Bestuurskundige benadering schiet tekort
Bestuurskundige benadering schiet tekort
Cees van Beek is hoofd van de afdeling openbare orde en veiligheid en tevens brandweercommandant in de gemeente Zwartewaterland. Vorig jaar had VNG-magazine hem al een keer in de kolommen. Bij het afstuderen als commandeur signaleerde Van Beek dat de centralisatiegedachte achter een versterkte regionale brandweer 'niet stoelt op een deugdelijke analyse van de rampen van de afgelopen tien jaar'. Regionalisering, aldus Van Beek een jaar geleden, is wel nodig voor de repressieve rampenbestrijding, want 'dat is een aparte tak van sport'. Maar veiligheidsbeleid is honderd procent een lokale zaak. Daarom moet de brandweer in de gemeentelijke organisatie worden ingebed; vond hij. Van Beek is daar trouwens zélf het bewijs van: de beroepscommandant van deze Overijsselse gemeente huist op het stadhuis en niet in de kazerne. Volgens Van Beek is de actuele discussie over de positie van de brandweer vooral gebaseerd op wensdromen. Daarbij steekt het hem dat het zo'n bestuurskundig vraagstuk is geworden: 'Het kenmerk van bestuurskundigen is dat ze wollige termen zoals bestuurlijke inbedding bezigen, maar het ontbreekt hen aan technische vaardigheden. De eerste vraag die de minister zich zou moeten stellen is: wordt het voor de burger en het bedrijfsleven door regionalisering écht veiliger? Die vraag zie je in alle bijdragen voor de politieke besluitvorming nergens terug. Niet in de vraagstelling en niet in de antwoorden tot dusver. Daarentegen is wel een oplossing inde maak voor vragen die niet bestaan.'
Bureaucratie
De brandweer, doceert Van Beek, heeft tot taak Nederland veilig te maken, zowel aan de 'rode kant' als in de sfeer van vergunningen, planvorming en evenementen, zeg maar de groene kant van de brandweer. Bij een regionalisering à la de politie zal volgens hem in de eerste plaats een geweldige bureaucratie ontstaan. De sleutel tot een veiliger samenleving ligt, aldus Van Beek, in ambtelijke integraliteit - en die is bij uitstek lokaal bepaald: 'Natuurlijk moet je bij operationele opschaling iets bij je buren lenen, maar je moet niet je lokale veiligheidswerk-wegsaneren. Daarmee genereer je, zoals we bij de politie hebben gezien, juist nieuwe problemen.' Van Beek vindt de politie en de brandweer sowieso twee onvergelijkbare grootheden: 'De sociale veiligheid, waarde politie voor gaat, is gericht op processen die per definitie over grenzen heen gaan. Pen Amsterdammer gaat in Groningen stelen en je hebt overal met (inter)nationale netwerken van illegale wietteelt te maken. Maar de fysieke veiligheid is vrijwel altijd lokaal. In geval van een ramp zal er; hooguit een wolk naar een andere gemeente drijven.'
In de discussie over de organisatie van de rampenbestrijding dreigt de lokale fysieke veiligheidszorg te - worden meegezogen, signaleert Van Beek. Hij zou dan eerder opteren voor een nationale organisatie voor de rampenbestrijding: 'Per slot van rekening tuig je in -
elke gemeente en hele organisatie op die statistisch - één keer in de vijfhonderd jaar echt aan de bak moet. Dat kan ook perfect georganiseerd worden met drie hoogprofessionele teams die je over het land verspreidt. Daarmee kun je gemeenten zelfs ontlasten en kosten besparen. Dan heb je het organisatievraagstuk - opgelost. Maar dat alles heeft niks met lokale veiligheidszorg te maken. Rampenbestrijding is van nature beperkt, omdat het gelukkig niet vaak hoeft te worden aangesproken. Veiligheid is veel breder: het staaft voorletsel en schade voorkomen.'
Die twee taken zijn, aldus Van Beek, de laatste jaren onder druk van de omstandigheden zo met elkaar verkleefd geraakt, dat er een enorme vervuiling in beide oorspronkelijke doelen is opgetreden. Op grond van eigen onderzoek juicht Van Beek wel toe dat de minister de brandweer het recht geeft om vergaand te adviseren in bouw-, en milieuvergunningen, ruimtelijkeordeningsprocessen en evenementen. Van Beek: 'Ik voorspel u: als elke vergunning een brand- - weer- of veiligheidsparaaf krijgt, is Nederland binnen vijf jaar veilig.'