Met de politie op patrouille door Edam
Met de politie op patrouille door Edam
De politiepost in Edam is gesloten. Het bureau aan de Nieuwehaven werd nauwelijks bezocht. Zelfs toen de post alleen op woensdag van 10.00 tot 13.00 uur geopend was. “We laten de agenten die dan achter de balie staan liever over straat lopen”, aldus politiewoordvoerder Jelle Egas. Dus eigenlijk verliest Edam geen politie-inzet, maar krijgt het er juist wekelijks drie uur bij volgens de poltie. Dagblad Waterland wilde wel eens weten wat dat inhoudt en ging met de politie op patrouille door Edam.
“Goedemorgen HB. De 84-2 solo op luisteren”, meldt brigadier Wim Rozemeijer met heldere stem in de mobilofoon als we van de parkeerplaats van het politiebureau aan De Deimpt weg rijden. We staan aan het begin van een patrouilIe door Edam. Een globaal beeld van wat de Edammers terugkrijgen voor hun oude politiepost. Rozemeijer, 40 jaar oud en al 23 jaar in dienst bij de hermandad, heeft geen heimwee. “Een ideale plek om je administratie en ander schriftelijk werk af te ronden”, is zijn mening. En op al te grote spanning hoeven we niet te rekenen tijdens de patrouille. “Het is rustig”, geeft Rozemeijer aan. In de zomer is er in Edam meer te doen. Het kaasstadje kenmerkt zich door de vele evenementen die op straat plaatsvinden. En mocht de assistentie van Rozemeijer wel nodig zijn bij een onverwachte gebeurtenis, dan mag de verslaggever niet mee. “Voor je eigen veiligheid”, voegt de brigadier er aan toe. Een belangrijk onderdeel van de patrouilles lopen we vandaag mis. Maar ook in Edam zijn er op een doordeweekse ochtend met de beste wil ter wereld geen hangjongeren te vinden. “Er is hier een groep Marokkaanse jongeren, waarvan een klein aantal voor problemen zorgt. Die proberen we te leren kennen. We proberen te voorkomen dat ze voor overlast zorgen, maar als het moet treden we ook op. De IJe is een mooi voorbeeld. Daar was veel overlast. We hebben geprobeerd ze weg te sturen, maar dat hielp niet. Later zijn we gaan bekeuren en nu is het toch rustig. In Volendam is dat ook zo gegaan met de scholen: eerst de ouders aanschrijven, dan wegsturen, maar uiteindelijk helpt bekeuren wel.” De patrouille kenmerkt zich doordat er geen vast doel is. Gewoon door Edam rijden en lopen en goed opletten. Wel pikt Rozemeijer een aantal vaste ‘aandachtspuntjes’ mee. Het parkeren in de binnenstad bijvoorbeeld. Of bij de scholen. En het rijden door rood licht op de Dijkgraaf Poschlaan als de scholen uitgaan. We laten de auto achter bij de voormalige politiepost aan de Nieuwehaven. Om te voet door de binnenstad te trekken. En voor we de hoek om zijn, volgt de eerste actie. Of de schilders van de brandweerkazerne de bus even verder willen parkeren. “Als er brand is, rijdt de brandweer er bovenop als ze de bocht om moeten”, waarschuwt Rozemeijer. “Komtgoed”, zegt de schilder en tikt tegen zijn pet.
Tassen
De wandeling brengt ons bij een schoenenwinkel in de Spuistraat. De winkelier stalt zijn waren nog wel eens uit op de weg. Zonder vengunning volgens de brigadier. “Maar hij heeft wel een aanvraag gedaan”, voegt hij er aan toe. Als we de straat in lopen, zien we hoe de verkoper schielijk een rek met tassen naar binnen brengt. En in de winkel is er niemand. Maar Rozemeijer geeft niet op. Hij blijft geduldig roepen, waarna de verkoper cuasi-verbaasd binnenkomt. “Dit is je tweede waarschuwing. Hou je spullen nou gewoon binnen tot er een vergunning is. En dat je een aanvraag hebt ingediend betekent niet dat de vergunning daadwerkelijk wondt afgegeven.” Maar de verkoper gaat de discussie aan. Hij ziet niet in waarom de tassen er niet mogen hangen. Anderen worden ook niet gecontroleerd. Heeft de politic niets beters te doen. Er is ruimte genoeg russen de rekken om evengoed re parkeren. Hij voert de argumenten tevergeefs aan. Pas als hij zegt wel precariorechten te betalen bij de gemeente, maakt hij enige indruk op Rozemeijer. Maar een vrijbrief is het niet. “De volgende keer hang je”, is de waarschuwing. “Ik ben bang dat de tassen morgen gewoon weer buiten hangen”, is het antwoord.
Parkeren
Ook de foutparkeerders in de Edamse binnenstad krijgen van Rozemeijer het voordeel van de twijfel. Hij spreekt de mensen eerst aan, zoekt zelfs in winkels naar de eigenaren en gaat een blokje om. Pas bij terugkeer pakt hij zijn bonnenboekje. Maar een echte bekeuring wordt deze morgen niet uitgeschreven. “De bekeuring is een middel, geen doel op zich. Ik kan ook de botte bijl hanteren, maar daar heb ik niks aan. Nu zijn de auto’s tenminste weg, daar gaat het om”, legt de brigadier zijn handelswijze uit. “Hoewel dat was wellicht ook zo geweest als ik direct ‘gestickerd’ had.” De aanwezigheid van de politic blijkt bovendien als een lopend vuurtje door het dorp re gaan. “JuIlie wanen al gesignaleerd”, hijgt een dame die snel naar haar verkeerd geparkeerde auto rent. Rozemeijer spreekt het vermoeden uit dat sommige ondernemers voor hun cliëntèle een oogje in het zeil houden. “Die hebben andere belangen. Ik kan hun standpunt wel begrijpen, maar meer dan tien minuten krijgen ze niet.” ‘Foutparkeerders’ blijken verder creatief met smoezen. “Oh, langs de blauwe lijn mag je wel parkeren en hier dus niet. Dat vergeet ik steeds”, zegt een moeder met kinderen met een onschuldige glimlach. Een rode Honda blijkt na kort mobilofoonverkeer niet alleen foutgeparkeerd, maar tevens niet gekeurd. “Ik wacht nog op een onderdeel, maar hij is wel verzekerd, hoor”, verzekert de eigenaar. “Je bent gered door de bel”, zegt Rozemeijer met het bonnenboek in de hand. “Maar ik adviseer je de auto snel te Iaten keuren. Of haal hem van de weg. Als ik je weer betrap ga je op de bon.”
Rood licht
Terug in de auto is het tijd om bij de scholen, het is bijna middagpauze, te controleren op gevaarlijke situaties. Maar de moeders (en vaders) houden zich ondanks het regenachtig weer keurig aan de regels. Tenslotte nemen we in de Paulus Pierersstraat een strategische positie in voor een rood-lichtcontrole op de Dijkgraaf Poschlaan, waar de schooljeugd oversteekt. “Je kunt hier het kenteken en het verkeerslicht goed zien. Ik vind 86 euro veel geld, dus dat moet men ook echt verdienen.” Rozemeijer heeft het daarbij vooral over de automobilisten. Wat sommige ouders er op de fiets van bakken is minder fraai. Er wordt gefietst door rood, over de verkeende weghelft en op de stoep. Zelfs een man in een invalidenwagentje houdt zich niet aan de regels. “Er wordt veel geklaagd over de automobilisten, maar hier zijn vooral fietsers die in de fout gaan”, bromt de handhaver van de wet. “Kijk, dat meisje doet het heel goed. Lopen over de stoep met de fiets in de hand. De vader rijdt erachter. Op de fiets op het voetpad en het hoofd schudden naar zijn dochter. Maar eigenlijk is dit een stukje omgekeerde opvoeding.”
Respect
Een laatste rondje door de binnenstad levert opnieuw veel foutgeparkeerde auto’s op. Zoals een ‘dikke’ taxi op het Damplein. De chauffeur zegt op drie lunchende Amerikaanse dames te wachten. Ook hij komt er met een waarschuwing vanaf. “Waar mag ik wel parkeren?”, luidt zijn antwoord. “Ach je kunt hier de hele dag wel op parkeren controleren”, verzucht Rozemeijer. We zien ook dat de schoenenverkoper zijn rassen weer buiten heeft gezet. “Gaan we deze week nog een keertje langs”, bromt de brigadier. Hij geeft toe een menselijke aanpak voor te staan. “Ik probeer mensen te behandelen zoals ik wil dat ze mij behandelen: met een beetje fatsoen en respect. Zelfs de raddraaiers onder de hangjongeren groeten me bij naam, al zijn ze niet altijd blij om me te zien.” Maar ook aan het respect van Rozemeijer zijn grenzen. “Als ze te ver gaan krijgen ze een bon. En het hangt ook van de type overtreding af. Ik ben nier bang om te bekeuren, en ik schrijf zat. Maar je hoeft niet alles op een goudschaaltje te wegen.” Einde van de patrouille. “HB, de 84-2 gaat sluiten.”