Naar de inhoud

Verdriet van Volendam is om nooit te vergeten

Bron: Parool

Verdriet van Volendam is om nooit te vergeten
Drie jaar geleden kostte de brand in café De Hemel in Volendam veertien jongeren het leven. Vrijdag wordt de nieuwjaarsramp herdacht, voor de derde maal. Hoe lang mag het verdriet van Volendam nog duren? 'Soms is het alsof ze ons het leed niet gunnen.' Voor sommige Volendammers duurt het verdriet 'te lang'. Al bij de eerste herdenking klonken geluiden dat Volendam het boek moest dichtslaan en het leven weer moest oppakken. Niet zeuren en doorgaan. Sommigen denken er anders over. Dat de ramp Volendam heeft veranderd. Dat je niet moet vergeten, en juist wel moet herdenken.

Bijvoorbeeld pastoor Jan Berkhout. Hij stond na de ramp direct klaar. Al werd hem dat niet door iedereen in dank afgenomen. Want de pastoor kwam op de televisie en in de krant. Dat noemen ze in Volendam al snel 'publiciteitsgeil'. Maar om al die aandacht heeft Jan Berkhout zelf nooit gevraagd. Ongewild werd hij ambassadeur van Volendam en specialist in rouwen en verwerken. "Leed moet worden herkend én erkend. Met dat herkennen zit het wel goed. Maar het erkennen van het leed van ouders die een kind hebben verloren, ligt soms heel gevoelig. Nu is 'Samen op weg naar de toekomst, zonder te vergeten' het thema van de herdenkingsdienst op 1 januari. Dat is goed voor de getroffenen die er nog zijn. Maar pijnlijk voor ouders die hun kind hebben verloren. Die zagen daarin hún toekomst.''

De aandacht voor rampslachtoffers stemt slachtoffers van ander verdriet in Volendam wel eens bitter. "Ieder heeft natuurlijk zijn eigen pijn. Rond Allerzielen heb ik brieven gekregen van mensen die vreesden dat de dienst alleen over de brandslachtoffers zou gaan, terwijl ze zelf ook hun man, vrouw of kind hebben verloren.'' Berkhout merkte het eerste jaar al dat Volendammers vooral wilden vergeten. "Maar je kunt nu eenmaal niet zeggen dat je na vijf jaar geen herdenkingsdiensten meer houdt. De komende vijftig jaar zal de eerste januari een dag blijven van gedenken. Kijk naar de Bijlmer, daar is ook nog elk jaar een moment van gedenken.''

John Veerman was bedrijfsleider in het horecacomplex van WirWar bar en De Hemel. Hij werd dit jaar door de Haarlemse rechtbank vrijgesproken. John was tijdens de ramp aanwezig en hielp bij de berging en identificatie van alle slachtoffers. Tot 's morgens half acht was hij in het horecapand. Daarna bezocht hij vrijwel alle ouders om te condoleren en maakte hij duizenden kilometers voor bezoeken aan de ziekenhuizen waar zijn 'klanten' lagen. "Ik kan me er wel wat bij voorstellen als mensen in het dorp zeggen dat Volendam niet te veel moet omkijken. Maar dat zijn de mensen die er ver van afstaan. Die kunnen dat helemaal niet bepalen en ze hóren het ook niet te bepalen. Voor getroffenen en mensen die iemand bij de ramp zijn verloren, houdt het nooit op. Als het je niet raakt, is het verdriet van anderen een 'ver-van-je-bed-show'. Ik ben bij de ouders thuis geweest. Dan proef je het verdriet.''

Zelf is John sinds kort in rustiger vaarwater terechtgekomen. Hij is weg bij het bedrijf van Jan Veerman en bedrijfsleider geworden bij een sierbestratingbedrijf. "Een nieuwe start. Want ik kon niet meer loskomen van de ramp omdat Jan er ook constant mee bezig is. Van de week hing hij om half zeven 's ochtends aan de lijn omdat hij stuk zat.'' John wordt in Volendam niet met de nek aangekeken. "Zaterdag heb ik nog vier getroffenen gesproken. Toen ik later wegging, werd er op de ramen van een bar getikt. Twee meiden die ook in De Hemel hadden gezeten, zwaaiden naar me.'' Hoe lang het verdriet mag duren? "Het is ieder zijn eigen verdriet en ieder zijn eigen leed. Ik weet nog goed van mijn buurjongen: dat is bijna twintig jaar geleden. Die is om het leven gekomen door een tragisch ongeval bij Kras Recycling. Die ouders zijn nog steeds kapot van het verdriet.''

Gerda Buijs is psychologe in Volendam. Sinds de ramp heeft ze in haar praktijk veel jongeren, ouders en hulpverleners. "Ik verbaas me soms over de veerkracht van de jongeren, ook al hebben ze het nog zo moeilijk. Soms is het alsof ik er zelf bij was. Alsof ik gezien heb wat zich daar allemaal afspeelde.'' "Al die verhalen die ik heb gehoord. Ik weet welk kluppie waar zat, welke muziek er werd gedraaid, wat ze tegen elkaar riepen. Het contact is makkelijk, want ik spreek hun eigen taal en dan kunnen ze zich hier makkelijk uiten. Maar we lachen ook veel.'' Gerda heeft haar eigen verklaring voor mensen die roepen 'dat die ramp nou maar eens voorbij moet zijn'.

"Dat is pure machteloosheid. Ze hebben gedaan wat ze konden en nu weten ze het niet meer. Maar dat is niet omdat mensen niet bereid zijn de slachtoffers te steunen. Ze weten alleen niet meer hóe ze ze moeten steunen. Na drie jaar is het nog niet over en dan kom je met lege handen te staan. Dan vragen mensen zich af: Kan ik ze nog wel helpen?'' Het 'geroep' is volgens haar ook een wens. "Was het maar over. Want als het over is, heeft niemand meer verdriet. Maar sommige slachtoffers zijn zestien of zeventien. Over tien jaar is het nog niet over. En dan zijn ze nog maar 26..." ''Een van de ouders zei van de week tegen me: 'Het verdriet neemt kwadratisch toe'. Daar spreekt ook de machteloosheid van ouders uit.''

Evert en Ida Kok verloren hun vijftienjarige dochter Anja in de brand. Een half jaar ná de brand, want Anja overleed na medische missers aan een ontstoken hartklep. Missers waar binnenkort het medisch tuchtcollege zich over mag buigen. "Dat zijn we wel aan Anja verplicht.'' In de huiskamer branden kaarsjes voor haar portret. Ook bij het graf is licht, want Ida kan er moeilijk tegen dat Anja in het donker ligt. Ida: "Het gaat er niet om hoe lang het verdriet nog duurt. De vraag is: hoe lang mogen wij dit verdriet nog hebben? Zes weken na de ramp riepen ze me al na op straat: 'Je moete wel verder want je hewwe d'r nag twei'. Maar ik ga nu nog elke dag naar het graf. Ik moet mensen uitleggen waarom ik niet op die dijk kan lopen, waar het allemaal is gebeurd. Soms is het alsof ze ons het verdriet niet gunnen.'' Het leven is vlak geworden in huize Kok. Vlak en mat. Geen uitbundige kerstboom, want daar hield Anja van.

"De normale levensvreugde is eraf. Je gaat nog wel op vakantie, maar het geeft geen lol. Als ik meiden voor de kermis spijkerbroeken zie passen, schiet het door mijn hoofd: daar had ze tussen kunnen staan. En bijna niemand die het begrijpt. Alleen één vriend. Die zei: 'Ik heb nog nooit eerder twee mensen in één nacht twintig jaar ouder zien worden'.'' Ze horen de verhalen ook wel van de Volendammers die vinden dat het nu maar eens voorbij moet zijn met het verdriet. "Als wij aan de andere kant hadden gezeten, hadden we misschien ook anders gereageerd. Maar de ramp is toch iets van de hele gemeenschap. Veertien overleden jongeren en bijna driehonderd slachtoffers. Ik hoef toch niet uit te leggen wat voor een ingrijpende gebeurtenis dat is geweest. Hier zou de gemeenschap wat van hebben moeten leren. Maar die gaat gewoon verder.''

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.