Heb ik me vergist?
Heb ik me vergist?
Vorige week nam ik afscheid van u met het voornemen om het weer eens over iets anders te hebben dan over politiek. Maar de stukken in de NIVO van de vorige week hebben me aan het denken gezet. Ik dacht dat het met Pius X over en uit was. Maar ik heb me vergist. Ik dacht dat ik de bevolking van Volendam wel een beetje kende. Ook daarin heb ik me vergist. Het is niet over en uit. De bevolking legt zich er niet zo maar bij neer. Integendeel, als ik het goed schat, begint het spel nu pas goed. Zichtbaar lijkt onder de bevolking een houding van verzet te groeien. We laten ons die negenduizend handtekeningen niet afnemen. Pius X heeft een slechte keuze gemaakt. We laten niet met ons rotzooien. De gemeente is van ons en niet van de politiek. We zitten niet om winkels verlegen, we willen Pius X waar het hoort. Ook de winkeliers schijnen aan de gemeente te hebben laten weten geen behoefte te hebben aan nieuwe winkels. Nu niet en op langere termijn ook niet. Ook Evert Karregat (voorzitter CBW) laat in zijn karige antwoorden doorschemeren dat hij de Zeestraat nog niet helemaal heeft opgegeven. En dat is hem geraden ook.
Tom Plat, en zo zullen er meer zijn, is het nog niet met ons eens. In de Nivo van vorige week zegt hij het CDA mateloos te bewonderen. Maar zijn platonische liefde voor het CDA (platonisch, want hij stemt er niet op) belemmert, vrees ik, zijn denkvermogen. Zo beweert hij dat Pius X misbruik maakt van overheidsgeld door met belastinggeld een bar te runnen. Vraag eens een jaarrekening op van CBW, zou ik tegen hem willen zeggen. Als je daarna je mening met feiten kan staven, mag je net zo’n grote advertentie zetten als ik heb gedaan. En ik ben ook bereid om als sponsor daarvoor op te treden, als blijkt dat ik mijn ongelijk moet bekennen. Als strafwerk voor zijn loze beweringen zou ik hem willen verplichten om de pagina van Pius X in deze krant tien weken lang van A tot Z te lezen. De handtekeningenactie deugt ook al niet, wat hem betreft. Als feit voert hij aan dat bij het ophalen van handtekeningen doodleuk gezegd werd dat het ging om het voortbestaan van Pius X. Ik sluit niet uit dat zoiets wel eens gezegd kan zijn, of, zo begrepen. Maar gezien alle publiciteit rondom de handtekeningenactie, kan Tom toch moeilijk beweren dat er meer dan tien Volendammers te vinden zijn die je toen nog wijs kon maken dat het om het voortbestaan van Pius X ging. Je kunt de handtekeningenactie op technische gronden bekritiseren. Daaruit concluderen dat het totale resultaat niet representatief zou zijn, is een wensdroom van degenen die met het resultaat in hun maag zitten.
Toch heeft Tom mijn sympathie. Hij komt op voor de verdrukten, voor de mensen die aangevallen worden. Wat dat betreft hebben we veel gemeen. Maar ook hier maakt hij een denkfout. Het CDA wordt terecht aangevallen. Ook door mij. En al kun je van mening verschillen over de woorden die gebruikt worden, ik val het CDA niet aan omdat ik ‘s morgens altijd met het verkeerde been uit bed stap en dat op hen botvier. Ik beweer niet zo maar wat als ik het CDA en zijn fractieleider kritiseer. Voor mij is de Pius X zaak een symptoom van de hooghartige bestuurscultuur waarmee het CDA het politieke landschap domineert. Mijn interesse was gewekt vanaf het moment dat Nouwen begon met zijn doorzichtige smoezen.
Het landelijke CDA schreef ooit (3 september 2001), samen met een aantal andere partijen, een notitie over duaal bestuur. Daarin vragen ze van politieke partijen op lokaal niveau, en ik citeer:
- opvattingen en voorkeuren van burgers op herkenbare manier kunnen vertalen in politieke standpunten en programma’s;
- een goed oor hebben voor maatschappelijke discussies en die ook weten te agenderen in de gemeenteraad;
- andersom, maatschappelijke discussies over (actuele) kwesties kunnen en willen beginnen en daar zelf ook een rol in spelen;
- een herkenbare en stimulerende rol spelen in interactieve beleidsprocessen;
- steun en draagvlak kunnen verwerven voor afwegingen die in de gemeenteraad zijn gemaakt;
- vanuit een heldere en onderscheidende politieke visie een bijdrage kunnen leveren aan de kaderstellende taak van de gemeenteraad en aan de controle van het gemeentelijke beleid.
Als ik deze zes punten als kader neem voor de beoordeling van het optreden van het CDA, krijgen ze van mij voor elk punt afzonderlijk een vette onvoldoende. De fractieleden van het CDA voelen niks voor de rol van dorpspastoor. In hun eigen ogen zijn ze de kardinalen van het dorp. Ze zijn bezig een nieuw “Groot-Volendam’ voor ons te bouwen, zonder ons te vragen of we daar wel willen wonen. Maar we moeten er wel met geld en ongemak voor betalen.
Ze zijn te weinig volksvertegenwoordiger en teveel bestuur. Dat is precies het omgekeerde van wat het duale stelsel van ze vraagt. Die houding geeft het college en henzelf veel te veel ruimte. En niet voor niets richt ik pijlen op de politieke leider van het CDA. De fractieleider is verantwoordelijk voor het feit dat het op eigen gelijk gerichte en naar binnen gekeerde CDA er niet in slaagt om in gesprek te blijven met de kiezer. Het wordt tijd dat ze daar een antwoord op vinden. Nederigheid zou ze sieren.