Inspraakreactie (4) inzake conceptbestemmingsplan Zuidpolder-Oost
Aan het College van Burgemeester
en wethouders van de gemeente
Edam-Volendam
Postbus 180,
1130 AD Volendam
Edam, 13 januari 2004
Betreft zienswijze concept bestemmingsplan Zuidpolder-Oost.
Geacht college,
Als cultuurhistorische vereniging hebben wij in het verleden herhaaldelijk bezwaren geuit tegen bebouwing van de Zuidpolder in de gemeente Edam-Volendam. Het zal u dan ook niet verbazen dat wij ernstige bezwaren hebben tegen het voorliggende conceptbestemmingsplan Zuidpolder-Oost.
U concludeert op blz. 13 dat de voorgenomen woningbouw in de Zuidpolder past binnen het Streekplan Noord-Holland Zuid. De Zuidpolder is in het Streekplan een uitleglocatie en opgenomen binnen de rode contour. Bij de bekendmaking van de vaststelling van het Streekplan op 7 maart 2003 heeft de provincie medegedeeld dat er geen concrete beleidsbeslissingen in het plan zijn opgenomen en het niet mogelijk is om beroep in te stellen. Het opnemen van de Zuidpolder als uitleglocatie voor woningbouw en met een rode contour op de kaart weergeven is echter wel degelijk een concrete beleidsbeslissing. Aangezien de provincie echter de beroepsgang blokkeerde is dus de bestemmingsplanprocedure de aangewezen weg daarvoor. Derhalve gaan wij daarbij ook in op onze bezwaren tegen het Streekplan.
Wij hebben tegen dit conceptbestemmingsplan de navolgende bezwaren:
1. Vermeende hoge woningnood en de noodzaak tot woningbouw.
Het gemeentebestuur van Edam-Volendam geeft aan dat er een dwingende noodzaak is om te bouwen teneinde het grote aantal woningzoekenden te kunnen helpen. In het concept bestemmingsplan wordt op blz. 1 bij de Inleiding al vermeld dat het gemeentebestuur wil blijven voorzien in de lokale woningbehoefte. Dat is strijdig met het Streekplan waarin op blz. 63 is gesteld dat de verdeling van de woningen over de regio nog nader moet worden geregeld. Ook de ROA gemeenten staan op dit standpunt (zie NHD/Dagblad Waterland 29.12.03)
Uit de gemeentelijke nota Structuurvisie 2000-2010 blijkt dat in de tien voorafgaande jaren de bevolkingsgroei ruim 200 personen per jaar betrof. De gemeente plande voor de volgende jaren een groei van 600 a 700 personen per jaar. Wij hebben de gemeente er herhaaldelijk (onder meer bij schrijven van 17 maart 1998; 8 oktober 2001 en 16 januari 2002) op gewezen dat uitgegaan werd van een opgeschroefde bevolkingsgroei die ongeloofwaardig overkomt. Die overdreven groei komt neer op ca. 1400 personen. De gemeente heeft deze cijfers van ons in ruim vijf jaar nog nooit weerlegd.Nu stelt de gemeente op blz. 17 van het conceptbestemmingsplan: "Volgens de structuurvisie zal de totale bevolking in 2010 zijn toegenomen tot ca. 30.100 inwoners. Tussen 2001 en 2010 moet rekening worden gehouden met een bevolkingstoename van ca. 1300 personen" Dit betekent dus dat op 1 januari 2001 ca. 28.800 personen in de gemeente hadden moeten wonen. In werkelijkheid woonden er op 1 januari 2001 echter ca. 27.700 personen in de gemeente. Onze vrees is dus bewaarheid: er is een overschatting gemaakt van het aantal inwoners met ca. 1100 personen. De woningnood is dus helemaal niet zo hoog als wordt voorgesteld.
De gemeente roept alleen maar over druk op de plaatselijke woningmarkt en schermt met een lijst van woningzoekenden. De grootte van de lijst varieert keer op keer. Op de lijst kan iedereen intekenen ook al heeft men geen concrete woningbehoefte. De lijst is niet gebaseerd op objectieve criteria, terwijl woningbehoefte juist op basis van objectieve criteria dient te worden vastgesteld. Vanwege onze 'ernstige twijfels hebben wij de gemeente verzocht om een gedegen onafhankelijk onderzoek in te stellen. Ook dat is niet gebeurd. Die vraag hebben wij ook bij het Provinciaal Bestuur neergelegd (bij schrijven van 25 oktober 2001 en 26 juni 2002) Ook daar is niet op gereageerd.
Ons bezwaar is dat de woningnood niet zo hoog is als voorgesteld en de noodzaak tot woningbouw in de gemeente Edam-Volendam niet onafhankelijk en objectief is aangetoond.
2. Het voorliggende conceptbestemmingsplan getuigt van grote haast; van haast voor nieuwbouw is geen sprake.
Door de provincie is gesteld op blz. 51 van het Streekplan: "ons uitgangspunt is dat de infrastructuur primair sturend is bij het zoeken naar ruimte voor wonen en werken. Voorwaarde voor nieuwe ontwikkelingen op het gebied van wonen en werken is dat de bereikbaarheid op zowel nationale als regionale schaal (weg en openbaar vervoer) is veiliggesteld. Dat betekent dat ontwikkelingen pas daadwerkelijk kunnen worden gestart als planologisch/procedureel en financieel de realisering van de benodigde infrastructuur is verzekerd".
Dat is allerminst het geval. Het verkeer van en naar de Zuidpolder zal door de bebouwde kom naar de N 247 moeten rijden. Er is geen ontsluitingsweg en de realisering hiervan is een fors probleem. Afwikkeling van het verkeer via de Julianaweg/Singelweg/Dijkgraaf Poschlaan stuit nu al regelmatig op problemen en er zal dus nog meer filevorming ontstaan met bijkomende overlast (geluid en uitstoot) binnen de bebouwde kom van Edam en Volendam en de N 247. De N 247 levert nu regelmatig al capaciteitsproblemen op vooral in de spits. Ook de Federatie Ondernemend Waterland (Fowa) wil geen woningen meer bouwen zonder dat de werkgelegenheid en de infrastructuur is uitgebreid en verbeterd (zie NHD/Dagblad Waterland 29/11/03)
Voorts is op blz. 53 van het Streekplan gesteld t.a.v. de concrete ruimtebehoefte 'Dit resulteert in 2010, mits de financieel tekorten tijdig zijn afgedekt, in het ruimtelijke beeld dat als uitgangspunt is voor de keuze van nieuwe uitleglocaties" met andere woorden: "Niet bouwen voor 2010"
Het gemeentebestuur is volop bezig zich de uitleglocatie toe te eigenen en te propageren voor de eigen bevolking. In het Streekplan is aangegeven "Gedeputeerde Staten werken het Streekplan nader uit voor de verdeling van de woningen over de regio op basis van een op te stellen woningbouwprogramma voor de regio" Dat geldt zowel voor de zoeklocaties als voor de uitleglocatie Zuidpolder (zie blz. 63 van het Streekplan). De gemeente gaat er volledig aan voorbij dat dit nog moet gebeuren. Dat is strijdig met het Streekplan.
Voorts blijkt uit het hiervoor onder 1. gestelde dat de bevolkingstoename sterk is overschat. De bevolking zal niet in 2010 uit circa 30.000 inwoners bestaan maar pas in ongeveer 2020. Er is nu dus helemaal geen behoefte aan een wijk van 1050-1250 woningen
Ons bezwaar is dat aan de voorbereidingsprocedure van het conceptbestemmingsplan nog niet is voldaan en dat het dan ook prematuur is en nog niet aan de orde.
3. Overige bezwaren van Oud Edam op het gebied van cultuurhistorie en natuur.
Allereerst verwijzen wij naar de door ons eerder ingediende zienswijzen, bedenkingen en bezwaarschriften tegen uw nota Structuurvisie; uw voorbereidingsbesluiten Buitengebied en Zuidpolder-Oost en onze diverse reacties en bedenkingen inzake het Streekplan Noord-Holland Zuid.
Onze bezwaren op het gebied van natuur en cultuurhistorie tegen bebouwing zijn overigens als volgt:
3.1. Cultuurhistorie en natuur.
De Zuidpolder en Edam behoren oorspronkelijk bij de polder De Zeevang. De Zeevang en de regio Waterland vormden al in de 13e eeuw een staatkundige eenheid. Het gebied vormt ook een landschappelijke eenheid, het is een open waterrijk gebied waarin een aantal fraaie betrekkelijk kleine historische steden en dorpen gelegen zijn. Wij willen dat dit specifieke karakter van landschap met kleine steden en dorpen in Waterland behouden blijft. Wanneer Edam-Volendam een amorfe bebouwingsvlak wordt, vormt dat een onbalans met het omringende landschap. Het is ook de nog enige verbinding tussen de Belvedère gebieden Waterland en De Zeevang.
Het daar bouwen is ook strijdig met een heel belangrijke ambitie van de provincie zoals gesteld op blz. 15. van het Streekplan." De landschappelijke kwaliteiten behouden en versterken, vooral door te zorgen voor een stevig blauwgroep raamwerk dat waar mogelijk geschikt is voor recreatief medegebruik. Het vinden van ruimte voor waterberging en het behoud van cultuurhistorische structuren spelen daarbij een hoofdrol"
De Zuidpolder bevat een oorspronkelijke verkavelingstructuur uit de 12e en 13e eeuw. Daarin bevindt zich nog een kronkelend veen riviertje uit die tijd. Dit alles dient behouden en beschermd te worden.
Op blz. 14 wordt de Cultuurhistorische Waardenkaart van de provincie voor dit gebied besproken. "Geconcludeerd wordt dat de Noorder IJ- en Zeedijk van zeer hoge waarde is. Omdat de beoogde woningbouw ruim afstand houdt van de dijk, blijven het open karakter, de zichtlijnen en de recreatieve belevingswaarden behouden en wordt de cultuurhistorische waarde niet aangetast".
Maar op 75 meter afstand van de dijk woningen met dwarskappen realiseren met een weids uitzicht over de dijk naar het Markermeer (blz. 22) staat natuurlijk in schrille tegenstelling daarmee.
Overigens vindt men de cultuurhistorische waarde van weinig of geen belang. De gemeente geeft op blz. 14 zelf al aan waarom, door te stellen dat de CHW-kaart geen beleidskaart is die aangeeft wat er wel of niet met een cultuurhistorische locatie moet gebeuren.
Ons bezwaar is dat bebouwing van de Zuidpolder het specifieke karakter van de Zeevang en de regio Waterland ernstig verstoort en er op cultuur historisch gebied veel te veel verloren gaat.
3.2. Provinciale Ecologische Hoofdstructuur (PEHS)
De Zuidpolder behoort nota bene tot de PENS. Op blz. 17 van de PENS nota staat:"De provincie zal ruimtelijke ontwikkelingen zodanig sturen dat recht wordt gedaan aan het beleid van de PENS. Allereerst betekent dit dat de samenhang van de PENS niet door verstedelijking (en andere bebouwing) en infrastructuur zal worden verbroken.
Op blz. 45 van het Streekplan staat:"Wij willen de PENS veiligstellen en verder ontwikkelen. Voor het veiligstellen van de waarden heeft het weren van negatieve invloeden van buitenaf prioriteit". Op blz. 86 van het Streekplan is vermeld dat:" In alle gebieden die behoren tot de PENS zijn ontwikkelingen mogelijk als ze passen binnen de natuurdoelen voor het gebied en de identiteit van het landschap versterken".
Het gebied vormt nog de enige ecologische verbindingszone tussen de Zeevang en Waterland. Het rijksbeleid is erop gericht dat de Ecologische Hoofdstructuur aaneengesloten gebieden betreffen. Dat zal nu door de beoogde bebouwing doorbroken worden en ook dat is niet acceptabel.
Op blz. 15-16 van het conceptbestemmingsplan wordt ingegaan op de PEHS. De tekst op deze bladzijden bagatelliseert het gedachtegoed en de doelstelling van de PEHS.
In het Streekplan is op blz. 49 en 50 bepaald om Purmerend en Edam-Volendam binnen het Nationaal Landschap Noord-Holland Midden te brengen zoals afgesproken in de bestuursovereenkomst de Groene Long. Dat strookt veel beter met de PEHS.
Ons bezwaar is dat de bebouwing van de Zuidpolder volstrekt strijdig is met de PEHS.
3.3. Vogel- en Habitatrichtlijn.
De Zuidpolder is belangrijk als broedgebied van weidevogels. Deze komen in een dichtheid voor die niet zou misstaan in de betere weidevogelreservaten. Voorkomende vogelsoorten als slobeend, grutto, tureluur en rietzanger komen voor op de Rode Lijst. Er komen ook verschillende soorten amfibieën voor, waaronder de rugstreeppad. Deze soort valt onder de Europese Habitat richtlijn. De stichting "Ook vogels hebben bouwdrift" te Edam heeft onderzoek gedaan naar beschermde diersoorten in dat gebied en de resultaten vastgelegd. De aanwezigheid van de rugstreeppad is door de RAYON Noord-Holland te Amsterdam als onafhankelijk deskundige instantie vastgesteld. De stichting "Ook vogels hebben bouwdrift" heeft daar herhaaldelijk op gewezen zowel richting gemeente Edam-Volendam als provincie. Echter zonder resultaat: er heeft globaal onderzoek naar plaatsgevonden en op blz. 15 van het conceptbestemmingsplan maakt de gemeente er zich met een Jantje-van-leiden vanaf omdat de veldstudie veel te beperkt is gebleven en er geen enkele wezenlijke oplossing voor het leefgebied van de rugstreeppad wordt voorgesteld.
Ons bezwaar is dat er geen onafhankelijk onderzoek heeft plaatsgevonden op het gebied van de Vogel- en Habitat richtlijn. Bebouwing is strijdig met de aanwezigheid van beschermde diersoorten.
3.4. Zuidpolderzeedijk
De aangrenzende Zuidpolderzeedijk is een provinciaal monument. In de motivatie voor deze aanwijzing wordt opgemerkt "dat deze dijken een beeldbepalend element in het Noord-Hollandse polderlandschap vormen door de continuïteit en de hoogte van de dijken in samenhang met de openheid van het omgevende landschap". Bezien we de topografische kaart van Hoorn tot Amsterdam dan zien wij zo een onbebouwde strook langs de dijk daarop terug. Zolang er dijken zijn heeft men aan de binnenzijde langs de dijk logischerwijze een zone min of meer vrijgehouden voor het geval de dijk het begaf. Men creëerde daarmee de gelegenheid om ingeval van calamiteit de zeedijk op te geven en daarachter een nieuwe dijk aan te leggen, de zogenaamde inlaagdijk.
Zowel in het Streekplan Noord-Holland Zuid als in de Vijfde nota Ruimtelijke Ordening is een vrijwaringzone van 100 m binnendijks en 175 m buitendijks voorgeschreven. We hebben er dan ook ernstig bezwaar tegen dat in het ontwerpbestemmingsplan is voorzien in:
- een bebouwingsvrije zone van 75 m (blz. 25)
- enkele bebouwingsmogelijkheden te realiseren binnen de bebouwingsvrije zone blz. 10 van de voorschriften)
- een begraafplaats is geprojecteerd tot aan de voet van de waterkering (zie plankaart)
- een evenemententerrein en een parkeerterrein worden gerealiseerd tot aan de voet van de waterkering (zie plankaart)
De vrijwaringzone dient dus om door het Rijk en de provincie gestelde technische redenen uitgebreid te worden tot minimaal 100 m. Wij zijn van mening dat een open strook van 200 m dient te worden aangehouden. Dit om het open karakter van de monumentale dijk te behouden en de daarbij behorende zichtlijnen te handhaven. Dat is ook een maat die door meerdere rijksinstellingen wordt aangehouden.
Nader toegelicht willen wij stellen dat binnen de vrijwaringzone uitsluitend bestaande bebouwing toelaatbaar is, de visuele waarde en openheid gehandhaafd moet blijven en er een samenhang dient te zijn tussen de onderlinge objecten. Daarnaast is het qua gebruik en beheer wenselijk een vrijwaringzone van 200 m aan te houden.
Bovendien is de buitendijkse vrijwaringzone van 175 m niet in het plan opgenomen. Dit dient alsnog plaats te vinden.
De Zuidpolderzeedijk is een onderdeel van de Stelling van Amsterdam. De Stelling van Amsterdam is met actieve medewerking van de Provincie aangewezen als Werelderfgoed, de Zuidpolderzeedijk is in het Ontwerp Streekplan op de kaart van de Stelling van Amsterdam een zogenaamde Hoofdverdedigingslijn.
Het is voor ons onbegrijpelijk dat juist deze omgeving bij een integrale afweging door de Provincie als uitleglocatie voor woningbouwontwikkeling wordt voorgesteld. Naar onze mening dient juist het Streekplan expliciet aantasting van dit grootschalige monument te voorkomen.
Ons bezwaar is dat bebouwing en andere bouwwerken binnen de vrijwaringzone ontoelaatbaar zijn. Bovendien dient de binnendijkse vrijwaringzone te worden uitgebreid en de buitendijkse in het plan te worden aangegeven.
3.5 Zorgcomplex met zorgwoningen aan de Keetzijde.
De hiervoor gereserveerde ruimte bedraagt ca. 30.000 m2. Gemiddeld zal hier kunnen worden gebouwd in 7 bouwlagen (blz. 22). Volgens de voorschriften kan de hoogte maximaal 30 m worden (blz. 12)
Wij hebben hiertegen ernstige bezwaren: Het nabij de Zuidpolder in de zeedijk gelegen monumentale sluizencomplex, het Fort Edam en de nabij gelegen historische buitenhaven (het Oorgat) zijn van groot cultuurhistorisch belang en dienen met het omliggende landschap beschermd te worden en ruimtelijk open te blijven.
Ook vanuit de Zeevang verstoort een dergelijk hoog gebouw het historisch silhouet van Edam.
Gebouwen van een dergelijke omvang en een zo grote hoogte zijn daar niet acceptabel. Bovendien dienen daar aan de buitenkant van de stad en in een uithoek geen voorzieningen voor ouderen te worden geprojecteerd. Het is in de huidige opvattingen niet meer aanvaardbaar ouderen sociaal te isoleren. Volgens de landelijke richtlijn zijn de criteria: dat de voorzieningen als winkel, postagentschap, bank en bushalte niet verder dan 500 m van de ouderenwoning verwijderd mogen zijn. Ook de medische dienst en de apotheek mogen daar niet te ver van verwijderd te zijn. Daaraan wordt bij lange na niet voldaan. Gezien het voornemen van het aan de Baandervesting gesitueerde grootschalige bedrijf om zich naar elders te verplaatsen komt herstructurering van die locatie aan de orde. Dat is een unieke mogelijkheid om aldaar een zorgcentrum met seniorenwoningen te plannen, die uiteraard in het stadsbeeld moeten passen.
Ons bezwaar is dat aan de Keetzijde een te hoog en omvangrijk zorgcomplex is gepland terwijl de bijbehorende voorzieningen in de directe omgeving ontbreken. Een dergelijk complex hoort daar niet thuis. De Keetzijde dient vrijgehouden te worden van bebouwing.
3.6 Baggerdepot/voormalige vuilnisbelt
Het doet hypocriet aan om dit gebied buiten het plan te laten, het sluit niet aan bij enig ander bestemmingsplan. Op het baggerdepot wordt sterk vervuild slib gestort. Dit baggerdepot bevindt zich boven de voormalige vuilnisstortplaats waar sinds mensenheugenis vuil op is gestort. Het doet naïef aan om dan een contour aan te geven op een afstand van ongeveer 30 m (zie blz. 10) en deze afstand te relateren aan de voorkeursafstand voor peur volgens de V.N.G. normen. Hier dient eerst een gedegen bodemonderzoek in en rond het slibdepot c.q. voormalige vuilnisbelt plaats te vinden om na te gaan of er bodem- en/of grondwaterverontreinigingen aanwezig zijn. Dit dient te gebeuren door een onafhankelijk deskundig bureau onder begeleiding van het hoogheemraadschap.
Ons bezwaar is dat het baggerdepot/vuilstortplaats buiten het conceptbestemmingsplan is gehouden en er geen deskundig onafhankelijk bodemonderzoek is gehouden.
3.7. Woontorens
In deelgebied IV zijn woontorens gepland als afronding van zogenaamde uitlopers in een waterrijke zetting. De hoogte van deze appartementsgebouwen mag maximaal 30 m bedragen. Deze grote hoogte veroorzaakt een sterke horizonvervuiling. Bovendien horen die torens zeker niet aan de rand van de bebouwing gesitueerd te worden.
Op blz. 22 wordt in het conceptbestemmingsplan gesteld dat op de verdieping van de Volendamse huizen met dwarskappen in het noordelijk overgangsgebied de bewoners op stahoogte een weids uitzicht hebben over de Noorder IJ en Zeedjik en het Markermeer. Daarentegen staat op blz. 25 (4.6) dat bij de monumentale Noorder IJ en Zeedijk de woningen op minimaal 75 meter vanaf de kant van weg staan Op deze wijze wordt geen afbreuk gedaan aan de herkenbare presentatie van Volendam vanaf het Markermeer en de herkenbaarheid en zichtbaarheid van de dijk gezien vanaf de landzijde. Men suggereert geen horizonvervuiling maar deze is er dus degelijk wel.
Ons bezwaar is dat de woontorens en de bebouwing tot 75 m vanaf de kant van de weg bij de monumentale Noorder IJ en Zeedijk te hoog zijn en een sterke horizonvervuiling veroorzaken.
3.8. Ontsluiting
De ontsluiting van de wijk vormt een groot probleem. De gemeente heeft verzuimd destijds de toegangsweg vanaf de doorgaande Dijkgraaf Poschlaan naar het Middengebied zodanig aan te leggen dat deze gemakkelijk kon worden doorverbonden met de Zuidpolder-Oost wijk. Nu worden in feite twee noodoplossingen ontworpen: een op de Dijkgraaf de Ruiterlaan en een op de Keetzijde (blz. 23). De laatste is daar totaal ongeschikt voor zowel de Keetzijde als de aansluitende Burgemeester Versteeghsingel zijn daar veel te smal voor kunnen het verkeer dus niet verwerken ( is nu een 30 km zone) en de bebouwing aan de Burg. Versteeghsingel laat intensief autoverkeer niet toe.
Ons bezwaar is dat de ontsluiting van de wijk grote verkeersproblemen zal opleveren.
3.9 Geuremissie
Op blz. 8 blijkt uit het geuronderzoek dat voor het grootste deel van het plangebied de vereiste 2,2 ge/m3 contour niet wordt gehaald. Voor een deel van het plangebied is de emissie zelfs 7,8 ge/m3. Het simpelweg stellen dat in mei 2004 de emissie moet worden teruggebracht toto 2,2 ge/m3 zonder aan te geven met welke maatregelen is een understatement.
Ons bezwaar is dat de geuremissie voor het grootste deel van het plangebied boven de norm ligt, terwijl de maatregelen om dit terug te brengen niet worden aangegeven.
Het conceptbestemmingsplan roept bij ons zeer veel vraagtekens op. Het lijkt in eerste instantie zorgvuldig samengesteld en goed onderbouwd te zijn maar al lezend en bestuderend blijkt dat het plan zeer veel mankementen vertoont en onvoldoende rekening houdt met cultuurhistorische, landschappelijke en natuurwaarden.
Bebouwing van de Zuidpolder heeft daarnaast grote nadelige gevolgen voor o.a. horizonvervuiling en verkeersafwikkeling.
Onze vereniging staat voor het behoud van Edam en haar omgeving. Een omgeving die ook de Zuidpolder omvat. Immers de grens tussen Edam en Volendam ligt vanaf Edam gezien al eeuwen bij het begin van de Volendammer Meer. Daarnaast maakt het sluizencomplex met de Zuidpolderzeedijk, het Oorgat, de Keetzijde en het aangrenzend veenweidegebied een belangrijk deel uit van de rijke historie van Edam. Met vele andere instanties zijn wij van mening dat met deze omgeving zeer zorgvuldig dient te worden omgegaan.
Onze vereniging is dan ook genoodzaakt vanuit haar doelstelling op diverse onderdelen bezwaar aan te tekenen tegen het conceptbestemmingsplan Zuidpolder-Oost. Wij vatten onze bezwaren als volgt samen:
-
De woningnood is niet zo hoog als voorgesteld en de noodzaak tot woningbouw in de gemeente Edam-Volendam is niet onafhankelijk en objectief aangetoond.
-
Aan de voorbereidingsprocedure van het conceptbestemmingsplan is nog niet voldaan en het is dan ook prematuur en nog niet aan de orde.
-
De bebouwing van de Zuidpolder verstoort ernstig het specifieke karakter van de Zeevang en de regio Waterland en er gaat te veel verloren op cultuur historisch gebied.
-
De bebouwing van de Zuidpolder is volstrekt strijdig is met de Provinciale Ecologische Hoofdstructuur.
-
Er heeft geen onafhankelijk onderzoek plaatsgevonden op het gebied van de Vogel- en Habitat richtlijn. Bebouwing is strijdig met de aanwezigheid van beschermde diersoorten.
-
Bebouwing en andere bouwwerken binnen de vrijwaringzone zijn ontoelaatbaar. De binnendijkse vrijwaringzone dient te worden uitgebreid en de buitendijkse dienen in het plan te worden aangegeven.
-
Aan de Keetzijde is een te hoog en omvangrijk zorgcomplex gepland terwijl de bijbehorende voorzieningen in de directe omgeving ontbreken. De Keetzijde dient vrijgehouden te worden van bebouwing.
-
Het baggerdepot resp. de vuilstortplaats is buiten het concept bestemmingsplan is gehouden en er is geen deskundig, onafhankelijk, bodemonderzoek gehouden.
-
De woontorens en de bebouwing tot 75 m vanaf de kant van de weg bij de monumentale Noorder IJ- en Zeedijk zijn te hoog en veroorzaken een sterke horizonvervuiling.
-
De ontsluiting van de nieuwe wijk zal grote verkeersproblemen opleveren.
-
De geuremissie ligt voor het grootste deel van het plangebied boven de norm, terwijl er geen maatregelen worden aangegeven om dit terug te brengen. Gaarne zijn wij bereid onze zienswijze nader toe te lichten tijdens een hoorzitting. Overigens zien wij uw reactie met belangstelling tegemoet.
Hoogachtend,
Vereniging Oud Edam
C.G. Veth, voorzitter
Cc: Fractie voorzitters politieke partijen