Naar de inhoud

Preek bij afscheid

Bron: Pastoor Jan Berkhout

Preek bij afscheid

De grenzen
Als je jong bent kun je alles en wil je ook van alles. Als je ouder wordt kun je niet meer alles, ook al is de wil aanwezig. Je moet een stapje terugdoen, noodgedwongen, en nieuwe keuzes maken. In de eerste maanden na de nieuwjaarsramp kon ik alles, ik was nooit moe. Als mij wel eens werd gevraagd hoe ik dat allemaal volhield was ik verbaasd, want ik kon ook alles en ging gewoon door. Tot ik aan mijn grenzen kwam, dit voorjaar. Er volgde een tijd van herstel en bezinning. Ik stelde mijzelf deze vraag: hoe nu verder en waarop zou je in de komende jaren in het pastoraat het accent willen leggen?

Accent op spiritualiteit
De afgelopen winter bracht Rob van Gijzel een bezoek aan Volendam. Hij wilde weten hoe het Volendam vergaat na de ramp. Als kamerlid was hij zelf sterk betrokken geweest bij de afwikkeling van de Bijlmerramp. Tijdens het gesprek vroeg hij ineens: pastoor, doet u nog wat met het geloof? Die vraag verraste mij, omdat Rob van Gijzel geen kerkelijke achtergrond heeft. Vervolgens zei hij met opgeheven wijsvinger: u moet heel goed weten, dat de getroffenen alleen met spiritualiteit kunnen verwerken wat er gebeurd is. Toen ineens wist ik waar ik het accent op wil leggen: spirituele vorming. Een parochie is ook een bedrijf, een Organisatie en voordat je het weet verdrink je daarin. maar waar het op aankomt is God. En niets anders. Aan Hem lijdt de wereld gebrek. Dat is het werk van een pastor. Ik citeer nu Etty Hillesum: God opgraven in de hart van de mensen.

Waar het op aan komt is God
Elke mens heeft een buitenkant en een binnenkant. Veel mensen leven alleen maar de buitenkant; weten zij wel van de rijkdom die in hun eigen innerlijk verborgen ligt? Ik zou met mensen de weg naar binnen willen gaan teneinde die rijkdom te kunnen vinden en er vanuit te leven. Het innerlijk van elke mens is de plaats van de ontmoeting met de Heilige, de Eeuwige, het Mysterie en het wonder van je eigen bestaan. Dat is de weg naar binnen die voor ieder in handbereik ligt. In de christelijke spiritualiteit gaat het om twee dingen: spreken met God van ~hart tot hart zoals twee geliefde met elkaar spreken en een stap van geloof zetten. Daar gaat het in de eerste en de derde lezing om.

Intiem gesprek met God
Mozes leidt dat halsstarrige volk op zijn zwerftocht door de woestijn. Hij kan dat alleen als God met hem meetrekt. We zijn getuige van het intieme gesprek tussen Mozes en God: laat mij toch uw heerlijkheid zien. Dan gebeurt het. Mozes wordt geplaatst in de rotsholte en dan trekt God in al zijn luister en heerlijkheid aan hem voorbij. Tegelijk bedekt God beschermend het gelaat van Mozes. Het zou teveel zijn voor hem zijn. Mozes ziet niet meer dan de slib van zijn mantel, maar het is heerlijkheid genoeg.

Een stap van geloof
De boot van de leerlingen wordt geteisterd door de golven en dreigt te vergaan. Dan, lopend over het water komt Jezus naar hen toe soeverein als de Heer van de kosmos, De elementen voegen zich naar zijn wil. De leerlingen in doodsnood horen dan deze stem: ‘Weest gerust.., ik ben het,., vreest niet    Deze woorden lopen als een rode draad door heel de bijbel heen. Weest gerust   vreest niet...., ‘Ik ben het  Zo laat God zich kennen, als de  trooster in de tijd en de leerlingen zijn voorbij aan hun doodsangst. Deze woorden zijn nog bestemd voor ieder van ons die angst kent.

Op deze woorden zet Petrus een stap van geloof. ‘Zeg mij dat ik naar u toekom. Petrus neemt zelf het initiatief. Je kan pas tot geloof komen als je het zelf ook wilt. .Als je het niet wilt zal het ook nooit aan je kunnen gebeuren. God dwingt geen mens tot geloof. Dan strekt Jezus zijn hand uit en zegt: kom! Dan gebeurt iets dat tegen alle redelijkheid ingaat. Vertrouwend op dat woord verlaat Petrus de boot en loopt hij over het water en hij gaat... .hij gaat...! Hij krijgt deel aan die soevereine ongenaakbaarheid van Jezus. Maar dan komt de omslag. Ineens merkt Petrus dat hij inderdaad over het water loopt, hij voelt ook hoe de golven dreigend over hem heenslaan, hij valt terug op zich zelf en natuurlijk, dan zakt hij door de golven. Jezus grijpt hem vast en zegt dan: waarom heb je getwijfeld, kleingelovige. Zo gaat het ook nu nog. Als je in geloof vasthoudt aan God kan alles.

Voorbij je gevoel
De meeste mensen kunnen pas in God gekloven als ze Hem kunnen voelen en ervaren, als alles verloopt naar eigen wens. We beseffen niet dat God laat zich nooit laat snijden op de maat van ons gevoel en onze wil. God is groter. Het toppunt van geloven is dan ook doen wat Jezus deed op ,: het kruis. Op het moment van pure verlatenheid, toen Hij zich afgewezen voelde door de mensen en hemel gesloten bleef voor zijn roepen, zette Hij juist toen de stap van geloof: Vader in handen beveel ik mijn geest. Een stap van geloof zetten als je omringd door de duisternis en in wanhoop bent. Dat is waar elke mens toe uitgenodigd wordt: als je in duisternis verkeert, het niet meer ziet zitten, als je het gevoel hebt dat God niet bestaat, dat God een fictie is, ja een verzinsel van mensen. Doe dan wat Petrus doet in het evangelie: Heer, zeg mij dat ik naar u toekom en zet dan ook een stap van geloof, ook al weet je dat je de volgende dag weer door de golven zakt. Geloven in God is een weg die je moet gaan, een weg ook die de grote mystici, de eeuwen door zijn gegaan.

Het geloof is de ziel van Volendam
Als ik iets heb leren waarderen van Volendam is het de gevoeligheid voor deze weg van geloof. Wat ik nooit zal vergeten is mijn eerste kerstpreek. Ik vertelde toen wat mij in die eerste maanden geraakt had. Ik zag foto’s en filmbeelden van vroeger. Bij rouw en verdriet trok ieder weer naar deze kerk. Ik hoorde verhalen hoe vaders en zonen op ze waren verdronken, en ook hoe het geloof een kracht was geweest om weer verder te kunnen. Voor mij werd toen duidelijk dat het geloof, heel de geschiedenis door, werkelijk de ziel is van dit dorp. Toen ik dit vertelde werd het doodstil in de kerk, je kon in die volle kerk echt een speld horen vallen. Toen wist ik: dat is in essentie nog zo, ook al gaan we daar soms achteloos mee om. Ik sloot dit toen af met deze woorden: als Volendam dit geloof zou verliezen, dan is Volendam niet meer, maar een openluchtmuseum geworden. Vandaag zeg ik het opnieuw. Ik ga Volendam verlaten, ik zal u missen. U heeft mijn leven verrijkt en daar ben ik u echt heel dankbaar voor. Moge God u zegenen.

Jan Berkhout, pastoor

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.