Er staat een kroontje op Boon Edam
Er staat een kroontje op Boon Edam
Koninklijke Luchtvaart Maatschappij, Koninklijke Shell en Koninklijke Wessanen. In dat rijtje hoort ook Koninklijke Boon Edam. Burgemeester Willem van Beek van Edam-Volendam reikte gisteren uit naam van de koningin 'het kroontje' uit aan eigenaar Erik Huber. 'Hare majesteit de koningin heeft bij haar beschikking van 8 december 2003 het recht tot het voeren van het predikaat KONINKLIJK verleend aan Boon Edam Group Holding BV', staat er letterlijk op het document. Boon Edam is het eerste bedrijf in de bijna 650-jarige geschiedenis van Edam, dat zich Koninklijk mag noemen. Ook verder in de regio Waterland is geen bedrijf te vinden dat die eretitel draagt. Niels Huber, zoon ván en voorzitter van de raad van bestuur, rekende voor dat gemiddeld zo'n twee bedrijven per jaar de onderscheiding ten deel valt. „Ik ben ongelooflijk trots", liet vader Erik weten. Burgemeester Van Beek benadrukte dat een bedrijf zo'n onderscheiding niet zomaar krijgt. „Je moet als bedrijf van onbesproken gedrag zijn." Dat houdt in dat de leden van de directie geen strafblad mogen hebben. In het geval van Boon betekende dit dat justitie in Engeland een verklaring van die aard voor de directieleden Kersey en Clark moest afgeven. En Erik Huber wist daar een mooie anekdote over. „Het is maar goed dat het Hare Majesteit niet ter ore is gekomen dat ik vroeger bij de douane wel eens door wilde lopen. Dat is een keertje niet gelukt", grapte hij.
Een andere voorwaarde is dat een bedrijf honderd jaar moet bestaan. Boon, opgericht in 1873 te Amsterdam als timmer- en aannemingsbedrijf G. Boon, voldoet daar ruimschoots aan. In 1903 werd de eerste houten draaideur gemaakt. Ook moet het bedrijf een landelijke uitstraling hebben. Sinds de verhuizing naar Edam in 1970 heeft Boon echter een spectaculaire groei doorgemaakt en is, het bedrijf inmiddels wereldmarktleider met vestigingen in onder meer China en de VS. En het bedrijf moet maatschappelijk actief zijn. „Boon Edam is een community-company", meldde Van Beek. „Een bedrijf dat midden in de gemeenschap staat. Dat bedrijf mag nu 25 jaar - daarna wordt de beschikking heroverwogen - een kroontje in het bedrijfslogo voeren. Dat logo werd gisteren al gepresenteerd. Of de naam wordt gewijzigd, daar is de directie nog niet uit. Voorlopig blijft het nog even Boon Edam.
Vooral in Japan zijn ze er stapelgek mee
Best mooi natuurlijk. Een kroontje boven je bedrijfslogo. En de toevoeging Koninklijk voor de naam. Maar wat heb je daar eigenlijk aan? „Het heeft een geweldige uitstraling in het buitenland", laat directeur Eric Hulst van hofleverancier Cono uit de Beemster weten.
Wat moet Koninklijke Boon Edam van zijn nieuwe, status denken? „Het staat mooi op je visitekaartje. Het heeft uitstraling. Wat het daadwerkelijk oplevert? Geen idee", zegt woordvoerster Myra Mazereeuw. Dan maar op zoek naar ervaringsdeskundigen. Maar andere Koninklijken zijn er niet in Waterland. Daarom de drie hofleveranciers (een trede lager in de onderscheidingenladder) die de regio telt om hun ervaringen gevraagd. De conclusie? Vooral in het buitenland maakt het kroontje grote indruk. „Vooral in Japan zijn ze er stapelgek mee", laat Eric Hulst, directeur van Cono Kaasmakers uit de Beemster, weten. Vooral voor de internationale contacten kan hij er goede sier mee maken. „Ook in Duitsland vinden ze het erg mooi, maar in de Verenigde Staten is het bijvoorbeeld minder. Maar het geeft je bedrijf toch uitstraling en een zekere standing. Het betekent toch dat je een onbezoedeld blazoen hebt. Dat heeft voor de afnemer waarde."
Maar wat het precies oplevert? „Dat is moeilijk in cijfers uit te drukken. Maar je wordt er als bedrijf niet slechter van dat je hofleverancier bent. Ons belangrijkste merk, Beemster Kaas, laat zich daar mooi mee combineren. Wist je trouwens dat we nog écht hofleverancier zijn? Beemster Kaas wordt aan het hof genuttigd." Dat laatste is geen eis meer voor het predikaat. Koningin Beatrix heeft geen leesbril van het Purmerendse Koopman Optiek, dat desondanks hofleverancier is. En eigenaar Bert Koopman heeft evenmin buitenlandse contacten. „Maar het is een hele eer, je krijgt het niet zomaar. En je moet honderd jaar oud zijn, dus je hebt het aan je voorouders te danken. Maar of ik er extra door verkoop? Da's moeilijk te zeggen. Het getuigt wel van vakmanschap."
Aart D. Goede van eierhandel Adriaan Goede uit Landsmeer laat weten dat het vooral voor de export prettig is. „Met name in Japan, Duitsland en Engeland. Je omzet stijgt niet met twintig procent, klanten hebben meer vertrouwen in je." In eigenland wordt er volgens Goede wel eens schamper over gedaan. „Maar dat is een beetje afgunst. Hofleverancier betekent- gewoon dat je het heel goed doet.”