Naar de inhoud

Trauma en PTSS: nooit meer onkwetsbaar

Bron: Algemeen Dagblad

Trauma en PTSS: nooit meer onkwetsbaar
Kenmerkend voor een traumatische gebeurtenis is dat die door elke afweer heenbreekt. Kinderpsycholoog Tom van der Schoot: ,,Het gebeurt volkomen onverwacht, je hebt je er niet op voor kunnen bereiden, geen geestelijke verdediging kunnen opbouwen. Meestal gaat het om een ernstige bedreiging van je leven, of van het waarnemen daarvan. Daarbij komen doodsangst en het verlies van het gevoel dat je onkwetsbaar bent.'' De hormoonhuishouding raakt in reactie op de gebeurtenis dusdanig ontregeld dat het slachtoffer in een toestand raakt die een acute stressreactie wordt genoemd. Hij wordt prikkelbaar, kan het besef van tijd en plaats kwijtraken en beleeft het gebeurde steeds opnieuw. Om deze `herbelevingen' kwijt te raken en rust te vinden, probeert het slachtoffer herinneringen vervolgens te vermijden.Dat laatste is moeilijk, want beelden, geuren, geluiden, alles kan leiden tot herbeleving.

Ook in nachtmerries komt het gebeurde steeds terug. Vermijding en herbeleving blijven elkaar afwisselen. Dit heeft een functie: het slachtoffer wordt steeds minder gevoelig voor de herinnering. De verwerking is begonnen. Normaal gesproken hebben we de veerkracht om een trauma op eigen kracht te boven te komen. De stressverschijnselen worden na enige tijd minder en milder. Wanneer dit niet gebeurt, en het slachtoffer na een halfjaar nog steeds nachtmerries, herbeleving, prikkelbaarheid en desoriëntatie ervaart, spreken we van een posttraumatisch stresssyndroom (ptss). Twintig procent van de mensen die iets ernstigs hebben meegemaakt, ontwikkelt een ptss.

Kinderen lopen meer risico, omdat de verwerking bij hen door allerlei factoren kan worden verstoord. ,,Het verwerken verloopt complexer doordat er altijd volwassenenen bij betrokken zijn. Ouders kunnen de situatie verergeren, bijvoorbeeld doordat zij zelf ook getraumatiseerd zijn en niet in staat om hun kind een veilige, voorspelbare omgeving te bieden. Ook van belang is het sociale netwerk van het kind: zijn er oma's en opa's die steun bieden? Wat doet de school? Hoe reageren buren en vriendjes? Veel hangt af van de voorgeschiedenis van het kind. Zijn er ontwikkelingsproblemen? Is het kind eerder slachtoffer geweest van iets ernstigs? Van der Schoot: ,,Waar een volwassene wellicht al baat heeft bij een paar maanden individuele therapie, moet je bij een kind de hele omgeving erbij betrekken.''

Het Wilhelmina Kinderziekenhuis houdt zich alleen bezig met slachtoffers van eenmalige incidenten, in vaktaal wordt dit `type I trauma' genoemd. Kinderen die bijvoorbeeld getraumatiseerd zijn door langdurige gebeurtenissen (`type II trauma'), zoals jarenlang seksueel misbruik, zijn meer op hun plaats in de geestelijke gezondheidszorg, omdat zij meestal ontwikkelingsstoornissen hebben opgelopen en jarenlange hulp nodig hebben.

Moeder sticht brand
Drie kinderen overleven een brand in hun ouderlijk huis en worden met rookvergiftigingsverschijnselen het ziekenhuis binnengebracht. Later blijkt dat het vuur is aangestoken door hun moeder, die eerst haar man met benzine had overgoten. Ze kreeg daarbij zelf ook benzine op haar lichaam. De twee ouders liggen ernstig gewond in een ander ziekenhuis. De oudste dochter (16) is getuige geweest van het drama. Zij is ook degene die de twee jongste kinderen heeft gered. De kinderen zijn inmiddels weer met hun vader herenigd en onder behandeling in het psychotraumacentrum. De vraag is vooral hoe het verder moet in het contact met hun moeder, die nog vastzit en ernstig is verminkt. Ook willen de begeleiders voorkomen dat het oudste meisje een te zware verantwoordelijkheid in het huishouden krijgt.

Levenslang gehandicapt
Een meisje van drie wordt het ziekenhuis binnengebracht, ernstig mishandeld door de vriend van haar moeder. De mishandelingen hebben zeker twee maanden geduurd en het kind zal door de laatste woede-uitbarsting van de nieuwe `oom' levenslang gehandicapt blijven. Ze heeft een hersenbeschadiging omdat ze met haar hoofdje tegen de muur is geslagen, en omdat zij geregeld met haar hoofd onder water werd gehouden. Een blijvend spraakgebrek en een gestoorde motoriek zijn het gevolg. Als het meisje uit het ziekenhuis wordt ontslagen, kan zij meteen terecht bij het psychotraumacentrum. Ze krijgt speltherapie en er wordt gekeken hoe het contact met moeder verloopt. Haar rol is immers dubieus, omdat zij de mishandelingen niet heeft weten te voorkomen. Ook tegen haar loopt een strafrechtelijk onderzoek. Met het meisje gaat het redelijk goed. Ze woont bij haar oma, is weer levendig, speels en vrolijk. Alleen voor het bad is ze nog bang.

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.