Hulpverleners in Volendam schrijven de ramp van zich af
Hulpverleners in Volendam schrijven de ramp van zich af
Hij houdt 'spreekuur' op de begraafplaats in Volendam. Bijna dagelijks ontmoet hij er ouders van kinderen die het leven lieten bij de brand. Zij begeleidt de moedergroep van nabestaanden. Allemaal liefdewerk. 'De ramp' is deel geworden van het leven van begrafenisondernemer Johan. Schokker en zijn vrouw Geer. Samen met andere Volendamse hulpverleners schreven ze de gebeurtenissen van zich af met het boek 'De Skrauw'. Alweer een boek over Volendam. Dat dachten Johan en Geer zelf eigenlijk ook een beetje. Want ze zijn eigenlijk niet van die schrijvers. Toen het Johan allemaal een beetje te veel werd, heeft hij de ellende en emoties van zich afgeschreven. Dat was een jaar na de ramp. “Het rolde zo uit zijn pen. Hij wist alles nog.” zegt Geer. Johan heeft het verhaal nooit herlezen. Ook niet nu het in een boek staat. “Ik had het gevoel dat ik de zwaarste periode in mijn leven hiermee had afgesloten.” Johan praat liever niet over wat de ramp bij hem losmaakt. “Want voor een begrafenisondernemer is het toch gewoon maar werk, denkt de buitenwacht.”
Lot
De ramp die deel van hun leven werd. “Het is het lot dat we moeten dragen.” Voor brandweer en politie was er na de ramp opvang door psychologen. Johan en Geer deden het zelf. Vanaf de nieuwjaarsnacht tot twee weken na dato waren zij samen met Johans collega Guido non stop aan het werk. Elke nacht wachten op telefoontjes; want ze wisten 'wie er slecht lag'. Johan en Geer hebben zelf kinderen. Hun zoon zat bij een van de overleden meisjes in de klas. Volop lotsverbondenheid dus. Uitvaarten in het teken van de ramp. Maar ook nog uitvaarten tussendoor zoals dat ging heten. Van dat meisje dat als een prinsesje in een kistje lag. En oom Dick van Johan zelf. Dat dagelijkse verdriet sneeuwde allemaal onder. Johan en zijn collega Guido bezochten meestal als eersten de getroffen ouders. Dat is hun werk. Hard werk ten tijde van een ramp, maar een begrafenisondernemer wordt toch gezien als een emotieloos figuur. Johan en Guido niet. “De eerste vier uitvaarten gaat het nog wel. Maar daarna werd de spanning af en toe te veel. Als je zes keer aan verschillende ouderparen moet uitleggen dat de kist beter dicht kan blijven omdat hun kind niet meer echt herkenbaar is. Je hebt wel eens vaker iemand afgelegd die zwaar beschadigd is, maar niet zoveel jonge mensen in een paar weken tijd. Maar ik kon niet zeggen: Ik stop hiermee. Iemand moest de verbrande kinderen weer een beetje toonbaar maken.” Vooral de omgang met de families was zwaar. Uit het boek: “Met lood in je schoenen druk je de bel in. Stilte is mij niet vreemd, maar de stilte die mij daar in de woonkamer overmande, kende ik niet. Een stilte die daar bezit van me heeft genomen en die ik er niet meer uitkrijg.” Onze Lieve Heer had een snipperavond tijdens de ramp, denkt Johan. De dood is een natuurlijk gegeven, maar zo mocht de dood niet zijn in zijn ogen. En dat vond iedereen. Zelfs de familie van andere Volendammers die in die periode overleden. Familieleden wensten bij die begrafenissen dan de uitvaartondernemer sterkte bij zijn zware taak.
Moeders
Geer werd in het diepe gegooid. Hielp waar het kon. Omdat er r weinig personeel was, ging ze mee en kwam zo in contact met de moeders. Na de eerste tien uitvaarten vond Geer dat er wat miste en besloot een bijeenkomst te organiseren. Ze belde een paar moeders voor een gesprek en als vanzelf kwam de moedergroep van de grond. Samen begeleiden Johan en Geer met pastoor Berkhout ook de oudergroep. Allemaal liefdewerk oud papier. Geer: “Liefdewerk. Daar moeten de ouders het van hebben, want er is voor de nabestaanden niets geregeld. Dat stoort ons wel eens. We gaan bijvoorbeeld eens in de zoveel tijd met de nabestaanden op pad. Even weg uit Volendam. Dan moet de pastoor sponsors regelen. Eigenlijk klopt dat niet als je het vergelijkt met de andere slachtoffers.” Johan heeft dagelijks spreekuur. Op de begraafplaats. Dat zijn niet altijd zware gesprekken. “Maar je hoort veel. Je krijgt een bepaalde vertrouwensband. Mensen vertellen heel persoonlijke dingen. De rouw zit diep en hun omgeving gaat verder. Dat doet wel eens pijn.”