Openingswoord herdenkingsdienst Mariakerk 1 januari 2004
Openingswoord herdenkingsdienst Mariakerk 1 januari 2004
Goedemorgen, namens het comité herdenking nieuwjaarsbrand 2001 heet ik u allen van harte welkom bij deze herdenkingsdienst.
Vandaag herdenken we en staan we stil bij die verschrikkelijke nieuwjaarsnacht als gevolg waarvan 14 kinderen omkwamen. Drie jaar terug stond de tijd stil in Volendam. Dood, verdriet, pijn en chaos namen bezit van het dorp. Je hart slaat over als je stil staat hoe diep de gezinnen van de overleden kinderen zijn getroffen, hoe diep de brandslachtoffers en familieleden van hen zijn getroffen, hoe diep de gemeenschap van Volendam is getroffen.
Iedere nieuwe dag worstelen er mensen met de vraag hoe ze deze ramp en hun ervaringen kunnen overleven. Het opgelopen trauma is bij velen nog lang niet verwerkt. Vandaag herdenken we. Als je herdenkt kijk je terug en vergeet je niet. En als je herdenkt stel je op een gegeven moment ook de vraag of die verschrikkelijke gebeurtenis misschien betekenis kan krijgen. Want net als het verleden er altijd is, is er ook de volgende dag en de vraag hoe die tegemoet te treden.
De jongeren in het herdenkingscomité vroegen iets met het thema toekomst te doen. Een moeilijk thema. Ik denk dan bijvoorbeeld aan de ouders die hun kind verloren in die brand, kinderen waarbij de toekomst ophield te bestaan. Als dan de vraag wordt gesteld, hoe lang mag dat verdriet er nog zijn, dan is dit uit onwetendheid. Het is een vraag die je eigenlijk niet stelt. Het is een vraag die veel pijn doet. Het is een vraag, als die gesteld wordt, mensen onderling en de gemeenschap doet splijten en verscheuren. Verdriet is een onmisbaar onderdeel van het verwerkingsproces.
De vraag over het thema gesteld door de jongeren geeft aan dat zij zoeken naar een weg die betekenis kan geven aan die dramatische nacht, die hen nog iedere dag bezig houd. Een weg waarmee ze betekenis kunnen geven aan het overlijden van vrienden, vriendinnen en de eigen ervaringen. En op die weg verdienen ze ons aller steun. Een actueel voorbeeld.
De jongeren die zoeken naar de ´krachten van Volendam´ zoals de titel luid van de mede door hen georganiseerde fototentoonstelling welke op 9 januari in de Melkweg te Amsterdam wordt geopend. Op die tentoonstelling laten jonge, beschadigde Volendammers zichzelf zien. Dat is hun weg, zeggende: wij zijn er nog niet, maar we krabbelen op en durven ons weer te laten zien. En beste mensen is dat niet wat we hoopten, dat zij zich weer durven laten zien in al hun kwetsbaarheid. En dat willen ze nu heel Nederland laten weten, als teken van hoop. Jonge mensen, levenskunstenaars en inspiratiebronnen.
Maar naast die hoop zijn er ook nog veel vragen te stellen. Eén vraag is die van het pand op de dijk. Lang, te lang woekert dit vraagstuk al. Het afgelopen najaar zijn we met een delegatie op bezoek geweest in Gotenburg, waar 5 jaar geleden 63 kinderen omkwamen bij een discobrand. We hebben kunnen zien en ervaren hoe belangrijk het is voor het verwerkingsproces van individuele mensen en de gemeenschap dat het pand een bestemming krijgt die eer doet aan de overleden kinderen en brandslachtoffers. Een herdenkingscentrum waar ouders, broers, zusters, opa´s, oma´s en alle anderen betrokken bij de nieuwjaarsbrand hun eigen verhaal kunnen en mogen houden. Een plek waar herdacht kan worden, een centrum waar net als in Gotenborg oud en jong uit heel Nederland en daarbuiten kennis kunnen nemen van die verschrikkelijke nacht om daar lering uit te trekken. Mogelijk dat het op deze wijze nog van betekenis kan zijn, als les uit het verleden, om niet te vergeten.
Gotenborg, ik wil daar even bij stil staan, want dat was toch wel een bijzondere uitwisseling. Emotioneel, moeilijk, bij momenten zeer moeilijk, maar ook één met een boodschap van hoop. Ik herinner me drie vrouwen. Drie gastvrouwen die gedurende het bezoek permanent ons hebben begeleid. Anne-Brit Varuco en Sheila De Vaugh, beide één kind verloren in die brand. Iman Shakarchi, twee kinderen verloren in die brand. Alle drie actief in de belangenorganisatie BOA. Drie moedige en geweldige vrouwen. Eén ervaring wil ik met u delen.
Het is een goede gewoonte dat bij een uitwisseling enige kleine geschenken wederzijds worden overhandigd en wij hadden dat tijdens de laatste avond ook gedaan. Iman Shakarchi, de vrouw van de twee overleden kinderen, droeg als herinnering aan hen altijd twee zilverkleurige engelenbroches op haar kleding. Ze vertelde dat ze zo haar kinderen altijd bij zich droeg, als engelen, daar geloofde zij en ook de ander genoemde vrouwen in.
Iman Shakarchi dacht dat het een mooi geschenk was, als ook de moeders die een kind hadden verloren in de nieuwjaarsbrand, een zelfde engeltje vanuit Gotenborg meekregen. Een teken van hoop en lotsverbondenheid. Ze was gaan zoeken in de winkels en had er tot op de laatste avond acht kunnen vinden. De laatste ochtend van ons bezoek was afgesproken dat we op het kantoor van BOA een video zouden bekijken met de beelden van die verschrikkelijke avond en nacht in Gotenborg. Herinneringen kwamen boven en u zult begrijpen dat er bij het kijken die ochtend veel emotie, spanning en sereniteit was. Eén gastvrouw ontbrak, Iman Shakarchi. Anderhalf uur na het begin van de video kwam ze hijgend binnen en vroeg de aandacht. Haar verhaal. Ze was die ochtend vroeg opgestaan om een laatste poging te ondernemen om de resterende 6 engelenbroches te zoeken en te kopen. Ze had verschillende winkels bezocht en begon al te wanhopen. Totdat ze bij de voorlaatste winkel kwam. De eigenares van die winkel herkende Iman vanwege haar maatschappelijke activiteiten o.a. als gemeenteraadslid. Zij raakte in gesprek en de eigenares begon naar verschillende andere winkels te bellen, want de tijd raakte op. Zij vond nog één winkel die mogelijk soortgelijke broches verkocht. Iman spoedde zich hier naar toe. Deze winkel bleek op luttele afstand te staan van het gebouw waar die verschrikkelijke brand plaatsgevonden had. En wat bleek, er waren nog zes identieke broches in die winkel en zo waren de veertien compleet. Beste mensen dit is geen verhaal, maar een ervaring die wij mee mochten maken. En daar stonden wij, getroffen tot in het diepst van ons wezen, onze ziel. Gods aanwezigheid was wel heel dicht bij ons gekomen. En de boodschap was, wanhoop niet, maar vertrouw op de engelen, loop met hen mee.
Dat is wat ik vandaag ook aan God wil vragen:
- God, in de palm van uw hand zijn de namen van de overleden kinderen geschreven, omringt door uw engelenschare.
- God ik vraag U bij ons te blijven. Steun de ouders, de broers en zusters, de opa´s en oma´s, de vrienden en vriendinnen en de gehele Volendammer gemeenschap.
- God laat de engelen ons helpen en begeleiden op onze zoektocht naar die moeilijke en onzekere toekomst. Wij beloven U en hen niet te vergeten, nooit zullen we vergeten.