Naar de inhoud

'Blijf van onze brandweer af'

Bron: VNG Magazine

'Blijf van onze brandweer af'
In kringen van burgemeesters groeit de onrust over plannen van het kabinet om ingrijpende veranderingen aan te brengen in de positie van de gemeentelijke brandweer. De burgemeesters voelen niets voor een model waarbij de gemeentelijke brandweer, net als de politie, in 25 regionale korpsen wordt ondergebracht en zowel de beroepsbrandweer als de vrijwilligers in regionale dienst komen. Nadat de politie lokaal al steeds meer op afstand is gekomen, zien veel burgemeesters een gelijksoortig plan voor de brandweer eenvoudig gezegd niet zitten. Zeker als dat van bovenaf wordt opgelegd, terwijl van onderaf de laatste jaren al zoveel samenwerking is gezocht - en gevonden. Een uniform model waarbij het beheer in de regio komt te liggen, staat voor veel bestuurders op gelijke voet met opheffing van de gemeentelijke brandweer. 'Ga eerst maar eens kijken in de werkelijkheid', zegt menig burgemeester, verbaasd over de Haagse strapatsen, omdat het overgrote deel van het werk van de brandweer nog steeds zuiver lokaal is. De kortste samenvatting van hun kritiek: 'Ik zie werkelijk niet welk probleem hiermee wordt opgelost.'

Alternatief
De VNG kan niet ingaan op de details van het voorlopige kabinetsstandpunt, waarover ze door minister Remkes is geraadpleegd, maar in een recente ledenbrief wijst ze een van bovenaf opgelegd regiomodel af. Dat geldt ook voor de voorgestelde opheffing van de gemeentelijke brandweer. De VNG heeft steeds geopteerd voor een alternatief, genoemd in een advies over de organisatie van de rampenbestrijding door de Commissie-Brouwer, de burgemeester van Utrecht. Daarin wordt uitgegaan van een bestuurlijk eindmodel dat van onderop totstandkomt, met daarin de nodige ruimte voor variatie. Een paar maanden geleden hebben de gemeenten de Eerste Kamer verzocht de behandeling van de Wet kwaliteitsbevordering rampenbestrijding op te schorten totdat minister Remkes van BZK zijn standpunt over de zogeheten bestuurlijke inbedding van de veiligheidsregio's bekend heeft gemaakt. Dat laatste betreft het langverwachte kabinetsstandpunt over een advies dat de Raad voor het openbaar bestuur (ROB) een jaar geleden uitbracht. Volgens deze raad is de politie in een aantal opzichten te sterk regionaal georiënteerd, maar is bij de rampenbestrijding juist sprake van een te lokale gerichtheid van de brandweer. Daarom zou de brandweer meer regionaal en de politie meer lokaal georganiseerd moeten worden: schaalverkleining en schaalvergroting dus. Het kabinet gaf eerder te kennen dat het het beleid voor territoriaal congruente gebiedsindeling in veiligheidsregio's wil doortrekken en verder uitbouwen tot 'bestuurlijke congruentie'.

Bestelwijziging
De VNG deelt de aandacht voor doortastend en efficiënt bestuur op het gebied van de veiligheid, maar is tegen een veiligheidsregio analoog aan de politieregio. 'Dat vergt een bestelwijziging die vooral tijd, energie en geld kost. Bovendien komt de rampenbestrijding dan verder van de gemeenten te staan, waardoor de betrokkenheid van bestuur en gemeenteraad afneemt', aldus de VNG in een recent commentaar op de Wet kwaliteits-bevordering rampenbestrijding, waar nu in bestuurlijke zin op wordt voortgeborduurd. Wie zijn oor te luisteren legt in de wereld van de rampenbestrijding, zal niet ontgaan dat sommige bestuurskundigen eigenlijk vinden dat de brandweer het speeltje van de burgemeester is. Hun visie laat zich ook raden: elke discussie over de positie van de brandweer is een competentiekwestie en daarom zit de burgemeester er bovenop. Vanuit lokale verantwoordelijkheid wordt daar anders tegenaan gekeken. Zoals in veel gemeenten ook anders wordt gedacht over de door Den Haag ingezette discussie over het onderwerp 'bestuurlijke inbedding'. We spraken met een aantal burgemeesters over wat zij spontaan 'het belang van het lokale' noemen. En over de link met de rampenbestrijding, want daar is na het beruchte rapport van de Algemene Rekenkamer de hele besteldiscussie uiteindelijk om begonnen.

Heiloze weg
Bij het slaan van de eerste paal voor de nieuwe brandweerkazerne, twee weken geleden, waagde burgemeester J. Oosterhof (VVD) van Kampen het de ministeriële voorstellen een heilloze weg te noemen: 'Volgens mij is de minister echt aan de verkeerde kant begonnen. Negenennegentig procent van het brandweerwerk is lokaal uitvoerend werk. Dan moet je dat ook op dat niveau aansturen. Natuurlijk behoren we er daarnaast met elkaar voor te zorgen dat de kans op een ramp zo klein mogelijk is. Dat moet je alleen niet doen door in een hele grote rampenbestrijdingorganisatie te investeren, maar door controle en handhaving. Als dat in Enschede en Volendam was gebeurd, was het daar heel anders gelopen.' Voor het moment dat zich in zijn gemeente een calamiteit voordoet die groter wordt van omvang, zet Oosterhof liever in op een kleine, flexibele organisatie die in korte tijd van verschillende kanten bijstand kan organiseren: 'Dat is een regionale taak. Maar daar zijn tussen gemeenten in regionaal verband hele goede afspraken over te maken.' Oosterhof zou het zowel naar zijn ambtenaren als naar de door vrijwilligers gerunde brandweer toe buitengewoon betreuren als de zorg voor de veiligheid van de Kampenaren voortaan vanuit Zwolle zou worden geregeld: 'Dan kleed je je kleine beroepsstaf verder uit, terwijl we, ook met het oog op de vergunningen, de brandweer steeds meer willen inbedden in de gemeentelijke organisatie. Bovendien zal de binding van vrijwillige brandweerlieden met de eigen gemeente minder worden als de leiding elders uit de regio komt.' Conclusie van burgemeester Oosterhof: 'Ik zou de minister willen aanraden: ga nou eerst eens kijken in de werkelijkheid. Dan zie je wat verloren gaat. Want wat is er nou lokaler dan de veiligheidszorg voor de burgers?'

Clusters
Burgemeester J.A. Gerritsen (D66) uit Zutphen is voorzitter van de regio stedendriehoek, waarvan de brandweertaak opgaat in de veiligheidsregio Noorden Oost-Gelderland. De regio stedendriehoek, benadrukt Gerritsen, was - ook in overleg met minister Remkes - al een heel eind gevorderd met samenwerking in clusters en steunpunten. 'Maar wij zijn dat proces ingegaan op basis van operationele uitgangspunten en niet op basis van bestuurlijke grenzen', zegt Gerritsen. In dat opzicht doet de visie van de minister de regio onvoldoende recht, vindt hij: 'De minister komt met een sterk centralistische oplossing. Daarmee gaat hij voorbij aan belangrijke waarden die met de operationaliteit van de brandweer te maken hebben.' Gerritsen sluit in dat verband aan bij de redering van zijn collega Oosterhof in Kampen door op te merken dat de minister, in zijn gerichtheid op de organisatie van de rampenbestrijding, te weinig oog heeft voor het feit dat meer dan negentig procent van de taken van de brandweer bestaat uit 'dagelijkse klussen' als lokale preventie en het in actie komen bij brand en ongevallen. 'Daarvoor is de schaal van de politieregio echt te groot', zegt Gerritsen. 'En natuurlijk', haast hij zich eraan toe te voegen, 'moetje als regio de goede schaal bieden voor wanneer zich wel een ramp voordoet. Maar de beste manier daarvoor is te proberen rampen te voorkomen. Dat doe je door de brandweer operationeel goed neer te zetten en niet door je hele organisatie af te stemmen op een ramp die zich meestentijds niet zal voordoen.'

Hoe je dat vormgeeft? Gerritsen: 'Daar kies je uitgangspunten voor en dan zie je automatisch dat er rond centrumgemeenten een clustering ontstaat van gemeenten die dingen samendoen.' Maar om nu ook de vrijwilligers onder contract van de veiligheidsregio te zetten... 'Niet doen', vindt Gerritsen. 'je moet de lokale korpsen gewoon laten bestaan. Vrijwilligers hebben identificatie met de lokale gemeenschap nodig. De basisbrandweerzorg hoort zo in elkaar te zitten dat de brandweer bij een melding op tijd ter plekke is en dat binnen de gestelde termijn ook de nodige opschaling kan plaatsvinden. Daarvoor heb je binnen de veiligheidsregio steunpunten nodig.' Het hele verhaal draait volgens Gerritsen niet om de bestuurlijke schaal, maar om operationele uitgangspunten: een gemeenschappelijke commandant, het beheer van materieel voor bovenlokale inzet en bijvoorbeeld de deskundigheid op gebied van preventie.

Die lijn volgend mag de minister best voorwaarden stellen voor adequate rampenbestrijding, vindt de burgemeester van Zutphen, zolang hij operationele taken als preventie, proactie en hulpverlening bij brand en ongevallen maar lokaal en regionaal houdt. Voormalig Kamerlid Ank Bijleveld (CDA) is tegenwoordig burgemeester van Hof van Twente en voorzitter van de bestuurscommissie van burgemeesters die zich regionaal intensief met de veiligheid en rampenbestrijding bezighoudt. Zij zegt: 'Vanuit Twente gezien hebben wij geen enkel bezwaar tegen samenwerking, want dat doen we al: we vormen één veiligheidsgebied. Maar we zijn wel tegen de mogelijke totale regionalisering van alle brandweerpersoneel. Ik zie niet welk probleem daarmee wordt opgelost. Het is een bestelwijziging. Echt zonde om daar energie in te steken.'

Net als de voorgaande burgemeesters spreekt Bijleveld spontaan als vrees uit, dat de kabinetsplannen 'een beetje voorbij gaan aan de andere lokale taken die de brandweer heeft, namelijk op het vlak van de preventie en in de verordenende sfeer. Er is op gemeentehuizen zoveel contact tussen de brandweer en afdelingen als bouwen en wonen of milieu. Dat zijn essentiële contacten op dit terrein. Maar die kant lijkt zwaar onderbelicht te blijven.' De voorzitter van het veiligheidsberaad in Twente wil de komende tijd wel kijken naar de positie van de regionale brandweercommandant in zijn relatie tot de lokale commandanten: 'Die kan nog wat helderder.' Voor het overige is het echt 'goed genoeg zo', meent Bijleveld.

Dreun van Enschede
Burgemeester ir. J.J. van Overbeeke (CDA) van de gemeente Hellendoorn spreekt zijn collega Bijleveld na door te zeggen dat de regio precies heeft georganiseerd wat de minister wilde: 'We hebben een sterke organisatie opgebouwd, niet meer gebaseerd op gemeentegrenzen maar op wat je bij het bestrijden van rampen operationeel nodig hebt. Daarvoor hebben we een geweldige slag gemaakt met een sterke regionale brandweer, met operationale prestaties die scherp in beeld zijn gebracht, met tal van kwalitatieve en kwantitatieve afspraken, met één bestuurscommissie, een gemeenschappelijke agenda en de Gemeenschappelijke Hulpverlening bij Ongevallen en Rampen (GHOR) en de brandweer verzameld als hulpverleningdienst, en dat allemaal gericht op het bestrijden van rampen.

'Met de dreun van Enschede vlakbij is het bestuurlijk en operationeel een vanzelfsprekend proces geworden. Een voorbeeld voor het merendeel van de regio's. Wij zijn in staat om in voorkomende gevallen regionaal voldoende slagkracht te ontwikkelen. Voor wie het nog niet weet: de brandweer in dit geheel bestaat uit mensen die vooral goed zijn in het blussen van branden en andere veelvoorkomende zaken op lokale schaal. In een tijd van individualisering wordt het al moeilijker om vrijwilligers te krijgen voor de regionale brandweer. Het succes wordt bepaald door nabijheid en regionale betrokkenheid. Dan vraag je je af waar Den Haag de wijsheid vandaan haalt om te denken dat het beheer over al die vrijwillige brandweerlieden in regionale handen moet. Ik vind dat onvoorstelbaar dom, ondoordacht, onnodig en onzinnig. De brandweer heeft alles met lokale binding te maken. Niemand wordt er wijzer van door hen in een regionaal beheerscircuit onder te brengen, terwijl ze blijven wonen waar ze wonen.'
Conclusie van burgemeester Van Overbeeke: 'Blijf met je poten van onze brandweer af. Want we lopen in de regio niet achter, maar hebben, juist door de dreun van Enschede, een grote voorsprong opgebouwd.'

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.