Gesprek met Popi (2)

Gesprek met Popi (2)
Het is woensdag. Ik ben net met de NIVO bezig en lees dat de Burgemeester op bezoek is geweest bij bewoners langs het Populierenpark. Juist op dat moment zie ik vanuit mijn ooghoeken twee heren ons tuinpad oplopen. Ik herken ze als prominente vertegenwoordigers van twee oppositiepartijen. Verrast loop ik naar de deur en laat ze binnen. ‘Heren’ ,begon ik, ‘wat een verrassing. Wat brengt u hier?’. De oudste stak meteen van wal. ‘Louter, ik dacht dat we samen optrokken, maar wat maak je ons nou?’ ‘Dat samen optrekken, zou ik iets anders willen formuleren, maar we hebben wel wat vragen’, stelde de jongste.
‘Luister eens, interpelleerde ik, ‘van samen optrekken is geen sprake. We wandelen op dit ogenblik kennelijk langs dezelfde weg. Maar dat maakt van ons nog geen groep. Het verdere deel van de route kan voor ieder van ons verschillend zijn, afhankelijk van ieders doel.’ Tevreden over mijn antwoord, keek ik ze vragend aan in de verwachting dat ze het zouden bevestigen.
De oudste nam het woord weer. ‘Luister Louter, daar gaat het eigenlijk ook helemaal niet om. Maar we vinden dat je het CDA bevoordeelt.’ De vragende blik in mijn ogen beschouwde hij kennelijk als een aanmoediging om verder te gaan. ‘Ja, je bevoordeelt ze. Je geeft ze meer mogelijkheden dan wij hebben.’ Nog steeds keek ik hem vragend aan, want ik begreep echt niet waar hij het over had. Zijn volgende zin bracht echter duidelijkheid. ‘Ja, we lazen net je stukje en we zijn natuurlijk niet zo dom om te begrijpen dat jij het CDA toegang geeft tot spirituele krachten. Die jongens zijn zo radeloos, dat ze gek genoeg zijn om naar het Populierenpark te gaan om bomen te omhelzen. En als ze dat doen, zijn wij in het nadeel.’
Nu was ik echt verbluft. ‘Begrijp ik nu goed dat jullie jaloers zijn op het CDA? Bijna iedereen in het dorp is kwaad op ze. In mijn stukjes wijs ik ze op hun fouten en brand ik ze af. Ze zijn nergens meer. En nu ik ze de weg heb gewezen naar een waardig herstel van hun positie, beginnen jullie te protesteren?’
‘Afbranden, dat is niks nieuws voor mij’, hervatte de oudste zijn betoog. ‘Ik en mijn partij worden al jaren afgebrand. Als het CDA iets fout doet, noemen ze dat rationeel beleid in het algemeen belang. Als wij iets fout doen, en natuurlijk maken wij ook wel eens fouten, wordt meteen het derde klaphek er bij gehaald. Trouwens als we iets goed gedaan hebben, wordt dat ook in een kwaad daglicht gesteld.’ Ik wilde een vraag stellen, maar de oudste ging onverstoorbaar verder. ‘Daarom, Louter, als het CDA gaat, willen wij ook!’ Ik kreeg nu de kans om de jongste een vraag te stellen. ‘Geldt dat voor jullie ook’, vroeg ik, ‘ik bedoel, worden jullie ook in een kwaad daglicht gesteld?’ De jongste nam even de tijd om over de vraag na te denken. ‘Natuurlijk hebben wij een andere geschiedenis dan de partij van mijn collega. Maar het is waar, ook over ons zie je steeds vaker denigrerende opmerkingen. We worden kennelijk een serieuze bedreiging voor het CDA. Maar als het CDA zich spiritueel laat bij staan, willen wij ook nieuwe inspiratie opdoen.’
‘Ik weet het niet zeker, zei ik nadenkend. ‘Misschien is het CDA daar al langs geweest. Ik heb gehoord dat ze zo langzamerhand vragen hebben bij de haalbaarheid van bouw van een nieuw stadskantoor. Wat willen jullie. Dat ik naar Popi ga en vraag of jullie daar ook, zonder eerst boekjes te lezen of cursussen te volgen, direct mee kunnen praten?’ ‘Dat is wat we willen’, beaamden ze.
Dus ging ik weer naar Popi. Ik legde mijn armen om zijn stam en fluisterde: ‘Popi, kunnen we praten? Twee oppositiepartijen willen net als het CDA een beroep doen op uw wijsheid en kracht.’ Popi gromde en liet een diepe zucht. ‘Natuurlijk zijn ze welkom, Peter. Maar het voorjaar begint en dat betekent dat wij bomen alle kracht nodig hebben om onze blaadjes te voeden. Straks willen ze allemaal. Dat redden we niet’. Maar zo gauw gaf ik mijn pleidooi niet op. ‘Kunnen jullie je krachten niet een beetje uitsmeren’, vroeg ik. ‘Misschien kunnen jullie het voorjaar een of twee dagen uit stellen. Dit is toch een algemeen belang, of niet?’ Het hielp. ‘Natuurlijk weten wij wat er gaande is’, antwoordde Popi. Laat die twee maar komen. Ook als het CDA niet komt, zullen we ze toch helpen. Niet voor henzelf, maar in het belang van de Volendamse bevolking.’ Ik nam afscheid van Popi en belde het goede nieuws door.
Natuurlijk twijfelt u, beste lezer, of deze gesprekken ooit hebben plaats gevonden en denkt u misschien dat ze aan mijn verbeelding zijn ontsproten. Er is een manier om er achter te komen of dit geen sprookje is. Let op het Populierenpark. Als de blaadjes aan de bomen daar een of twee dagen later komen dan elders, dan weet u dat een ijzige vorst in de politiek zal gaan ontdooien, of dat twee oppositiepartijen nog geïnspireerder voor u aan de slag gaan.