Naar de inhoud

Inspectie Gezondheidszorg onderzoek ramp Volendam: ‘Het gaat goed; waakzaamheid blijft geboden'

Bron: NIVO

Inspectie voor de Gezondheidszorg onderzoek ramp Volendam:  ‘Het gaat goed; waakzaamheid blijft geboden’
In het onderzoek naar de psychosociale nazorg heeft de Inspectie voor de Gezondheidszorg bij het Ministerie van VWS aanbevolen om de categorale rampgerelateerde hulp in 2004 af te bouwen, zodat de reguliere hulpinstanties vanaf 1 januari 2005 het heft in handen hebben. ,,Daarbij moet de inbreng van de cliënten meer aandacht krijgen, zodat de zorg meer vraag- dan aanbodgestuurd wordt”, stelt prof.dr.Kingma namens de Inspectie.

Uit het onderzoek blijkt dat ,,de hulpverlening in de eerste fase na de ramp adequaat is geweest. Een groot aantal vrijwilligers en professionele hulpverleners heeft veel werk verzet om de psychische gevolgen van de ramp te verzachten of te verhelpen.” ,,Hulpverleners kunnen door het intensieve contact met veel slachtoffers ernstige psychische problemen krijgen, die de kwaliteit van hun werk nadelig beïnvloeden. Dit risico is het grootst voor de categorale rampgerelateerde hulpverleners”, zo stelt de inspectie.

,,Een knelpunt in de zorgverlening is mogelijk de overbelasting van de hulpverleners die een sleutelrol vervullen in de zorg na de brand. Door het grote aantal getroffenen dat deze hulpverleners in de categorale zorg behandelen, bestaat het risico van secundaire traumatisering. De continuïteit van de zorg kan dan in gevaar komen.”  Onder de categorale hulpverlening valt ook het Supportproject, waarover de Inspectie positief is. ,,Ik ga er dan ook van uit dat dit kan worden voortgezet”, zegt Klaas Bond, directeur van CRN/’t Anker.

De Inspectie stelt in haar onderzoek dat er kritiek is vanuit de reguliere hulpverlening richting de categorale, die te geïsoleerd zou werken.

Bond: ,,Het onderzoek is een momentopname. In 2002 bestond er verschil van mening over de aanpak en wijze van benadering van patiënten.  Op het moment volgen de hulpverleners de manier zoals eerder in Zweden gebeurde, laagdrempelig en vertrouwenwekkend. En dat het om een momentopname gaat, kun je ook opmerken uit het feit dat er in 2003 75 jongeren zijn doorverwezen naar zorginstellingen, waarbij slechts in twee gevallen sprake was van knelpunten. Dat roept dus een positief beeld op van de kwaliteit van de psychosociale nazorg en samenwerking tussen de zorgbegeleiders van Het Anker en de hulpverleners bij de zowel de categorale als reguliere psychosociale instellingen.”

,,Ik zal een en ander zeker bespreken als dit onderzoek binnenkort doorgenomen wordt met de Inspectie, want het moet geen wissel gaan trekken op de onderlinge samenwerking”, aldus Bond, die, zo werd vorige week besloten, in ieder geval nog tot 1 juli 2004 bij Het Anker gedetacheerd blijft door het Ministerie van Onderwijs. Het Anker moet blijven, zo stelt de Inspectie, die verder concludeert dat het in het algemeen goed gaat, ‘maar waakzaamheid blijft geboden’. ,,Het is voor alle hardwerkende hulpverleners en medewerkers goed om positieve geluiden over Het Anker te vernemen van de Inspectie.”

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.