk bereikt kan worden dat uiterst waardevolle goederen (bijvoorbeeld kunstvoorwerpen) niet in vlammen zijn opgegaan. Moet de gemeenschap in zijn geheel voor deze bestrijding nog wel blijvend opdraaien, zeker als diezelfde verzekeraar bij een volgende brand een door omstandigheden te late inzet van de brandweer voor de rechter brengt en de daardoor ontstane schade op de gemeente verhaalt? Het zou wel erg eenzijdig zijn als alleen de verzekeraar een gemeente aansprakelijk kan stellen voor de schade indien sprake is van ‘toerekenbare onzorgvuldigheid’. Ook de gemeentelijke en regionale brandweer zal dan - om kosten en baten enigszins in evenwicht te houden - recht op verhaal moeten hebben, zowel bij ‘toerekenbare onzorgvuldigheid’ als bij ‘afrekenbare zorgvuldigheid’.
Bert Luijendijk,
raadslid gemeente Krimpen aan den IJssel