Brandweerman uit Zweden: 'Geen slachtoffer voor het leven'
'Geen slachtoffer voor het leven' - Zweedse oud-brandweerman vertelt over ervaringen na ongeval
In CRN/'t Anker werden vorige week in twee dagen tijd vier lezingen gegevendoor de Zweed Lars Gustavson. Hij was in 1981 als pas in de praktijk begonnen brandweerman betrokken bij een explosie, verloor zijn collega en raakte zelf ernstig vérwond aan zijn gezicht. Hij vertelde vorige week aan een aantal jongeren, ouders, hulpverleners, brandweermannen en politieagenten zijn levenservaringen. Een van de aanwezige politie agenten heeft sinds de rampnacht in Volendam niet meer kunnen functioneren in die hoedanigheid en kreeg van Gustavson een hart onder de riem. De Zweed, 47 inmiddels, was pas een week 'bij de brandweer' toen hij in Göteborg met zijn maat, die hij nauwelijks kende, op de plaats afging waar brand zou zijn. Door een communicatiestoornis kregen zij niet de boodschap door die collega's wel doorkregen en daardoor op afstand bleven. Lars en zijn maat reden door, werden ook niet tegen gehouden door politie officieren en kwamen vervolgens in de vuurzee terecht. Omdat het om het explosie gevoelige propaan én butaan ging, de motor van de brandweerauto was uitgevallen en Lars maat die weer probeerde te starten, vatte ook de wagen vlam door de combinatie van stoffen. Beide brandweermannen renden uit de auto en zochten op gevoel een uitweg.
„Ik ben er onder meer beter dan hem van af gekomen omdat ik als nieuweling me strikt aan de kledingvoorschriften had gehouden", vertelde Lars. „Maar toen ik destijds ontwaakte in het ziekenhuis, zat ik in mijn gedachten nog in de brandweerauto. 95% bestond uit een film en voor slechts 5% kon ik er van buitenaf tegenaan kijken. En zei ik tegen mezelf dat het om een herinnering ging. En is het erg om dingen te herinneren? Nee, dat kan goed zijn. Maar ze kunnen je een angstig gevoel geven en die gedachten mengde ik dan wel eens. Maar later werd het steeds natuurlijker dat ik de film kon laten afspelen, waardoor ik er over kon praten." „Ik wilde er aanvankelijk helemaal niet over praten. Terwijl m'n omgeving, de media etcetera juist iets uit mijn mond wilde horen. Pas later wilde ik erover praten en dan is het aantal in jouw verhaal geïnteresseerde mensen juist afgenomen."
„Elke dag had ik bezoek en het fijne was dat op de dagen dat er geen familie of vrienden kwamen, m'n collega's van de brandweer op bezoek kwamen. 500 collega's had ik bij de brandweer van Góteborg, maar ik kende er nog niet één." Na twee jaar keerde Gustavson bij de brandweer terug. „In het ziekenhuis nam ik me voor in de bossen van Noord-Zweden te gaan lopen. Een week met een rugzak door de wildernis. Ik moest trainen en zo werd het een betekenisvol jaar, want ik had een doel, ik leefde daar naar toe. Dat betekende dat ik mijn beperkingen moest leren kennen en overwinnen. Zoals m'n handen (Gustavson heeft nog één halve duim over van twee handen, red.)." „Uiteindelijk wist ik die wildernis in een week te doorkruisen en toen ik terugkwam, keek men heel anders tegen me aan. Ik kon voor mezelf zorgen. Ik werd gebeld door een brandweer officier. Hij had gehoord van mijn tocht en bood me weer een functie aan bij de brandweer. Dat kon ook, omdat ze me niet meer zagen als een slachtoffer. Ik ben wel slachtoffer geworden van dat ongeval, maar geen slachtoffer voor het leven. Ik had juist een leven voor me."
Lars had aanvankelijk een kortstondige relatie met een verpleegster uit ‘zijn ziekenhuis (zij was ook verliefd op mij en dat was goed voor mijn herstel) en zou later zijn huidige vrouw tegenkomen, met wie hij inmiddels drie kinderen heeft. „Aanvankelijk was ik, eenmaal uit het ziekenhuis, angstig voor hoe ze op straat op mij zouden reageren en hoe ik daar weer op zou reageren. In het ziekenhuis had ik een vriendelijke omgeving; die moest ik plots verlaten. Ik zag dat de mensen wat schimmig deden, zag dat ze keken of voelde dat ze achter me rug om me aanstaarden. Dat frustreerde me, maakte me kwaad. Ik voelde me toen niet vrij, zoals ik me later na die toch juist wel een vrij man zou voelen."
„Ik vroeg me af hoe ik zou reageren als ik zo'n persoon zou tegenkomen, met zo'n gezicht. En moest eerlijk bekennen, dat ik ook zo zou reageren. Dat ik op zou kijken. Maar ik kon de mensen niet zomaar laten stoppen met naar me te kijken en iedereen daarover aanspreken. Dus moest ik in mijn houding veranderen, want de wereld kan ik niet veranderen. Maar gaandeweg verandert de wereld om je heen ook beetje bij beetje, omdat je jouw houding veranderd hebt." Uiteindelijk veranderde Lars van vak nadat hij twee jaar had gestudeerd en geeft hij sinds een aantal jaar motivatietrainingen en speeches voor managers van bedrijven als Nokia en Volvo. “Soms is het vermoeiend om over het gebeurde te praten, maar het hoort bij mijn leven en ik heb ook wel het gevoel dat het mijn lot is om vanuit dat oogpunt andere mensen te helpen en te motiveren”, besloot de Zweed.