Gesprek met Popi
Gesprek met Popi
“Praten met bomen”, heette het boekje. Uit nieuwsgierigheid heb ik het een tijdje geleden aangeschaft. Pas geleden ben ik het gaan lezen. Het is verwonderlijk wat je allemaal uit boekjes kunt leren. De schrijver beschreef in tien stappen hoe ik het praten met bomen kon leren. Omdat ik van aanleg nogal knuffelig ben, had ik het idee dat het me in de praktijk ook wel zou gaan lukken.
Het boekje waarschuwt voor beginnersfouten. Als je pas begint, moet je niet verwachten dat zo maar iedere boom met je wil praten. Je moet beginnen met een boom waar je iets mee hebt. De dikste boom in het Populierenparkje leek me wel zo’n boom. Daarmee was het eerste probleem opgelost. Het tweede probleem was van andere aard. Ik ga natuurlijk niet op een plek waar iedereen dat kan zien een boom staan knuffelen. Dus heb ik bij daglicht, vanuit de geparkeerde auto, goed bestudeerd hoe en wanneer ik zonder op te vallen mijn eerste gesprek zou kunnen beginnen. Vorige week, ’s avonds om een uur of negen heeft het eerste gesprek plaatsgevonden. Ik sloeg mijn armen om de boom, maakte mezelf bekend en vertelde de boom dat ik hem graag eens wilde spreken. Het antwoord kwam traag en was zeer verrassend. Laat die boom er nou net naar hebben uitgezien om eens met mij te praten. Dat kwam dus even goed uit. Voor het gemak zal ik die boom maar Popi noemen.
‘Weet u wat er allemaal te doen is om dit parkje’, was mijn eerste vraag. Bomen, zo heb ik uit het boekje geleerd, moet je met u aanspreken. Ze beschouwen zich evolutionair als veel ouder dan de mens. Daarom verwachten ze respect. ‘Natuurlijk weet ik dat, antwoordde Popi op mijn vraag, ‘krantenpapier is van hout gemaakt. Het kost ons daarom geen enkele moeite om te volgen wat er in de krant staat. Aan een mens is dat niet uit te leggen, maar ga er maar van uit dat we weten wat we moeten weten.’
‘Wat vinden jullie er van?’, was mijn volgende vraag. ‘Het doet ons verdriet’, zei Popi, ‘maar we zijn er aan gewend. Duizenden jaren hebben we de mens geholpen. We boden hem schaduw, een vluchtplaats en een landschap. We gaven hem materiaal voor zijn woning, zijn boot en zijn gereedschap en wat krijgen we er voor terug? Mensen zeggen dat ze van bomen houden. Maar als we ook maar even hun plannen in de weg staan, worden we geruimd. Er is geen respect meer. Zelfs mensen waar we op rekenden, zoals die van Groen Links, laten het afweten. Zonder ook maar een seconde strijd voor ons te leveren, laten ze degenen tegen wie ze ons zouden moeten beschermen, hun gang gaan.’
‘U zult ook wel teleurgesteld zijn in het CDA’, vroeg ik vervolgens vol medegevoel. ‘Als u ze al zo lang kende als wij bomen ze kennen, zou u dat niet vragen’, antwoordde Popi een beetje grimmig. ‘Op papier scheppen ze altijd op over hun rentmeesterschap. Het lukt ze nog steeds om mensen daarmee zand in de ogen te strooien. Maar hun verantwoordelijkheid voor onze gezamenlijke leefomgeving houdt altijd op wanneer ze de kassa horen rinkelen. En het is ook zo merkwaardig dat wat ze “algemeen belang” noemen, altijd precies in het belang is van een beperkt aantal mensen die er van profiteren. Het CDA is goed in het ophouden van de schijn, maar in feite is het een van onze grootste vijanden’.
‘Wat is er dan fout gegaan bij het CDA?’, vroeg ik me ondertussen peinzend af. Maar Popi heeft geen woorden nodig om een vraag te begrijpen. ‘Wie met macht bekleed is’, resoneerde de energie van Popi in mij, ‘draagt een grote verantwoordelijkheid. Die doet er wijs aan omzichtig met die macht om te springen. Die verantwoordelijkheid zijn ze bij het CDA echter allang vergeten. Wie te lang in een machtspositie zit, wordt een arrogante heerser. Die legt zijn wil op aan degenen die hem die macht hebben gegeven. Wie geen respect heeft voor bomen, heeft dat ook niet voor mensen. Bomen weten dat al zo lang. Waarom begrijpen mensen dat niet?’ ‘Ik begrijp u’, zei ik met respect. ‘Maar daar aan Edammerweg staat iemand door de gordijnen naar me te gluren. Ik begin me ongemakkelijk te voelen. Het is tijd om weer eens op te stappen. Wat was het eigenlijk waar u mij over wilde spreken?’
Ik kreeg dit antwoord door: ‘Peter, wil je de fractieleden van het CDA laten weten dat wij bomen in het parkje ze van harte, maar dringend, uitnodigen om ons eens, na een fractievergadering, stevig te omhelzen. We zullen ze dan doordringen met onze energie en wijsheid. We zullen ze laten zien dat, wanneer ze uit gaan van natuurlijke en organische groei, ze over een aantal jaren niet hoeven toe te geven dat er weer een historische blunder is toegevoegd aan het rijtje van betreurenswaardige besluiten.’ Dus bij deze, jullie zijn uitgenodigd.